Nieuwsbrief

Caramba – Carlie van Tongeren

Caramba!

Als Roos een feestje organiseert, ontdekt ze dat de eigenaar van het cateringbedrijf een oude bekende is. Maar niet zo n goede bekende! Jasper heeft haar in het verleden nogal gepest. Eh, kan ze hier nog onderuit?

Carlie van Tongeren

Carlie van Tongeren is al sinds ze 7 jaar oud is met schrijven bezig. In 2011 verscheen haar eerste roman bij Uitgeverij Zomer & Keuning: Passie & Pasta. Daarna volgde er nog veel meer romans en korte verhalen. Naast het schrijven verzorgt Carlie ook de redactie van andersmans boeken en begeleid ze auteurs bij het schrijven van hun boek.


Caramba!

Roos trok haar oogleden iets omhoog en had daar meteen spijt van toen ze een ongelooflijke hoofdpijn voelde opkomen. Voor de eerste keer deze zomer wenste ze dat de zon alsjeblieft níet zo fel haar studentenkamer zou binnenschijnen. Haar iPhone trilde tegen haar klamme laken en maakte een zeurderig geluid. ‘Thuis’, knipperde er op het scherm. Als Roos ergens geen zin in had, dan was het wel haar moeder, die honderduit vertelde over alle roddels over mensen uit de buurt die Roos toch niet kende. Of niet wilde kennen. Wát Roos drie jaar geleden wilde studeren, was niet meteen duidelijk. Maar dát ze zou gaan studeren, in een grote stad ver bij het lullige dorpje Wolfheze vandaan, dat stond voor haar als een paal boven water.
Roos liet de telefoon overgaan, net zo lang tot haar volhardende moeder het opgaf. Ze strekte zich uit en voelde zich direct misselijk worden. Blijven liggen, dacht ze, gewoon niet bewegen. Roos had een kater, en niet zomaar een. Dit was een kater met een hoofdletter K.
Opeens voelde Roos een voet langs haar onderbeen strelen. Verschrikt keek ze naast zich. Hè, wat deed Marieke in haar bed? Ze waren al sinds het begin van hun studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening vriendinnen en zagen of spraken elkaar iedere dag. Maar samen slapen in een krappe twijfelaar, was toch wel een paar treetjes hoger op de ladder van vriendinnenintimiteit.
‘Zo, leef je weer?’ vroeg Marieke.
‘Hmhm,’ zei Roos. Of eigenlijk was het meer kreunen. Ze gaapte uitgebreid en wreef de slaap uit haar ogen. ‘Wat doe jij hier?’
‘Jou behoeden voor een sextet met mannen. Letterlijk en figuurlijk,’ zei Marieke. Ze lachte er smakelijk bij.
‘Hoe bedoel je?’ vroeg Roos niet-begrijpend.
‘Je was nogal, eh, ja, hoe zal ik het eens zeggen? Uitnodigend.’
Haar beste vriendin deed tot in het meest minuscule detail uit de doeken hoe Roos zich de vorige avond in café De Vingerhoed en aansluitend in de foute danstent Derrick had gedragen. Of beter gezegd: misdragen. Onder invloed van wijn, tequila, martini, bier en een verdwaalde cocktail had Roos schijnbaar tegen alle mannen – jong of oud, slim of dom, afgetraind of moddervet – gezegd dat ze welkom waren in haar een meter twintig brede bed.
‘O nee, hè,’ kreunde Roos. De schaamte die ze gisteravond verdoofd had met de nodige maatbekers alcohol, voelde ze nu alsnog dubbel en dwars opkomen. Een flard van een gênant gesprek vond zijn weg terug naar boven. Zo hoorde Roos zichzelf aan een militair met een IQ beneden alle peil vragen of hij ‘misschien zin had om met haar in haar bed te tijgeren’. Ze had er zelfs ‘Grr!’ aan toegevoegd met een bijpassend handgebaar. Roos begroef haar gezicht in haar kussen en hoopte dat haar gedachten zouden stoppen. Ze snoof de vieze geur van sigaretten op – hoezo rookverbod? Roos maakte meteen een notitie in haar hoofd: schrap De Vingerhoed en Derrick van favorietenlijst. ‘In dat geval: dank je wel, redder in nood.’
Marieke lachte. Gelukkig, dan vond tenminste nog iemand dit hele verhaal vermakelijk. Marieke krabbelde overeind en ging met haar rug tegen de muur zitten, met haar armen rond haar opgetrokken knieën. Ze zag er een stuk beter uit dan de verkreukelde Roos.
‘Hé, maak je geen zorgen,’ zei Marieke. ‘Na wat Max je heeft geflikt, heb je wel wat krediet te verspelen, hoor.’
Max. De naam deed Roos’ maag ineenkrimpen. Niet te geloven wat voor naar gevoel een mens kon krijgen van drie enkele letters. Roos rolde op haar rug en staarde naar het plafond, dat al een heel studiejaar schreeuwde om een likje verf.
Exact drie weken en twee dagen geleden stortte het zorgeloze leventje van Roos in. Zes simpele woorden – ‘Ik zie het niet meer zitten’ – wisten in luttele seconden een relatie van drie jaar uit. Roos had Max leren kennen tijdens het introductiefeest van de Hogeschool Utrecht. Ze vonden elkaar meteen leuk en ondanks de onvermijdelijke ups en downs, hadden ze drie jaar lang een fijne, rustige relatie. Tot Max ineens steeds vaker niet kon afspreken, omdat hij samen met een meisje van zijn opleiding een beurs moest organiseren. Of een opdracht moest doen. Of een hoofdstuk moest samenvatten. Of een ‘heel dringend’ A4’tje moest kopiëren. Of met welke andere onbenullige smoes hij dan ook op de proppen kwam. Wat daarna gebeurde, was allemaal als in een roes aan Roos voorbijgegaan. Het leek een heel slechte film, maar dan wel eentje waarin zij de bedrogen hoofdrolspeelster was die je als kijker door elkaar wilde schudden om de naïeve ogen te openen.
‘Je denkt zeker aan hem, hè?’ vroeg Marieke. Ze keek haar meelevend aan. Roos knikte. ‘Niet doen,’ zei Marieke. ‘En je moet er al helemaal niet over nadenken dat zij nu in jouw plaats met hem aan de Spaanse costa zit.’
Fijn. Nu stond het beeld van Max en de Economieslet – zoals Marieke en zij de indringster noemden – die innig verstrengeld aan een huisgemaakte sangria zaten te nippen helemáál voorgoed op haar netvlies gebrand.
Haar iPhone trilde naast het kussen. Dat was al de vierde keer dat ‘thuis’ belde. Wat kon er in hemelsnaam zo dringend zijn op zaterdagochtend? Middag, inmiddels.
‘Ja, met Roos,’ zei ze in de hoorn.
‘Roos? Met mama,’ klonk het aan de andere kant van de lijn. De stem van haar moeder trilde en het leek alsof ze huilde. ‘Ik heb een probleem.’
‘Wat dan?’ vroeg Roos met gematigd enthousiasme. Als haar moeder belde met een probleem, kleefde daar vaak een opdracht aan waar Roos helemaal geen zin in had. En dat was dit keer niet anders.
‘Ik heb een heel akelige buikgriep opgelopen en ik zit bijna de hele dag op de wc,’ vertelde haar moeder. Dat was iets te veel informatie op de nuchtere maag en de details die volgden, probeerde Roos het ene oor in en zo snel mogelijk het andere oor weer uit te laten gaan. ‘Nou ja, in ieder geval, je weet dat oma bijna jarig is en dat we een groot feest geven in onze achtertuin. Ze wordt tenslotte niet elk jaar tachtig. Zou jij de organisatie van mij willen overnemen?’
‘Ik?’ vroeg Roos. Ze had al moeite om haar eigen keukenkastje te organiseren, laat staan een feest voor weet ik hoeveel man.
‘Jij bent echt mijn laatste hoop, lieverd. Weet je die vijfhonderd euro die je laatst hebt geleend? Daar mag wel wat tegenover staan. Misschien hoef je dan maar de helft terug te betalen.’
Notitie twee: nooit meer geld lenen van haar ouders. Het leek verdorie wel chantage.
‘O, help, ik moet rennen,’ zei haar moeder. ‘De gegevens van het cateringbedrijf heb ik je al gemaild. Bedankt, hè?’
Tuut-tuut-tuut. Beduusd staarde Roos naar haar telefoon.
‘Ook dat nog,’ verzuchtte ze. Een feest voor haar oma organiseren. Oma Klaag nog wel. Kon haar leven nóg minder avontuurlijk worden? ‘Dit is nu al de ergste zomer van mijn leven,’ zei Roos.
‘Arm schaap,’ zei Marieke. ‘Laat mij een ontbijtje voor je maken. Na twee vette gebakken eieren met kaas en een mok koffie ziet het leven er een stuk zonniger uit. Geloof me.’
Roos keek haar opgewekte vriendin na en liet zich weer achteroverstorten. Ze kon niet wachten tot de zomer voorbij was.

‘Hoi, met Roos. Spreek ik met cateringbedrijf JEM?’
‘Ja, dat klopt. Met Jasper,’ antwoordde een jongemannenstem. Hmm, ze zou toch zweren dat ze die stem ergens van kende. Door een langsrijdende bus, of wat het dan ook was, had ze alleen zijn achternaam niet kunnen verstaan. ‘Waar kan ik je mee helpen?’ vroeg hij.
Roos legde de situatie uit. Het liefst wilde ze dat de jongen aan de andere kant van de lijn een wondermiddel had uitgevonden tegen de buikgriep van haar moeder, zodat Roos gewoon de hele dag in bed kon liggen met een megareep witte chocola en de zes seizoenen Sex and the City die ze laatst had gedownload. Maar ze wist ook wel dat dat ijdele hoop was.
‘Kom anders langs. Dan bespreken we het even,’ stelde hij voor.
‘Nou ja, ik woon in Utrecht, niet meer in Wolfheze,’ antwoordde Roos.
‘Wat toevallig! Ik studeer ook in Utrecht. Ik heb nu wel tijd om even wat te gaan drinken. En jij?’
‘Oké. Waar zullen we afspreken?’
‘Ken je De Vingerhoed?’
Help! dacht Roos. Stel dat Jasper er de Bewuste Vrijdagavond ook was geweest en Roos zich ook aan hem schaamteloos had opgedrongen… ‘Eh, wat dacht je van Broers? Dan weten we zeker dat we kunnen zitten als het druk is.’
‘Goed idee. Tot zo!’
Roos’ tegenzin zwakte snel af nu ze wist dat ‘het cateringbedrijf’ in werkelijkheid een jongen was, een student, met een stem die haar nieuwsgierigheid had gewekt. Ze besloot haar favoriete zomerjurkje uit de kast te trekken: een luchtig zwart met wit exemplaar dat, samen met de brede, fuchsiaroze ceintuur en haar splinternieuwe pumps, zowel zomers was als zakelijk.
Ze fietste door een paar smalle straatjes tot ze via de Drift steeds dichter bij de busbaan aan de Nobelstraat kwam. Aan de overkant bevond zich het grote stadscafé Broers. Terwijl Roos haar fiets op slot zette tegen de dichtstbijzijnde lantaarnpaal, bedacht ze zich dat ze geen idee had hoe de jongen van het cateringbedrijf er eigenlijk uitzag.
‘Roos Zwiers?’ klonk een verbaasde mannenstem voordat ze daar verder over na hoefde te denken.
Roos keek omhoog, recht in het gezicht van een jongen die ze liever nooit meer in haar leven tegen had willen komen. Haar mond viel open, maar er kwamen geen woorden uit.
‘Herken je me niet? Ik ben het, Jasper Pietersen!’ zei hij enthousiast.
En of ze hem herkende. Ze had zes jaar lang bij hem in de klas gezeten op de dorpsschool in Wolfheze. Zes heel lange, heel vervelende jaren had Jasper haar gepest omdat ze zo klein van stuk was. ‘Zij zijn groot en ik is klein en dat is niet eerlijk!’ citeerde Jasper dag in dag uit de lijfspreuk van Calimero, dat zwarte, zeikerige typetje met een halve eierdop op zijn grote hoofd.
Maar daar was het helaas niet bij gebleven. Nu Jasper in levenden lijve voor haar stond, kwam Roos’ akeligste jeugdherinnering weer boven: twee handen die haar hardhandig optilden en in een grote container smeten, vlak naast het schoolplein. Roos had geen flauw benul hoelang ze in dat aardedonkere hol had vastgezeten, voordat haar sukkelige lerares, die het altijd zo goed bedoelde, de kleine Roos had bevrijd uit haar benarde positie. Er leken dagen te zijn verstreken in haar jonge leventje. Het had daar geroken naar rotte vis en sinaasappelschillen, oude koffie en allerlei andere smerige, onbestemde geuren. Alsof dat nog niet erg genoeg was, had Roos juist die dag haar nieuwe zomerjurkje gedragen: een prachtig diepblauw jurkje met witte stippen en schattige pofmouwtjes. Haar moeder had het kledingstuk naderhand een paar keer verwoed gewassen en geschrobd, maar nooit meer schoon gekregen.
‘Jasper. Nee, natuurlijk was ik je niet vergeten,’ zei Roos. Haar stem sloeg over. Van schrik waarschijnlijk, of van boosheid. Alsof er na het voorval helemaal geen vijftien jaar was verstreken en het vervelende jongetje niet was uitgegroeid tot een bijzonder aantrekkelijke student.
Jasper was lang, donker en had iets mysterieus over zich wat Roos meteen intrigeerde – dat moest ze ondanks haar wrok toch toegeven.
‘Dat is ook toevallig,’ zei Jasper.
‘Inderdaad,’ zei Roos.
‘Kom, zitten,’ zei hij en hij wees galant naar een vrije plek op het terras. ‘Wat wil je drinken?’
‘Een icetea, graag,’ zei Roos tegen de serveerster, die met het zweet op haar voorhoofd voor hun houten tafeltje stond.
‘Goh, wat leuk dat ik weer eens iemand van vroeger tegenkom,’ zei Jasper. ‘Vertel eens, wat doe jij tegenwoordig?’
‘Ik studeer SPH hier in Utrecht. Na de zomer begin ik aan mijn laatste jaar,’ zei Roos. ‘En jij?’
‘Ik ben net terug van een halve wereldreis en begin in september aan de master Internationale Betrekkingen, hier aan de universiteit,’ vertelde Jasper. Hij straalde op het moment dat hij over zijn verre reis sprak. ‘En zoals je dus al weet, heb ik pasgeleden met vrienden een klein cateringbedrijf opgezet.’ Jasper legde uit dat hij de marketing en externe contacten van het kersverse bedrijfje verzorgde, een andere vriend het menu en een derde jongen de lichten, muziek en verdere aankleding.
‘En, loopt dat een beetje?’ vroeg Roos, meer om het gesprek op gang te houden dan uit oprechte interesse.
‘Fantastisch, mag ik wel zeggen,’ zei Jasper. Hij trok er een buitengewoon trots hoofd bij.
Roos herinnerde zich op slag zijn vader weer, een succesvolle ondernemer en een ontzettende blaaskaak. Geen wonder dat Jasper ook zo vol was van zichzelf. Dat was hem vast met de paplepel ingegoten.
‘Maar vertel eens over het feest dat je geeft,’ zei Jasper.
‘Mijn moeder, zal je bedoelen. Ik neem het alleen maar van haar over,’ corrigeerde Roos hem snel. Ze wilde niet dat de jongen die de halve wereld over was gereisd, dacht dat zij uit eigen beweging een suf feest organiseerde in de suffe achtertuin van haar ouderlijk huis in het suffe Wolfheze.
‘Duidelijk,’ zei Jasper nadat ze alle belangrijke vragen op het terrein van eten, drinken en verdere entourage hadden doorgenomen. ‘Wil je nog een icetea?’
‘Nee, ik moet zo weg,’ loog Roos. Ook al had ze geen andere afspraak, ze kon wel een betere besteding van zo’n mooie zomerdag bedenken dan met een vervelende jongen te zitten kletsen over sinaasappelsap en hamrolletjes met augurken erin.
Jasper rekende de drankjes af bij de serveerster, die met de minuut heviger begon te transpireren. ‘O, voor ik het vergeet. Wat voor thema heeft het feest eigenlijk?’
Roos, die al op weg was naar haar fiets, draaide zich om en keek Jasper verbaasd aan. ‘Thema?’
‘Ja, een thema. Dat maakt alle feesten toch leuker? Misschien is het mooi als ook het eten en drinken bij het thema passen.’
‘Eh, ik ben er nog niet helemaal uit. Dat sms ik je nog wel, oké?’
‘Oké, hier is mijn kaartje met mijn nummer. Tot snel dan!’
Roos keek Jasper na terwijl hij wegfietste op zijn oude barrel. Wat zag hij er ongelooflijk goed uit in die spijkerbroek, stelde ze vast. Roos schudde haar hoofd. Als iemand geen aardige gedachte verdiende, dan was het Jasper wel. Ze besloot dat ze hem nog steeds een klootzak vond – lekker kontje of niet.
Een thema. Hmm. Roos leunde achterover op een oude tuinstoel en staarde voor zich uit. Net als ze de afgelopen twee uur had gedaan, nadat ze van Broers terug naar haar studentenhuis was gefietst. Ze had zich met haar zoemende laptop op het gezamenlijke dakterras genesteld, met een groot glas ranja en een stapel crackers met kaas en komkommer ernaast. Het beeldscherm toonde nog steeds de witte, lege startpagina van Google. Bij gebrek aan betere inspiratie toetste Roos ‘zomeravond’ in. Dat leverde allerlei mierzoete poëzie op van verliefde, maar bovenal depressieve dichters-in-de-dop. ‘Zomerfeest’ dan maar. Het derde zoekresultaat trok Roos’ aandacht en ze ging meer rechtop zitten. Ze klikte verder en belandde op een schreeuwerig forum, waar ene Salsa Sonia haar dienst aanprees als ‘mooi dans vor al u somerfest’. De advertentie stond bol van de taalfouten, maar wat kon Roos dat schelen? Een salsafeest! Wat een geweldig idee! Waarom had ze dat niet eerder bedacht? Zo harkte ze ondanks die laffe streek van haar ex-vriend toch nog een klein stukje Spanje haar zomer binnen. Ze belde het mobiele nummer dat in de advertentie stond, maar kreeg een Spaanstalige voicemail. Ze sprak een kort bericht in en besloot er voor de zekerheid nog een mailtje achteraan te sturen. Roos typte een sms’je naar Jasper: Thema feest: Salsa & Spanje. Roos. Ze voelde geen enkele behoefte om meer tekens aan die jongen vuil te maken. Hij kennelijk ook niet, want het enige wat hij terugstuurde was: Top! Roos liet zich verder achteroverzakken, sloot haar ogen en genoot van de zonnestralen op haar gezicht en schouders.
‘Ben je soms helemaal gek geworden, Rosa Frederika?!’
Roos hield haar iPhone verder van haar oor. Haar moeder tetterde zo hard in de hoorn, dat ze bang was om in één klap doof te worden. Ze wist dat haar moeder goed kwaad was, want anders noemde ze haar dochter niet bij haar volledige naam. Roos was vernoemd naar haar moeders moeder, die op het punt stond tachtig te worden, alleen noemde zij haar kortweg Oma Fredje of Oma Klaag. Marieke zat naast Roos en volgde het getetter met buitenproportionele interesse.
‘Hoezo?’ vroeg Roos.
‘Salsa! Zie je het al voor je? Je oma en haar vriendinnen met hun rollators op de dansvloer? Ik mag toch hopen dat die jongen van het cateringbedrijf een grap maakt!’ sputterde haar moeder verder.
Waarom had Jasper haar moeder ingelicht? Minpunt, heel groot minpunt. Zie je nou wel dat hij geen spat veranderd was? Die jongen was echt geen knip voor de neus waard.
‘Maar oma hoeft zelf geen salsa te gaan dansen? Het is toch ook leuk om naar te kijken? Met Spaanse muziek, sangria en tapas? Lekker zomers!’ probeerde Roos.
Tevergeefs, want haar moeder was onverbiddelijk. ‘Ja, je weet het heel mooi te brengen, maar daar komt niets van in. Je belt die salsamevrouw maar af. En vergeet die jongen van het cateringbedrijf niet door te geven dat hij gewoon Hollandse huzarensalades bestelt. Je ziet je oma toch zeker geen tapas eten?’
Roos hoorde niet meer wat haar moeder daarna allemaal voor verwijten de hoorn in slingerde. Ze liet zich dankbaar afleiden door Marieke, die verscheidene belachelijke gezichten trok om Roos’ bemoeizuchtige moeder te imiteren.
‘En ik hoop dat… O, ik moet snel naar de wc.’
Bij die laatste mededeling, in combinatie met de kinderachtige scheetgeluiden die Marieke produceerde, schoot Roos in de lach, waar ze pas een halfuur later weer uit kwam.
‘Beloof als-je-blieft dat jij ook op het feest komt. Dan kunnen we er samen nog wat leuks van maken,’ zei Roos toen ze weer normaal kon praten.
‘En dan kan ik meteen die Jasper in het echt aanschouwen,’ voegde Marieke er met een knipoog aan toe. ‘Weet je zeker dat het oké is?’
Roos knikte. ‘De organisator van het feest heeft gesproken. Durf daar maar eens tegen in te gaan.’

Roos stond voor haar kledingkast en had last van het immer terugkerende dilemma: een uitpuilende kast, maar niets om aan te trekken. Het liefst trok ze haar favoriete zwart-witte jurkje aan, maar dat had ze vorige keer ook al aangehad. Waar maakte ze zich eigenlijk zo druk om? Ze ging alleen maar wat drinken met Jasper om de laatste zaken door te nemen. Morgenavond was het zover: het tuinfeest voor haar oma. Compleet met Hollandse huzarensalade, maar zonder salsa. Roos had op verzoek – nou ja, eigenlijk was bevel een beter woord – van haar moeder de voicemail van de Spaanstalige salsalerares ingesproken om uit te leggen dat het feest ‘helaas toch een ander thema moest hebben voor de vele saaie, oude vrouwen die zouden komen’. Ze had Sonia verder niet gesproken, maar ging ervan uit dat het zo afgehandeld was.
Roos pakte haar donkerblauwe skinny jeans van de stapel en een wijder shirtje dat de outfit wat stoerder maakte. Vestje mee en klaar. Ditmaal had Roos niet kunnen voorkomen dat ze naar café De Vingerhoed moest, ook al had ze gezworen haar gezicht daar nooit meer te laten zien.
Toen ze vaart minderde en door het grote raam naar binnen keek, zag ze hem al aan een tafeltje zitten, met aan weerszijden een vriend. Jasper zwaaide naar Roos met dat eeuwige blije hoofd van hem. Hoewel ze het niet wilde, kreeg ze het nog warmer dan ze het al had in haar strakke spijkerbroek en toch iets te wollige vestje.
Nietsvermoedend passeerde ze de rokers op weg naar de ingang. Een brede jongen met een opvallend blinkende oorbel versperde haar weg. ‘Als we daar tijgertje niet hebben,’ zei hij met een verlekkerde grijns.
O nee, dacht Roos, dat was vast de militair die ze vorige week dat onzedelijke voorstel had gedaan! Toen hij er ‘Grr!’ aan toevoegde, wist ze het zeker.
‘Nou, ik vrees dat je gewoon door de modder moet blijven tijgeren met je militairvriendjes, want ik heb wel wat beters te doen,’ zei Roos en ze liep met opgeheven kin naar binnen.
‘Hoi,’ zei ze toen ze naast het tafeltje van Jasper en zijn vrienden stond. Het zweet gutste inmiddels van haar voorhoofd.
‘Hé, Calimero!’ zei een van de jongens. Shit! Roos zag nu pas dat het Erwin was, een jongen die óók bij haar in de klas had gezeten op de basisschool. Het leek wel of iemand daarboven een blik met vervelende mannen had opengetrokken, puur en alleen om Roos dwars te zitten. Subtiel keek Roos achterom en ze zag de militair zijn peuk weggooien en de kroeg tegenover De Vingerhoed in gaan. Mooi, dat scheelde er tenminste een.
‘Zeg, nu je toch staat, haal nog even een rondje voor ons. En neem er zelf ook één,’ zei Erwin. Met een zelfingenomen blik leunde hij comfortabel achterover.
‘Oké,’ was het enige wat Roos uit wist te kramen. Ze liep naar de bar, als een volgzaam schaap. Wat was er met haar aan de hand? Ze voelde zich weer net zo klein als in de tijd dat al haar klasgenoten haar Calimero noemden in plaats van Roos. Ze haatte zichzelf dat ze zo deed. Met die slachtofferrol had ze toch jaren geleden al afgerekend?
Roos zette het rondje drinken neer op de plakkerige tafel en ging zitten op de stoel die Jasper wel erg dicht bij de zijne had getrokken.
‘Zo, dus jij geeft een feest voor je oma?’ zei Erwin. Jasper en Marc, vriend nummer drie, schoten in de lach. Het leek verdorie wel alsof ze met een stel melige pubermeiden aan tafel zat.
‘Ja, maar alleen omdat dat van mijn moeder moet,’ reageerde Roos snel.
‘Je snapt dat je daar ook geen punten mee scoort, hè?’ zei Jasper. Hij lachte, maar Roos wist niet precies of hij het als grapje of als steek onder water bedoelde.
‘En met die huzarensalades natuurlijk nog minder,’ voegde Erwin toe.
Even had Roos de neiging om op te staan en De Vingerhoed uit te lopen, net zoals ze vroeger weleens het klaslokaal stampvoetend, met de tranen in haar ogen, had verlaten als haar klasgenoten na hun Calimero-offensief nog eens eindeloos verdergingen met ‘Ben je boos? Pluk een roos!’ Maar dat deed ze niet. Ze was tenslotte volwassen. Een vrouw van de wereld. Vanbuiten was ze misschien klein, maar niet vanbinnen. Nog één jaar studeren en ze stond aan het hoofd van de moeilijkste groepen mensen in welke ambulante of klinische setting dan ook. Dat was heel andere koek dan zo’n zielig cateringbedrijf leiden.
‘Zeg, moesten jullie niet weg?’ zei Jasper en hij knipoogde naar zijn vrienden.
‘O ja, dat is waar ook. Nou, Calimero, tot morgen op het feest,’ zei Erwin. Hij duwde de gordijnen aan de kant en verliet samen met Marc de kroeg.
‘Ligt het aan mij of is het hier heel warm?’ zei Roos. Ze was bang dat ze straks met zweetplekken tot aan haar heupen zou rondlopen.
‘Dat ligt niet aan jou. Ik zweet me ook dood. Kom, we gaan een terrasje opzoeken.’
Na een halfuur doelloos rondlopen over de Vismarkt, de Neude en het Domplein kon Roos maar één conclusie trekken: alles was vol, op één krakkemikkige stoel bij een heel fout café na. Maar van de gedachte om met Jasper op één stoel te zitten, brak het zweet haar helemaal uit.
‘Ik heb een idee. Laten we bij de AH to go een fles rosé kopen en in het park gaan zitten,’ zei Roos.
Jasper keek haar verrast aan. ‘Wat een goed idee.’
Ze waren zeker niet de enigen die het plan hadden opgevat om naar park Lepelenburg te gaan. Jasper spreidde zijn donkere jas uit op de grond en gebaarde dat Roos erop mocht gaan zitten. Zonder iets te zeggen nam ze in kleermakerszit plaats op zijn jas. Stiekem keek ze tussen haar wimpers door naar het geconcentreerde gezicht dat Jasper trok terwijl hij de dop van de fles rosé losschroefde. Vergiste Roos zich nu of was Jasper echt veranderd van een akelige pestkop in een galante, volwassen jongen?
‘Wat ik dus dacht voor het feest is dat we…’
‘Ik dacht: laten we het eens over iets anders hebben dan dat feest,’ onderbrak Jasper haar. Het overrompelde Roos zó dat ze er niets tegen in wist te brengen. ‘Ik bedoel: het is voor je oma, hoor. Niet voor de preses van je studentenvereniging. Als ik me goed herinner, is het voor je oma toch
niet gauw goed genoeg.’
Roos schoot in de lach. ‘Dat je dat nog weet.’
Jasper knikte, maar zei niets. Hij concentreerde zich op het tot de rand volschenken van twee plastic bekertjes. Ze proostten en Roos nam een grote slok rosé. De geur en de smaak van de wijn wekten een enorm zomers gevoel bij haar op.
‘Ik weet nog wel meer van vroeger, moet je weten,’ ging Jasper verder. Roos slikte. Als hij maar niet over die container zou beginnen.
‘Dat ik je in die container heb gegooid, bijvoorbeeld.’
‘Container?’ Roos probeerde de onschuld zelve te spelen, maar slaagde daar – net als anders – voor geen meter in.
‘Het spijt me dat ik vroeger zo’n etterbak was. Ik…’ Jasper nam een slok wijn en dacht even na. ‘Ik ben veranderd, laten we het daar maar op houden.’
‘Dat had ik zelf ook al wel gezien,’ flapte Roos eruit. Jasper keek haar verbaasd aan. Ze had nu pas in de gaten dat ze al een heel tijdje naar diezelfde, perfect zittende spijkerbroek zat te staren. Niet zo snel drinken, niet zo snel drinken, echode Roos in haar hoofd – ook al was het daarvoor iets te laat. ‘Eh, vertel eens wat meer over die wereldreis van je. Ik ben zo benieuwd wat je allemaal gezien en gedaan hebt,’ zei Roos om het gesprek snel een andere wending te geven.
Jasper vertelde over de reizen die hij alleen en met vrienden had gemaakt, naar allerlei uithoeken van de wereld die Roos alleen kende van de foto’s van haar altijd lachende Facebook-vrienden. Dat avontuurlijke maakte hem nog aantrekkelijker, vond Roos. Ademloos luisterde ze naar zijn verhalen, tot hij ineens ophield met praten.
‘Maar vertel jij nu eens iets over jou,’ zei Jasper. Hij propte de laatste chipjes uit de zak in zijn mond en keek haar verwachtingsvol aan.
‘Ik zou nu eigenlijk met mijn kont op het strand in Malgrat de Mar zitten, in Spanje. Maar mijn vriend – sorry, ex-vriend – heeft besloten dat hij daar liever met een ander meisje wilde zitten.’ Roos schrok van wat ze zojuist had uitgekraamd. Dat was de wijn die aan het woord was, niet Roos. ‘Ach, laat ook maar, wat kan jou dat schelen.’
‘Voor wat het waard is: een salsafeest voor je oma is nog Spaanser dan een vakantie in Malgrat de Mar,’ zei Jasper. ‘Daar zie je nog meer Nederlanders dan in je ouders’ achtertuin.’
‘Dank je. Dat is een hele geruststelling,’ lachte Roos. ‘Alleen jammer dat ik de salsa afgezegd heb.’
‘Dus jij houdt wel van een vakantie aan de Spaanse costa?’ vroeg Jasper.
‘Nou, dat was eigenlijk meer Max’ idee – eh, zo heet hij dus.’
‘En waar ga jij dan graag naartoe op reis?’ vroeg Jasper. ‘Stel dat jij mag kiezen waar je heen wilt. Geld is geen issue.’
Roos dacht hard na. Ze was niet zo’n reislustig persoon. Of was alleen de Roos-van-Max niet zo reislustig? Haar leven was niet bepaald avontuurlijk. Bepaald niet, eigenlijk. Zeker niet sinds Roos in zak en as zat vanwege Max, maar eigenlijk bruiste haar leven ook daarvoor al niet zoals ze dat zelf graag zou willen. Natuurlijk was ze aan het begin hartstikke verliefd geweest op Max. En hij op haar. Het enige wat Roos wilde was bij Max zijn en het was haar om het even of ze in een romantisch restaurant of in een louche truckerscafé langs de snelweg zaten. Maar al snel hadden de eerste heftige weken plaatsgemaakt voor een voortkabbelende relatie, die misschien nog het meest weghad van een vriendschap, als Roos erop terugkeek. Nu haar kwaadheid over de Economieslet met de dag minder werd, zag Roos steeds meer in dat ze zich veel te veel naar Max gevoegd had. Max had een absolute voorkeur voor niksdoen. Hij had geen hobby’s, maar bracht elk vrij uur dat hij had het liefst door in bed. Slapend, welteverstaan. De eerste maanden had Roos haar best gedaan om verrassingsavondjes te bedenken en veelvuldig aangedrongen op een spontane trip naar Cuba, New York, Tokio of Kuala Lumpur. Gaandeweg was het patroon van niksdoen er ook bij Roos ingeslopen. Ze had genoegen genomen met een voorspelbaar leven en haar verste reis was geëindigd in Parijs, een plek waar veel verre reizen vanuit Nederland na een overstap pas begonnen. Nu Roos de verhalen van Jasper zo hoorde, voelde ze plotseling dat de hele wereld voor haar open lag. Het gaf haar vleugels – al had die fles rosé die bijna leeg was daar vast ook een handje in.
Roos haalde haar schouders op. ‘Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Er zijn te veel mooie landen om uit te kiezen.’
Ze glimlachte naar Jasper. Voor het eerst die avond keek ze hem recht aan. Het viel haar op dat hij een stel mooie, donkere ogen had. Jasper keek terug en Roos kreeg het er warm van. Ergens in een klein hoekje van haar lichaam borrelde een licht en prettig gevoel op. Het gaf haar een lading energie, lef en al wat er nog meer voor nodig was om Jasper geheel vanuit het niets vol op zijn mond te zoenen. Hij schrok even van haar initiatief – net als zijzelf, trouwens – maar beantwoordde haar zoen zonder enige terughoudendheid. Roos genoot van zijn lippen op de hare en simpelweg van het gevoel zo ver weg van Max en zo dicht bij deze nieuwe, spannende jongen te zijn.
Tot Roos besefte dat die nieuwe, spannende jongen Jasper was, de grootste eikel uit Wolfheze en omstreken. Hallo! Die jongen heeft je in een container geflikkerd! schreeuwde een stem in haar hoofd. Resoluut trok Roos haar lippen terug. Ze kwam overeind en grabbelde zo snel als ze kon haar spullen bij elkaar, zonder aandacht te besteden aan haar stijf geworden spieren en vooral zonder Jasper ook nog maar één blik waardig te gunnen.
‘Roos… Hé… waar ga je heen?’ hoorde ze hem nog zeggen. Maar Roos was al op weg naar haar fiets, die ze gelukkig niet aan de zijne had vastgezet.

‘Zeg, waar blijft dat eten eigenlijk? Ik zou wel wat lusten.’
Roos zuchtte en rolde met haar ogen. Dat was de zoveelste sneer van haar oma. Jarig of niet, ze bleef gewoon Oma Klaag. Hier en daar deed ze er zelfs een schepje bovenop. ‘Het komt er zo aan,’ antwoordde Roos beleefd. ‘We moeten nog even wachten op de jongens van het cateringbedrijf.’
Terwijl ze het zei, moest Roos meteen aan Jasper denken. En dan vooral aan de zoen en haar belachelijke wegrenactie die daarop volgde. Hij zou er zo wel aankomen met de huzarensalades.
‘Ach, laat haar maar zeuren. Je hebt het supergoed gedaan,’ zei Marieke. Ze sloeg een arm om Roos’ schouders en samen keken de vriendinnen de grote tuin rond. Stiekem was Roos best tevreden met het organisatorische werk dat ze had verricht. Zeker omdat ze doorgaans niet uitblonk in het organiseren van wat dan ook. Roos zag een flink aantal mensen verdeeld over diverse groepjes in de achtertuin, waar ze als kind zo vaak in gespeeld had. Haar vele tantes waren druk met elkaar aan het kwebbelen, met hun glazen wijn in de hand en blosjes op de wangen. Haar ooms hielden zich iets verderop al ruim een uur bezig met de gehuurde biertap van Heineken. Er klonk wat onopvallende achtergrondmuziek uit de boxen, die Roos samen met Marc van het cateringbedrijf wonderwel geïnstalleerd had. De avondzon gaf de tuin een warme, roodachtige gloed en het licht brandende gevoel op haar blote armen voelde heerlijk aan. Roos pakte een glas rosé van de buffettafel voor Marieke en voor haarzelf. Dat had ze wel verdiend, vond ze.
‘Hé Roos.’
De stem van Jasper klonk vlak bij haar oor. Ze verslikte zich in haar slok rosé.
‘Jasper, hoi,’ zei Roos nadat ze oncharmant in zijn gezicht had gekucht. ‘Eh, dit is Marieke.’
‘Hoi Marieke, leuk je te ontmoeten. Ik zou je graag een hand geven, als ik er eentje vrij had,’ zei Jasper. Zijn gezicht vertrok even, waarschijnlijk van de grote schaal met eten die hij met beide handen stevig moest ondersteunen.
‘O, sorry! Daar kun je de schalen neerzetten, als je wilt,’ wees Roos.
‘Oké, dank je.’
En weg was hij. Roos keek Jasper na. Hij had een andere spijkerbroek aan, die hem zo mogelijk nóg beter stond. Daarbij accentueerde zijn strakke T-shirt zijn buikspieren. Spieren die ze bij Max nooit had kunnen ontwaren onder dat studentikoze buikje van hem.
‘Wat een lekker ding!’ zei Marieke. Haar ogen stonden wijd open. ‘Ik snap heel goed waarom je hem gewoon móést zoenen.’
Roos kon alleen maar knikken en het roerend eens zijn met haar vriendin. Ze bleef kijken naar Jaspers aangespannen armspieren.
‘Dames en heren. Het buffet is geopend.’ Roos sprak luid en duidelijk, met het oog op de leeftijdgenoten van haar oma die aan een tafel zaten, veilig op de betegelde ondergrond.
‘O, wacht!’ riep haar oma. ‘Maak nog even een foto, Rosa.’
Alle aanwezigen volgden elke beweging die Roos maakte terwijl ze met haar oma’s toestel – een analoge nog wel – een foto maakte van het rijtje huzarensalades dat Jasper en zijn vrienden netjes op de buffettafel hadden neergezet. Roos voelde vooral de ogen van Jasper en zijn twee vrienden op zich gericht, omdat zij haar eerder al haarfijn duidelijk hadden gemaakt dat huzarensalades en een hip zomerfeest wat hen betreft niet samengingen. Op de achtergrond hoorde ze Marieke zachtjes grinniken. Al haar hele leven had Roos zich afgevraagd waarom mensen in vredesnaam foto’s maakten van die dertien-in-een-dozijn huzarensalades. Ze wenste vurig dat dit de eerste en meteen laatste keer in haar leven was dat ze van zoiets een foto zou maken.
Het volgende uur wilde het feest niet echt van de grond komen. De gasten namen een bordje eten – of vijf, in het geval van haar oom Henk – en kletsten wat, maar de sfeer kwam er maar niet in.
‘Nu weet ik écht niet meer wat bij deze saaie mensen nog sfeerverhogend kan werken, hoor,’ verzuchtte Roos.
‘Trek het je niet aan. Je bent verantwoordelijk voor de organisatie, maar verder moet iedereen zichzelf vermaken,’ zei Marieke. ‘Ik haal nog even een roseetje. Dat werkt in ieder geval sfeerverhogend voor onszelf.’
Roos keek haar vriendin na. Haar blik kruiste daarbij per ongeluk die van Jasper. Roos glimlachte en draaide zich toen om. Dat ze zijn aanwezigheid overal waar ze stond voelde, maakte het er niet makkelijker op om met briljante ideeën voor het feest te komen. Roos vond dat ze er goed aan had gedaan om de vorige avond bij Jasper weg te lopen. Hoe kon ze nou vallen voor een jongen die haar jarenlang het leven zuur had gemaakt? Door al zijn gemene pesterijen had Jasper er bovendien voor gezorgd dat het Roos op de middelbare school ontbrak aan ook maar een greintje zelfvertrouwen. Aan de andere kant kreeg ze het elke keer dat ze naar Jasper keek bijzonder warm – trouwens ook als ze gewoon in haar eentje op haar kamer zat en aan hem en de avond in het park dacht. Toen had ze hem een superleuke jongen gevonden. Dat was toch niet voor niets?
Roos had er nog uren langer over kunnen filosoferen, ware het niet dat de hemel plotseling naar beneden leek te komen. Het begon te regenen, en niet zo’n klein beetje ook. Roos proefde de regendruppels op haar bovenlip en voelde dat haar lange haren en zomerjurk met subtiele stippen met de seconde zwaarder werden. Er volgde een donder die gevaarlijk hard klonk.
‘Aaaaah! Rennen!’ hoorde Roos de aanwezigen door elkaar roepen. Of, in het geval van haar oma: ‘Och heden, mijn permanent!’ Roos’ moeder, die dankzij een extreme variant van Norit nu helemaal niet meer naar de wc hoefde, leidde oma zo snel als mogelijk was naar een stoel onder het zonnescherm.
‘Roos, kom!’ Marieke trok haar vriendin aan haar arm mee naar een afdakje waar ze net met z’n tweeën onder pasten. Het was een merkwaardig gezicht: alle gasten die met hun doorweekte feestkleding en haren als een helm rond hun hoofd geplakt op een kluitje onder de partytenten stonden. Beteuterd keken ze op naar de lucht, waar de regen met bakken uit naar beneden kwam. De saladeschalen waren binnen een mum van tijd gevuld met regenwater en er was letterlijk water bij de wijn gedaan. Roos had er hard om kunnen lachen als ze zich niet zo ontzettend verantwoordelijk had gevoeld. Na een dag of tien drukkende zomerhitte kwam deze regenbui, compleet met donder en een enkele bliksemschicht, misschien niet als een verrassing, maar wel ronduit ongelegen.
‘Olé! Hola señores y señoras!’
Alle hoofden draaiden zich naar het paadje aan de rechterkant, vanwaar je de tuin vanaf de voorzijde in kon lopen.
Roos’ mond viel open en ze zag dat ze niet de enige was. Alle familie, vrienden en kennissen keken hun ogen uit, de ene blik van afkeuring volgde de andere op.
Roos keek recht in het uitbundig lachende gezicht van een Zuid-Amerikaanse vrouw. Dat moest Salsa Sonia zijn. Maar dat niet alleen. Achter haar stonden zes mannen met ontbloot bovenlijf, perfect gebruind en gespierd. Marieke keek Roos met grote ogen aan en staarde vervolgens ongegeneerd naar de latinomannen, die als een typisch geval van It’s Raining Men ineens voor hun neus waren verschenen. Normaal gesproken zou Roos daar ook wel van kunnen genieten, het waren het soort torso’s waar je graag een poster – of beter nog: een gipsafdruk – van wilde hebben. Maar niet hier in Wolfheze, met deze mensen om haar heen. Het voelde nu meer alsof Roos met haar keurige ouders naar die eindeloze bedscène van Brad Pitt in de film Meet Joe Black zat te kijken.
‘Shit,’ zei Roos zachtjes.
‘Had ik je niet gezegd dat je dat achterlijke salsa-idee moest schrappen?!’ siste haar moeder in haar oor. Ze was woedend.
‘Maar, dat heb ik ook gedaan!’ sputterde Roos tegen. ‘Laat maar, ik regel het wel. Dit is gewoon een misverstand.’
Vol goede moed stapte Roos af op de salsadansers, overtuigd dat ze het wel even op zou lossen. Tot haar grote opluchting merkte Roos op dat de regenbui even snel was opgehouden als die was gekomen. De lucht werd langzaamaan minder grauw en het zag ernaar uit dat het toch nog een aangename zomeravond kon worden.
‘Sonia, het spijt me. Maar ik had toch op je voicemail gezegd dat het niet door kon gaan?’ zei Roos.
‘No, no, no,’ antwoordde de vrouw beslist. Roos had meteen in de gaten dat ze een temperamentvolle dame
tegenover zich had. ‘Caramba! No no no niña! Más hombres, que ha dicho!’
‘Sorry, wat zegt u? Ik begrijp het niet,’ zei Roos. Het klonk een tikkeltje wanhopig en zo voelde ze zich ook. Zeker met de ogen van alle gasten die in haar rug prikten.
Salsa Sonia sloeg haar armen demonstratief over elkaar en trok haar donkere wenkbrauwen in een diepe frons. Ze ratelde aan één stuk door, op niet mis te verstane toon. Hoewel Roos geen woord verstond van wat Sonia zei, kon ze wel raden dat de vrouw allesbehalve blij was.
‘Jij wel betalen,’ zei Sonia. Het waren haar eerste woorden Nederlands, en meteen ook haar enige. Daarna ging ze weer even vloeiend over op het Spaans. De mannen achter haar stonden er meer voor de sier dan dat ze werkelijk een inhoudelijke bijdrage aan het gesprek leverden. Ze hadden het duidelijk een beetje koud gekregen en de uiterlijke vertoning daarvan leidde Roos meer af dan ze wilde.
‘Puedo ayudar?’ vroeg Jasper.
Verbaasd keek Roos opzij. Omdat ze Jasper niet aan had horen komen, maar vooral omdat hij klaarblijkelijk wél dezelfde taal sprak als de salsalerares.
‘No estoy para nada de lo que llegó hasta aquí?!’ zei Sonia. Haar gezicht stond op onweer.
‘Hmm. Creo que es un malentendido,’ reageerde Jasper rustig.
Roos luisterde met open mond naar het gesprek van het tweetal. Hoewel ze niet begreep wat ze zeiden, was ze opgelucht dat Jasper haar te hulp was geschoten. Bovendien paste dat Spaans prima bij hem. Het maakte zijn stem nog sexier, vond Roos.
‘Ah!’ zei Sonia na een paar minuten. Ze schaterde het uit en sloeg Jasper, die uitbundig teruglachte, gemoedelijk op zijn schouder.
‘Wat is er?’ vroeg Roos voorzichtig.
Jasper draaide zich om, lachend, en keek haar aan met een gezicht dat van onder tot boven mee lachte. ‘Sonia heeft begrepen dat je juist vroeg of ze met méér mannen wilde komen om ‘al die saaie, oude vrouwen’ te entertainen. Vandaar dat ze die zes lekkere latino’s heeft meegenomen voor je oma.’
Roos voelde dat haar wangen een kleur kregen. Ze voelde ook dat het geen schattige blosjes waren, maar gewoon één grote, donkerrode vlek.
‘Eh, o,’ stamelde ze. Roos richtte haar blik op de vochtige tegels. ‘En nu?’
‘Ik heb geregeld dat je maar de helft hoeft te betalen. Vind je dat oké?’
Roos knikte. Net toen ze het met de salsalerares en haar gespierde mannelijke harem wilde afhandelen, keek Roos achterom. Ze zag de verregende tuin en de uitgestreken gezichten van de gasten. Op de achtergrond hoorde ze de zachte tonen van het zoveelste dramatische schuifelliedje. Genoeg, dacht Roos.
‘Wacht!’ riep ze. De salsalerares en de zes heerlijke mannen draaiden zich om. ‘Jasper, zeg even dat ik wil dat ze tóch gaan dansen en dat ze wat van dit vreselijk saaie feest maken. Als het moet, betaal ik haar zelfs het dubbele!’
Marieke stak enthousiast twee duimen in de lucht. Jasper glimlachte naar Roos en vertaalde haar smeekbede in vloeiend Spaans. Wat was Roos onder de indruk van hem. Maar ook van zichzelf. Ze zou dat ingekakte zootje weleens wat laten zien!
Sonia pakte de hand van de latino die naast haar stond en trok hem mee naar de geïmproviseerde dansvloer, die Erwin en Marc van het cateringbedrijf snel hadden vrijgemaakt van meubilair en mensen. Marieke bedacht zich geen moment en greep een van de andere dansers vast. De overige vier latino’s haalden een vrouw uit het publiek, onder wie Roos’ oma.
‘Dat kan echt niet, hoor!’ hoorde ze haar moeder nog roepen. Maar de mooie man lachte alleen maar en trok oma
– voorzichtig, dat wel – mee de dansvloer op. Jasper zorgde ervoor dat er harde, opzwepende salsamuziek uit de boxen schalde, Erwin stortte zich op een nieuwe aanvoer van drank zonder regenwater en Marc maakte het geheel af met sfeervolle verlichting.
Roos’ wangen glommen en ze straalde met heel haar gezicht. Ze genoot van alles wat ze zag: de zwierige, lange jurk van Sonia die van links naar rechts wapperde, de tomeloze passie die uit haar ogen spatte en de buitengewoon sexy moves van de mannelijke dansers. De gezichten van Marieke, familie en kennissen die straalden en het gezamenlijke gelach dat vanuit alle hoeken van de tuin opsteeg. De swingende muziek en de geur van nat gras vermengd met die van een warme zomeravond. De rosé die iemand in haar hand had gedrukt en waarvoor ze diegene heel erg dankbaar was.
‘Wat een geweldig feest!’ klonk het verderop.
‘Het beste feest sinds… Ik weet niet eens meer wanneer!’
‘Mijn dochter heeft het georganiseerd. Leuk idee, hè, dat salsa?’ hoorde Roos haar moeder zich in het gesprek mengen. Ze draaide haar hoofd in de richting waar het geluid vandaan kwam en ving nog net een welgemeende glimlach op van haar moeder. Maar het allermooiste beeld van de avond was nog wel Roos’ oma, die zich over de dansvloer liet leiden door een jonge, gespierde latino. Stiekem greep ze zijn ontblote bovenlichaam stevig vast, zodra ze daartoe de kans kreeg. Oma Klaag was in geen velden of wegen te bekennen.
‘Rosa, dit is fantastisch! Ik ga ook op salsa!’ schalde haar uitzinnige oma over de dansvloer.
Roos kon een lach niet onderdrukken. Vanuit haar ooghoeken zag ze opeens een mannenhand. Ze keek ernaar, en vervolgens naar het gezicht dat bij de uitgestoken hand hoorde.
‘Jasper,’ zei Roos. Ze keek hem recht aan, zonder zich druk te maken over alles waar ze zich de hele avond al druk over maakte. Of ze hem wel of niet had moeten zoenen en of ze wel of niet weg had moeten lopen. ‘Je bent geweldig.’ De drie woorden rolden over Roos’ lippen voordat ze er erg in had. Eigenlijk vond ze het ook niet erg, want ze meende het.
‘Dat had je nog van me te goed,’ antwoordde Jasper.
Hij bekeek Roos van top tot teen. Met zijn rechterhand streelde hij even over de zachte stof van haar zomerjurk. ‘Die stippen, dat is wel echt iets van jou, hè?’ zei hij.
Roos knikte.
‘Stiekem vond ik je al leuk vanaf het moment dat je dat mooie, blauwe jurkje aanhad, met die witte stippen.’
‘Dan had je wel een heel rare manier om dat te laten merken.’
Nu was het aan Jasper de beurt om zich ongemakkelijk te voelen. ‘Ach, je weet toch wat ze zeggen: meisjes plagen, kusjes vragen?’
Roos wist precies wat hij bedoelde en daarmee was hun ongelukkige verleden wat haar betrof afgehandeld. Weg, in de container ermee.
‘Waar heb je zo goed Spaans geleerd?’ vroeg Roos.
Jasper vertelde dat hij tijdens zijn wereldreis een aantal maanden in Zuid-Amerika was geweest, voor het afsluitende onderzoek van zijn bachelor Geschiedenis.
‘Wil je met me dansen?’ vroeg Jasper. Hij stak zijn hand opnieuw naar haar uit.
‘Kun jij salsadansen dan?’ vroeg Roos verbaasd.
Jasper haalde zijn schouders op. ‘Dat zal je wel zien.’
Roos liet zich meevoeren naar de dansvloer. Jasper trok haar dichter naar zich toe en keek haar recht in haar ogen met een zelfverzekerde blik. O ja, hij kon zeker salsadansen, dat voelde Roos vanaf het allereerste moment. Jasper zwierde met haar over de dansvloer alsof hij nooit iets anders had gedaan. Ze passeerden oma, die nog steeds de tijd van haar leven had, haar vader en moeder, die hun Hollandse houterige salsa compenseerden met hun gelukkige gezichten, en Marieke, die leek te zijn vergroeid met Mister Latino. Roos voelde Jaspers lichaam tegen het hare en genoot van zijn warmte en zijn bewegingen.
Aan de rand van de dansvloer, op een zodanige afstand dat niemand hen kon horen, hield Jasper stil. Nog steeds stonden ze zo dicht op elkaar dat Roos alles, maar dan ook echt alles van hem kon voelen. Ze kon zich niets mooiers voorstellen dan dit moment – behalve dan nóg dichter bij hem te zijn binnen de muren van haar studentenkamer, zonder haar familie als pottenkijkers. Met nog minder kleren aan dan de mannelijke salsadansers, als het aan haar lag.
Langzaam boog Jasper zijn gezicht naar Roos toe. Ze sloot haar ogen en wachtte op de zoen, die niet kwam. Met tegenzin trok ze haar oogleden weer van elkaar.
‘Wat is er?’ vroeg Roos.
‘Als ik je zoen, beloof je dan dat je niet weer weg zult rennen?’ grapte Jasper.
‘Beloofd,’ zei Roos.
Ze voelde zijn lippen eerst zachtjes langs de hare strijken, voordat Jasper haar echt zoende. Eerst voorzichtig en daarna met dezelfde passie als waarmee hij de salsa danste. Ze kuste terug. Het was een fantastische zoen. Daarmee vergeleken was hun eerste zoen in het park nog maar een heel klein voorproefje geweest. Ze had geen idee hoelang ze daar stonden te zoenen en dat haar familie aanwezig was, kon haar ook geen moer schelen. Eindelijk gaf ze gewoon aan zichzelf toe dat ze verliefd was op Jasper, ondanks hun valse start. Ze was zelf toch ook al lang niet meer die onzekere Calimero?
Jasper keek Roos aan en zij keek terug. Ze zeiden niets. Ze lachten alleen maar belachelijk gelukzalig naar elkaar.
‘Zuid-Amerika,’ zei Roos vanuit het niets.
Hij keek haar aan met een vragende blik. ‘Wat?’
‘Je vroeg me waar ik graag heen zou willen, als ik mocht kiezen en geld geen issue was,’ legde Roos uit. ‘Ik weet het nu: ik wil naar Zuid-Amerika. Spaans leren en salsadansen.’ Dit was de Nieuwe Roos, die zin had om een avontuur van haar leven te gaan maken. Saai en voorspelbaar zijn deed ze wel tegen de tijd dat ze haar eigen tachtigste verjaardag zou vieren.
‘Eh, mooi,’ zei Jasper.
‘Met jou,’ voegde Roos eraan toe.
Jasper keek verrast en begon te lachen. ‘Afgesproken,’ zei hij. ‘Volgende zomer zitten wij samen in Zuid-Amerika.’
Roos lachte terug. Ze kon haast niet wachten tot volgende zomer. Gelukkig begon die in sommige delen van Zuid-Amerika al in september.


Heb je genoten van dit verhaal? Wil je dan een recensie achterlaten op Hebban, Goodreads, Boekenwereld of Bol.com?

Genoten van Caramba? Dan is dit misschien ook wel iets voor jou!

Misschien ooit (Misschien #1)

Misschien ooit van Colleen Hoover neemt je mee in de onwaarschijnlijke liefde tussen een dove singer-songwriter en het meisje dat hem uit zijn writer's block helpt. Een heerlijk boek voor iedereen die houdt van een Amerikaanse setting, knetterende vonken en een achtergrond van songteksten en muziek.

Auteur Colleen Hoover bracht samen met Griffin Peterson een soundtrack uit met de nummers uit Misschien ooit, gratis te beluisteren op maybesomedaysoundtrack.com. Dus kruip op de bank, druk op play, sla het boek open en beleef Misschien ooit.