Nieuwsbrief

Blind date – Anne-Marie Hooyberghs

Blind date

Maaike is dolgelukkig als ze via een datingsite de liefde van haar leven ontmoet. De dag voor haar eerste date met de man in kwestie, vertelt ze haar vriendinnen er enthousiast over. De vriendinnen zijn minder enthousiast. Die denken op basis van de foto’s dat Maaike een grote fout maakt. Ze besluiten tijdens de date het koffietentje waar Maaike met hem heeft afgesproken te bespieden. Verscholen tussen de rododendrons wordt het nog veel erger dan ze al dachten!

Anne-Marie Hooyberghs

Dit grappige en romantische korte verhaal is geschreven door de Vlaamse auteur Anne-Marie Hooyberghs, die al vele romans en korte verhalen heeft geschreven. Haar nieuwste boek Bewijs het maar verschijnt in oktober. Naast het schrijverschap is Anne-Marie beeldend kunstenares.


Blinde date

Het was zomer. Alles geurde en kleurde. Mensen lachten, kinderen speelden, honden renden, baasjes jogden, ouderen wandelden en Maaike fietste met een stralende glimlach door dit alles heen. Ze hield er een flinke snelheid op na. Haar schouderlange blonde haar werd door de zucht naar achter geblazen en haar felblauwe zomerjurkje bolde wat op zodat een deel van haar zongebruinde benen vrijkwam. De stralende glimlach was ook in haar blauwe ogen zichtbaar en ze kon haast niet wachten om haar vriendinnen Ellen en Fientje te zien, zodat ze hun het heugelijke nieuws kon vertellen. Ze hadden met elkaar afgesproken in de Starbucks. Maaike kon het koffiehuis van hieruit al zien, en ze hoopt dat de meiden er al waren. Even later plaatste ze haar fiets in een fietsenrek en ging ze naar binnen. Het koffiehuis was licht en luchtig met een modern, gezellig interieur, en de tafeltjes waren haast allemaal bezet door genietende mensen. Maaike keek zoekend om zich heen. Tot haar grote opluchting zag ze in een hoek bij het raam haar vriendinnen zitten. Ze wuifden naar haar en wenkten haar. Maaike wurmde zich langs de tafels heen en begroette Ellen en Fientje met een klinkende zoen.
‘Mens, wat zie je er goed uit! Je lijkt wel te stralen!’ merkte Fientje op.
‘Dank je,’ grinnikte Maaike. ‘Dat doe ik ook. Ik ben dolgelukkig!’
‘En dat is te merken,’ zei Ellen. ‘Er moet beslist iets heel bijzonders gebeurd zijn. Heb je promotie gemaakt en de functie gekregen waar je zo op hoopte?’
Maaike schudde haar hoofd. ‘Nee, jammer! Mijn collega Britt heeft de functie gekregen.’
Fientje keek haar even meelevend aan. ‘Wat sneu voor jou, Maaike.’ Ze kende de oogverblindende Britt met haar fotomodeluiterlijk maar al te goed en ze was misnoegd dat een knappe griet in deze tijd nog altijd meer kansen had, want aan kennis en werklust ontbrak het Maaike zeker niet. Ze begreep hoe haar vriendin zich nu moest voelen, omdat ze deze discriminatie geregeld zelf ook ondervond. Geen van hen drieën kon zich een fotomodel noemen. Neem nu Maaike. Ze was lang, had een goed stel hersens, een mooi figuur met stelten van benen, maar haar gezicht was te lang en haar tanden stonden een beetje te veel naar voor om te beantwoorden aan het schoonheidsideaal. Al moest ze toegeven dat ze er nu haast écht mooi uitzag.
Zijzelf was aan de mollige kant, had rossig haar en sproeten. Hoewel ze getrouwd was met haar Damien en de trotse moeder was van hun zoontje Bartje, kon ze niet bepaald een schoonheid genoemd worden. Maar wat gaf het! Damien vond haar mooi zoals ze was en dat was toch het belangrijkste, niet?
Van hen drieën was Ellen eigenlijk de knapste. Haar gezicht was fris en mooi, haar kastanjekleurige haar dik en lang en haar bruine ogen warm en zacht. Maar ze had dan weer haar figuur niet mee met haar korte benen en haar geblokte gestalte.
Ze kenden elkaar al van de lagere school, het klikte wonderwel tussen hen drieën en ze waren door de jaren heen altijd vriendinnen gebleven. En ook al waren ze na schooltijd elk hun eigen richting ingeslagen, toch bleven ze elkaar elke maand zien in een of ander koffiehuis, restaurant of pub voor een babbel en een bubbel. Ze kenden elkaar dus door en door en hadden zo goed als geen geheimen voor elkaar.
‘Hoe kun je dan zo dolgelukkig zijn?’ onderbrak Ellen Fientjes gemijmer.
Maaike grinnikte verrukt. ‘Laten we eerst een drankje bestellen. Ik trakteer op een heerlijk glaasje cava om mijn geluk te vieren.’ Ze wenkte een jongeman van de bediening en gaf haar bestelling door.
‘Nou zeg. Traktatie en al. Je maakt ons nu wel erg nieuwsgierig, Maaike.’
Maaike wachtte met praten tot de glazen voor hen neergezet waren. Daarna nam ze haar glas op, keek haar vriendinnen een voor een met een schittering in haar ogen aan en zei: ‘Ik ben niet langer alleen. Hij heet Jon Schellens en ik ben stapelverliefd op hem.’
Fientje en Ellen slaakten beiden een kreet van vreugde. ‘Wat heerlijk!’ gilde Fientje, en Ellen grijnsde breed. ‘Fantastisch! Wat gun ik je dat, Maaike.’ Ze tikten gretig hun glazen tegen elkaar en namen een flinke slok.
‘Geweldig! Ik ben zo blij voor jou,’ bracht Ellen daarna uit, terwijl ze haar vriendin verheugd aankeek.
Fientje knikte. ‘Proficiat! Je stelt ons wel voor een verrassing. We hebben je nog niet eerder over deze Jon horen praten.’
Maaike knikte en schudde tegelijkertijd haar hoofd. ‘Dat klopt. Ik ken hem nog maar drie weken.’
‘O, wat spannend! Waar heb je hem ontmoet?’
‘Ik heb hem nog niet ontmoet.’
‘Wat? Hoe kun je verliefd op hem zijn, als je hem nog nooit gezien hebt?’
‘Ik heb hem nog niet ontmoet, maar dat wil niet zeggen dat ik hem nog niet gezien heb, Fientje. Natuurlijk weet ik hoe hij eruitziet. Hij heeft me foto’s genoeg gestuurd. Ik heb me drie weken geleden ingeschreven op een datingsite en het is daar dat ik Jon heb leren kennen. Ik moet toegeven dat ik er in het begin wel wat wantrouwig tegenover stond, maar toen ik kennismaakte met Jon en hem al vlug beter leerde kennen, was ik in no time verkocht. En nu ben ik tot over mijn oren verliefd op hem. O, hij is zalig!’
‘Een blind date dus!’ zei Fientje nuchter.
‘Nee. Geen blind date. Ik heb je toch gezegd dat ik al heel wat foto’s van hem heb gezien en de gesprekken die we hebben gevoerd kwamen recht uit het hart, dat voelde ik maar al te goed.’
‘Via Skype?’
‘Nee, dat kon hij niet. Dat programma heeft hij niet.’
‘Zegt hij! Dat is zo goed als een blind date, Maaike. Deze Jon kan je van alles wijsmaken. Zolang je hem niet persoonlijk kent, blijft het koffiedik kijken.’
Maaike liet zich echter niet uit het veld slaan. Ze glimlachte met een schittering in haar ogen. ‘Morgen zie ik hem in het echt. We hebben afgesproken, hier in de Starbucks om zes uur, na het werk. Ik kijk er zo naar uit.’
‘Wees toch maar voorzichtig, Maaike,’ zei Ellen moederlijk. ‘Er lopen heel wat perverse mensen op deze wereld rond.’
‘Zo is Jon niet, Ellen. Jon is lief en mooi en zalig.’
‘Ja, dat zeggen ze allemaal als je met ze chat. En ze willen alles voor je doen. Alles! Maar als het erop aankomt, willen ze maar één ding, en dat is seks,’ reageerde Fientje.
Nu werd het Maaike toch te machtig. ‘Willen jullie dan niet dat ik gelukkig ben? Ik ben zesentwintig en de enige van ons die nog single is. Sterker nog: ik heb nog nooit een vaste relatie gehad. Maar dat wil niet zeggen dat ik er niet naar uitkijk. Jij bent al getrouwd, Fientje, en je hebt een schat van een zoontje. En jij, Ellen, kent jouw Jesse al jaren en jullie wonen al net zo lang bij elkaar. Ik vond het vreselijk om als enige niet te kunnen delen in dat geluk. Ik kon me niet eens voorstellen wat het was om mijn leven met een man te delen. Tot nu! Sinds ik Jon ken, voel ik me eindelijk compleet en gelukkig. Ik ben nog nooit zo verliefd geweest en ik hoop dat jullie me dit geluk gunnen.’
‘Natuurlijk doen we dat, lieverd,’ opperde Fientje. ‘We willen niets liever dan dat jij gelukkig bent. Maar we maken ons ook zorgen.’
‘Jullie hoeven je geen zorgen te maken. Kijk eens hoeveel mensen deze zaak bezoeken? Ik zal hier heus niet alleen met Jon zitten. Wat kan er dan gebeuren? Niets toch? Trouwens, zo is mijn Jon niet. Hij zal niets doen om me te kwetsen. We zijn gewoon stapelverliefd op elkaar.’
Ellen nam haar glas op en keek Maaike glimlachend aan. ‘Je hebt gelijk, Maaike. Wij wensen je alle geluk toe en klinken op een geweldige ontmoeting. We hopen nu al dat wij zo vlug mogelijk met Jon kunnen kennismaken.’
Ze klonken nogmaals op Maaikes geluk, op een behouden ontmoeting en op de liefde.
Daarna bleef het gesprek nog even over Jon gaan. Ze hoorden dat hij dertig jaar was, dat hij werkte in een metaalfabriek, dat hij verschillende tatoeages en een paar piercings had, dat hij er heerlijk mannelijk uitzag met zijn woeste baard en zijn stekelige haardos, dat hij een hart van goud had en dat hij al dadelijk op haar verliefd was geworden. De opgeslagen foto’s die ze van hem op haar smartphone liet zien, lieten niets te raden over. Eén brok ruige man! Fientje en Ellen hadden hier hun bedenkingen bij, maar ze hielden hun mond omdat ze Maaikes geluk niet langer wilden verstoren. Ze hadden haar in al die jaren nog nooit zo stralend en prachtig gezien. Wat natuurlijk niet wilde zeggen dat ze zich geen zorgen maakten. Ze wilden niet dat Maaike teleurgesteld zou worden en die kans zat er zo te horen wel in. De foto’s van dat heerschap bezorgde Fientje kippenvel en ze was ervan overtuigd dat zijn bedoelingen niet erg koosjer waren. Gelukkig had Maaike in de Starbucks met hem afgesproken. Zolang ze hier tussen de mensen bleven zitten, kon haar niets gebeuren.’
Het gesprek ging verder over hun werk, hun mannen, het huishouden, Bartje en de gebeurtenissen die hen overvallen waren gedurende de maand die voorbij was gegaan. Het leverde vele lachsalvo’s en hilarische momenten op die frequenter werden naarmate de avond vorderde.
Zoals altijd was het weer gezellig en ging de tijd veel te vlug voorbij. Voor ze het beseften moesten ze naar huis, want morgen kwam er weer een nieuwe dag. Vooral Maaike keek ernaar uit. Zij was er helemaal van overtuigd dat Jon, net als zij, haast niet kon wachten om elkaar te ontmoeten, zodat ze aan een echte relatie konden beginnen. Ze telde de uren, minuten en seconden af, want dan zou ze Jon kunnen aanraken, onder vier ogen met hem kunnen praten en hem met nog meer liefde kunnen overstelpen.
Toen ze uitgebreid afscheid van elkaar hadden genomen, ze Maaike voor morgen veel succes hadden gewenst en haar hadden gemaand om vooral heel voorzichtig te zijn, fietste Maaike in de donkere avondlucht weer naar huis. Fientje en Ellen moesten allebei naar de andere kant van de stad, zodat ze gewoontegetrouw het eerste deel samen fietsten.
‘Wat vind jij ervan?’ vroeg Fientje tijdens de rit.
Ellen keek haar vragend aan. ‘Van wat?’
‘Van heel dat gedoe met die date. Wat voor man zou die Jon zijn?’
Ellen trok een verongelijkt gezicht. ‘Ik weet het niet. Ik heb mijn bedenkingen. Tatoeages en piercings… Erg gerust ben ik er niet in.’
‘Zo voel ik het ook. Ik maak me zorgen om Maaike. Ze is een gevoelige ziel die alles gelooft als het maar een beetje geloofwaardig wordt verteld. Ik ben bang dat die Jon daarvan profiteert en dat Maaike hier erg gekwetst uit gaat komen.’
‘Tja, we kunnen haar hand niet vasthouden, Fientje. Ze is oud genoeg om haar eigen boontjes te doppen en bovendien is ze in de Starbucks echt wel veilig.’
‘Ja, daar wel. Maar wie zegt dat hij haar niet ompraat om met hem mee te gaan? Ergens waar niemand hen kan komen storen zodat hij zijn gang met haar kan gaan. Dat zijn geen loze woorden, Ellen. Verleden week heb ik in de krant een verhaal gelezen van een man die een vrouw had verkracht in een gelijkaardige situatie.’
‘Maaike is zesentwintig, Fien. Oud en wijs genoeg. Bovendien kan het ook zijn dat Jon niet eens komt opdagen en dan maken we ons zorgen om niets.’
‘Dat zou voor Maaike eveneens een ramp zijn, Ellen. Het zou haar hart breken. Ze is echt stapelverliefd op hem. In beide gevallen heeft ze iemand nodig die haar kan steunen of troosten. We kunnen haar niet in de steek laten, zeker niet nu we weten wat ze gaat doen en wat er zou kunnen gebeuren.’
Ze waren ondertussen bij Ellens huis aangekomen en stopten allebei. ‘Is het niet beter dat we haar morgen in de gaten houden?’ vervolgde Fientje toen ze beiden stilstonden.
Ellen keek haar licht ontsteld aan. ‘Maaike zal ons zien komen. Dat zal ze ons niet in dank afnemen!’
‘Ze hoeft het niet te weten te komen, Ellen. We kunnen stiekem toekijken vanuit het plantsoen dat voor de Starbucks is gelegen. Als we ons achter wat struikgewas verschuilen, zal ze ons niet eens opmerken. We houden haar gewoon in de gaten. Het is in ieder geval beter dan niets. Je hebt gezien hoe Maaike eraan toe was. Ze zweefde van geluk en haar euforie zal al haar voorzichtigheid doen verdwijnen, zodat ze een gemakkelijke prooi is voor een man die enkel uit is op een pleziertje of erger nog: die misschien misdadige gedachten heeft.’
‘Ik weet het niet, Fientje.’
‘We kunnen haar niet in de steek laten, Ellen. Als jij niet met me meegaat, dan ga ik wel alleen. Natuurlijk hoop ik dat er niets aan de hand is en dat ze nooit hoeft te weten dat ik ergens in haar buurt was om te kunnen ingrijpen indien nodig. Maar als het nodig is, dan staat ze er niet alleen voor, zeker weten!’
‘Zoals jij het stelt… Goed, ik ga met je mee. Maar alleen op voorwaarde dat Maaike hier niets van te weten komt.’
Fientje ritste haar mond dicht en glimlachte voldaan. ‘Laten we morgen om vijf uur aan het plantsoen afspreken.’
Ellen knikte. ‘Prima. Tot morgen. Wees het laatste stukje nog voorzichtig, Fientje, en welterusten. Het was weer een supergezellige avond.’
‘Trusten, Ellen, en tot morgen.’
Ellen keek haar vriendin nog even na. Fientje hoefde gelukkig niet veel verder te fietsen, slechts een paar straten. Ze zou er zo zijn. Er speelde een glimlach om haar mond. Om heel eerlijk te zijn vond ze het best wel spannend wat ze morgen gingen doen. Alleen maar te hopen dat Maaike er niet achter kwam. Nou, ja, het was voor haar eigen goed, toch? Na deze gedachte draaide ze zich om, deze keer denkend aan Jesse die in bed op haar lag te wachten.

De volgende dag was Fientje eerder bij het plantsoen dan Ellen. Ze had Damien verteld dat ze de auto nodig had om te gaan winkelen, omdat Bartje dringend nieuwe kleding nodig had. Het kind groeide als kool. Hij had er geen vermoeden van wat ze werkelijk van plan was, en dat hoefde ook niet.
Ze voelde een opluchting door zich heen gaan toen ze Ellen al fietsend door de straat zag aankomen. Ze zag dat haar vriendin haar fiets bij de bloemenzaak naast de Starbucks stalde en dat ze de straat overstak naar het plantsoen, ondertussen om zich heen kijkend op zoek naar Fientje.
‘Psst! Hier zit ik.’
Ellen schrok zich een ongeluk toen ze Fientjes hoofd boven de rododendrons tevoorschijn zag komen.
‘Meid, je bezorgt me een hartaanval. Je leek wel een zombie uit een horrorfilm. Die komen ook overal uit gesprongen.’
Fientje grinnikte vol leedvermaak. ‘We mogen toch niet gezien worden. Opzet gelukt! Kom vlug tussen de struiken. Je weet nooit of Maaike wat vroeger komt.’
Al vlug stonden de twee vrouwen tussen de rododendrons te konkelfoezen. ‘Wat gaan we doen? Heb je al een plan in je hoofd?’ vroeg Ellen.
Fientje knikte enthousiast. ‘Zolang die twee daar binnen zitten loopt Maaike geen gevaar, toch? Het wordt pas link als hij met zijn auto hier is en hij met haar ergens anders naartoe willen rijden. Dan moeten we ingrijpen en Maaike proberen over te halen om het niet te doen. Ik ben voor alle zekerheid ook met de auto hier. In het geval we hen moeten volgen.’
‘Maar ze mag ons toch niet zien?’
‘In uiterste nood moet het wel. Dan zeggen we haar dat we op weg waren naar de winkelstraat om wat kleertjes voor Bartje te kopen en dat we toevallig op dat moment voorbijkwamen. Het is niet de eerste keer dat jij me vergezelt bij het winkelen, en dat weet ze.’
Ellen knikte twijfelend. ‘En als Jon niet komt en Maaike in de steek laat? Hoe weten we dat Maaike daar alleen zit te verpieteren als we hier tussen het struikgewas blijven staan?’
‘Ook daar heb ik over nagedacht. Daarom heb ik deze plaats gekozen. Kijk, van hieruit zie je heel de voorgevel van de Starbucks. Gelukkig zijn het grote ramen. Als Maaike komt, moeten we alleen goed kijken waar ze binnen naartoe gaat en aan welk tafeltje ze gaat zitten.’ Ze rommelde in haar handtas en nam er een verrekijker uit die ze demonstratief aan Ellen liet zien. ‘Ik heb het nodige meegebracht om haar goed in de gaten te kunnen houden.’
Ellen nam de verrekijker op en probeerde het toestel uit. ‘Inderdaad. Je kunt er echt beter mee binnenkijken. Op voorwaarde natuurlijk dat Maaike vooraan gaat zitten. Achteraan kan ik zelfs met deze verrekijker niets duidelijk zien.’
Fientje nam het instrument van haar over en keek aandachtig naar de ramen van het koffiehuis. Ze moest haar vriendin gelijk geven. ‘Dan maar hopen dat ze vooraan gaat zitten.’
Ze werd onderbroken omdat Ellen hard aan haar mouw trok. ‘Opgelet! Daar komt Maaike!’
Fientje liet haar verrekijker zakken en zag Maaike de straat in komen fietsen.
‘Goh, wat is ze vroeg! Ze kon zeker niet langer wachten.’
Gelijktijdig doken de twee vrouwen weg tussen de rododendrons. Fientje giechelde gespannen. ‘Ik voel me net een detective die een verdacht individu op het spoor is,’ fluisterde ze.
‘Best wel spannend,’ moest Ellen toegeven. Ook haar ogen schitterden ondeugend terwijl ze haar hoofd iets boven het struikgewas liet uitkomen. ‘Ze gaat naar binnen. Je verrekijker, Fien!’
Fientje richtte zich wat op en tuurde gespannen met haar verrekijker naar de grote ramen van het koffiehuis. ‘Ja, ik zie ze. Ze zit niet vlak tegen het raam, maar gelukkig ook niet achteraan. Rechts, een meter of vier van de ingang. Zie je ze?’
Ellen spande haar ogen in, maar kon haar met het blote oog niet opmerken. ‘Mag ik eens kijken?’ Fientje reikte haar de verrekijker aan en Ellen tuurde aandachtig naar het koffiehuis. ‘Ja, ik zie haar! O, wat spannend! Er zit nog niemand bij haar.’
‘Kan ook niet. Ik heb nog geen persoon zien binnengaan die volgens Maaikes beschrijvingen op Jon lijkt. Ik ben benieuwd hoe hij er in het echt uitziet,’ zei Fientje.
‘Jij niet alleen! Hij zal vast wel opvallen. We moeten uitkijken naar een man met een baard, tatoeages en piercings. Daar kunnen we niet naast kijken.’ Ze liet de verrekijker weer zakken. ‘Zover zijn we al. Nu maar wachten op de man in kwestie. Ik hoop dat Maaike niet te erg gekwetst wordt.’
‘Dat hoop ik ook, Ellen. Ik gun haar echt de liefde van haar leven. Ze wacht al zo lang op de ware, maar ik vrees dat deze Jon niet de prins op het witte paard zal zijn. Eerder een hooligan op een stalen ros. Het zou me niet verbazen dat hij straks met zijn Harley door de straat gescheurd komt.’
Ze had nog maar net deze woorden uitgesproken toen een ronkend motorgeluid de betrekkelijke stilte doorbrak. Ze keken haast gelijktijdig boven de rododendrons uit om vast te stellen dat de motorrijder de straat verder doorreed. Het was niet degene die ze gedacht hadden en ze haalden opgelucht adem.
‘Nee, toch,’ mompelde Fientje nu ze zag dat de bank, die een meter of vijf voor hen stond, bezet was door een jong gezin met een buggy. ‘Als dat jonge stel nu maar vlug weggaat. Ze belemmeren ons zicht.’
Ellen keek even op zich heen. Door het zonnige weer waren er veel wandelaars op de paden die door het plantsoen liepen. Gelukkig zaten ze hier goed verscholen in de brede strook groen tussen straat en wandelpad. Niemand die hen opmerkte. ‘We kunnen eventueel nog iets verder naar rechts gaan, Fientje. Dan kunnen we naast de bank kijken.’
Fientje schudde haar hoofd. ‘Ik heb het uitgetest. Dit hier is de beste plaats om binnen te kijken. Meer naar rechts of links en je ziet haast niets meer door het spiegelend effect van het vensterglas. Hop! Scheer jullie weg, lieve mensen. We hebben de ruimte nodig.’ Ze zei het fluisterend zodat het jonge stel haar niet hoorde. Ze konden het zich immers niet permitteren dat iemand zich vragen zou stellen wat ze daar tussen de rododendrons aan het doen waren. Dus konden ze niets anders dan wachten tot het jonge gezinnetje zou verdwijnen. Ondertussen hielden ze met argusogen de ingang van het koffiehuis in de gaten. Toen het jonge stel eindelijk weer opstond, nam Fientje haar verrekijker en tuurde naar binnen. ‘Allemachtig! Krijg nou wat! Maaike zit daar niet meer alleen.’
Ellen graaide de verrekijker van haar af en tuurde op haar beurt. ‘Er zit een man voor haar, een man met een baard. Dat is hem, Fientje. Dat is Jon!’
‘Vreemd. Ik heb hem niet eens naar binnen zien gaan!’
‘Misschien is hij met een stel anderen naar binnen gegaan, zodat het leek alsof ze bij elkaar hoorden, en hebben we hem daarom niet opgemerkt. Maar de beschrijving klopt. Baard, tatoeage op zijn arm zie ik, potig en eigenlijk niet zo onaardig als ik dacht. Wat ik van hem op deze afstand kan zien, natuurlijk.’ Ze bleef door de verrekijker kijken en probeerde zoveel mogelijk van Jon te ontdekken.
‘Mag ik ook eens?’ Fientje vond dat Ellen nu wel genoeg gekeken had en wilde hem ook weleens goed bekijken. Ze had amper een glimp van hem kunnen zien. Ellen reikte haar de verrekijker met een zucht aan. ‘Tot hiertoe gaat het goed en lijken ze in een interessant gesprek verwikkeld.’
Fientje knikte met de verrekijker aan haar ogen. ‘Maaike ziet er weer stralend uit. Je kunt zo zien dat ze hopeloos verliefd op hem is. Zijn gevoelens kan ik niet peilen. Dat heb je met een woeste baard. Je ziet niet eens of hij glimlacht!’
‘Zolang ze in het koffiehuis zitten, gun ik het Maaike van harte. Als zij maar gelukkig is. In ieder geval is hij zijn belofte nagekomen en is hij hier. Dat is al positief,’ zei Ellen daarop.
‘Het is alleen maar de vraag wat hij met haar van plan is.’ Fientje liet haar verrekijker zakken en vervolgde: ‘Ik vind die datingsites erg gevaarlijk. Je gaat zo goed als blind een verhouding aan met een volslagen onbekende. Voor hetzelfde geld is het een moordenaar.’
‘Zo erg zou ik het niet stellen,’ suste Ellen. ‘Ze heeft al veel met hem gesproken en ze had hem al gezien.’
‘Alleen op foto’s. Hij kon haar wijsmaken wat hij wilde en dat is wat mij zo verontrust, Ellen. Het is goed dat we hier zijn. Een oogje in het zeil houden kan beslist geen kwaad.’ Ze zette de verrekijker terug aan haar ogen en hield de zaak goed in de gaten.
Een jongetje schrok toen hij zijn bal kwam zoeken en hen tussen de rododendrons opmerkte. Hij keek hen verontwaardigd aan, nam zijn bal op en liep weer weg.
Ellen keek het kind na. ‘Zullen we het niet voor bekeken houden, Fientje,’ raadde ze haar vriendin aan. ‘Straks gaan de mensen zich nog afvragen wat we hier aan het doen zijn. Zo te zien hebben die twee het heel gezellig. Ik denk wel dat we Maaike veilig kunnen achterlaten.’
Ellen had deze woorden echter nog maar net uitgesproken toen Fientje in haar arm kneep zonder haar blik van het koffiehuis weg te slaan. ‘Ze staan op! Ze komen naar buiten!’ Ze propte haar verrekijker in haar handtas, hield wat bladeren uit elkaar om de ingang goed te kunnen zien en zag Maaike en Jon enkele seconden later naar buiten komen. Hij zag er indrukwekkend uit, groot en fors naast haar dunne gestalte. Haast roerloos wachtten Ellen en Fientje af wat er verder ging gebeuren. Zouden die twee afscheid nemen van elkaar of had Jon haar over gehaald om nog ergens anders naartoe te gaan? Ze zagen dat Jon Maaikes hand vastnam en haar meenam naar een auto die even verder geparkeerd stond.
Ellen sloeg haar hand voor haar mond toen ze zag dat hij het portier aan de passagierskant opende. ‘O, nee. Ze gaat instappen!’
‘We moeten haar tegenhouden,’ zei Fientje beslist. ‘We mogen haar niet mee laten gaan. Je ziet zelf wat een bruut hij is. Daar is Maaike niet tegen opgewassen.’
Na deze woorden greep ze Ellens arm, maakte zich met veel geritsel los uit de rododendrons en trok haar vriendin achter zich aan in de richting van de straat.
‘Blijf staan! Geen stap verder!’
De harde stem achter hen deed hen verrast stilstaan. Ze keken achterom en zagen twee agenten in uniform vanaf het plantsoen hun richting uit komen. Het politiebureau had melding gekregen dat twee vrouwen verdoken achter struiken met een verrekijker mensen aan het bespieden waren. Toen ze hier aankwamen hadden ze nog juist gezien dat het bericht klopte, voordat de vrouwen hun plaats tussen de rododendrons verlieten en naar de straat toe gingen.
‘Mag ik vragen wat jullie hier aan het doen waren?’ vroeg de grootste van de twee.
Fientje keek even zenuwachtig over haar schouder en zag dat Maaike haar hoofd al naar beneden boog om de auto in te stappen. ‘Gelukkig dat jullie er zijn, agenten. Onze vriendin wordt ontvoerd. Help ons, alsjeblieft. We moeten haar tegenhouden voor het te laat is.’
Ze wilde terug in de richting van de straat lopen, maar een van de agenten greep haar arm en hield haar tegen. ‘Laat me los,’ gilde ze wanhopig. ‘Jullie moeten mij niet hebben, maar die man in die auto. Vlug! Voor het te laat is!’ Ze probeerde zich los te trekken, maar de agent hield haar stevig vast.
Ellen raakte helemaal in paniek. Dit ging totaal de verkeerde kant uit. Enkele voorbijgangers bleven staan, nieuwsgierig naar wat er gaande was.
‘Maaike!’ schreeuwde Fientje zo hard ze kon toen ze besefte dat de agent haar niet los wilde laten. ‘Niet instappen, Maaike! Ga niet met hem mee!’ Ze keek in de richting waar Jons auto stond, maar door de nieuwsgierige omstanders kon ze niet zien of hij er nog stond of niet.
Plots week de menigte wat uiteen en daar stond Maaike met open mond en met een boeket bloemen in haar handen naar haar tegenstribbelende vriendinnen te kijken. Achter haar torende Jon als een massieve blok op.
‘Ellen? Fientje? Wat is er aan de hand? Wat doen jullie hier?’
Fientjes tegenstand verdween meteen en ze hapte vertwijfeld naar lucht. ‘Ik dacht… wij dachten… We wilden gaan winkelen en… Ach, barst! We maakten ons zorgen om je, Maaike, en we wilden je niet alleen laten met je blind date. Je had hem nog nooit ontmoet en we vreesden dat hij…’ Ze slikte, keek naar Jons baardige gezicht en zweeg verder.
‘Jullie dachten dus dat jullie me tegen hem moesten beschermen?’ Ze keek op tot ze Jons blik ontmoette en zei droog: ‘Wat heb ik je verteld over mijn vriendinnen, Jon. Zie je nu wat ik bedoel? Ze zijn tot alles in staat.’ Toen keek ze weer naar de agenten die Fientjes en Ellens arm vasthielden, naar de omstanders, naar de hele absurde situatie, en barstte plots in een hevige schaterlach uit. Jons baard spleet open en hij schaterde eveneens tot de tranen over zijn wangen liepen.
‘Ik had Jon al gewaarschuwd dat jullie tot alles in staat waren,’ verduidelijkte Maaike toen ze wat uitgelachen was. ‘Maar ik kon me niet inbeelden dat jullie zo ver zouden gaan.’
‘We dachten dat hij je zou overhalen om met hem mee te gaan en dat wilden we verhinderen. We hebben dit gedaan omdat we ons grote zorgen maakten, Maaike, en om je niet alleen te laten bij iemand die niet te vertrouwen is.’ Deze keer keek Fientje met een uitdagende blik in Jons bruine ogen. Nu wist hij meteen hoe ze over hem dacht.
Jon keek haar met een vriendelijk blik aan. ‘Ik ben blij dat Maaike gezegend is met een paar vriendinnen die haar door dik en dun steunen. Jullie hoeven niet bang te zijn. Mijn gevoelens voor Maaike zijn oprecht en nu ik haar in het echt heb gezien en gesproken, voel ik een nog grotere liefde voor haar.’ Hij keek met een tedere blik naar Maaike en vervolgde: ‘Voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Zij is de vrouw van mijn leven en ik zal er alles aan doen om haar gelukkig te maken. Zelfs al moet ik daar twee onbesuisde vriendinnen op de koop toe bij nemen. Bovendien hoefden jullie niet bang te zijn dat ik haar ergens mee naartoe had genomen. Ik heb te veel respect voor haar om haar al op deze eerste date te overdonderen. Ik wilde haar alleen maar de bloemen geven die nog in mijn auto lagen omdat ik ze in mijn gretigheid om Maaike eindelijk in het echt te zien, was vergeten toen ik naar binnen ging.’
Fientje en Ellen voelden zich beroerd, maar ook gelukkig nu ze beseften dat hun vriendin eindelijk de man van haar leven had gevonden. Ze hadden Jon onderschat. Ondanks zijn ruige uiterlijk leek hij een lieve man te zijn met het hart op de juiste plaats.
De politieagenten zagen er gelukkig van af om hen mee naar het politiebureau te nemen nu ze wisten waarom Fientje en Ellen zich verscholen hadden en de Starbucks in de gaten hadden gehouden.
Maar het verhaal deed nog lang de ronde. Bij elke gelegenheid werd erover gepraat, soms aangedikt, soms met wat meer emotie en soms gewoon zoals het was, en het was telkens Jon die er het hardst om moest lachen.


Meer lezen van Anne-Marie Hooyberghs?

Het kind en de zwerver

Verliefd worden op een landloper? Anne-Marie Hooyberghs laat in Het kind en de zwerver zien dat het kan. Het is voor hoofdpersoon Dora zelfs onvermijdelijk...

De negentienjarige Dora Stevens, hoofdpersoon in Het kind en de zwerver van Anne-Marie Hooyberghs, komt uit een welgesteld gezin. Ze is verloofd en gaat een mooie toekomst tegemoet… als ze tenminste het spoor blijft volgen dat voor haar is uitgezet. Maar het loopt anders. Want Dora, die vrijwilligerswerk doet bij een voedselbank, ontmoet tijdens een wekelijkse uitdeelronde de haveloze zwerver Adam. Hij gedraagt zich afstandelijk en ondankbaar, maar Dora raakt geïntrigeerd – vooral door het feit dat hij een driejarig kind bij zich heeft dat volgens de pastoor niet zijn eigen zoon is. Dora’s nieuwsgierigheid brengt haar dichter bij de waarheid, maar ook bij iets wat ze nooit had vermoed.

Het kind en de zwerver is een levensechte roman van de Vlaamse auteur Anne-Marie Hooyberghs.