Nieuwsbrief

Martini, stirred not shaken – Marijke van den Elsen

Martini, stirred not shaken

De meeste mensen in haar omgeving vinden Marte een ijskonijn. Als ze van haar zusje Fieke een lijst krijgt met ideeën om eens uit de band te springen, gaat ze overstag. Bij het ontzettend foute The Beachclub probeert ze een beetje los te komen. Daarvoor heeft ze wel wat Martini's nodig.

Marijke van den Elsen

Marijke van den Elsen heeft vijf dagen per week alle aandacht voor haar man en haar kinderen, maar twee dagen per week sluit ze zich op in haar schrijfkamer. Dan gaat ze helemaal op in het boek waaraan ze werkt.


‘Jeroen, zou je hier even naar willen kijken?’ vraag ik en ik kijk op van het dossier. Ik voel mijn adem stokken. Het dossier glipt uit mijn handen. Het liefst zou ik meteen de deur weer dichtdoen, maar dat kan niet. Mijn voeten zitten aan de grond vastgeplakt. Mijn ogen reageren ook niet meer op het commando wegkijken. Het is alsof ik niet eens meer kan knipperen. Voor me zie ik een scène die ik het liefst meteen en voor altijd uit mijn geheugen wil wissen, maar ik weet nu al dat dit niet zal gaan. Jeroen, mijn perfecte vriend sinds zes maanden, zit op zijn bureaustoel, en Suzan, de secretaresse van de afdeling, zit op zijn schoot. Haar rokje, dat toch al veel te kort was, is nog verder omhoog gekropen, en haar blouse hangt open.

Verschrikt kijkt ze om.

Jeroen is als eerste in staat om iets te zeggen. Hij kijkt naar Suzan. ‘Je had de deur toch op slot gedraaid?’

Dat is alles. Hij is boos op Suzan, het is blijkbaar haar schuld dat ik hier nu getuige van moet zijn.

Eindelijk voel ik dat mijn voeten loskomen van de vloer. Zonder iets te zeggen sluit ik de deur. Ik loop door naar het toilet. Pas wanneer ik de deur van het wc-hokje op slot draai, sta ik mezelf toe om te huilen. Hoe kon dit gebeuren? Jeroen was de ideale vriend. Knap, intelligent, humor en een mooie toekomst hier op kantoor. Hoe kan het dat hij op die sloerie van een Suzan valt? Ik huil zonder geluid te maken. Ik moet er niet aan denken dat iemand me hoort. Godzijdank was onze verhouding geheim. Dat scheelt een hoop gedoe en geroddel achter mijn rug om.

Ik kijk op mijn horloge. Over vijftien minuten is mijn volgende afspraak. Ik pak wat wc-papier, droog mijn natte wangen en dep mijn ogen. Ik snuit zachtjes mijn neus en sta dan op. Ik luister. Er is niemand. Ik open de deur van mijn hokje en loop naar de spiegel boven de wastafel. Mijn mascara is doorgelopen en mijn ogen zijn rood. Ik maak het puntje van een papieren handdoekje nat om mezelf daarmee te fatsoeneren. Ik haal even diep adem zoals ik het op yoga geleerd heb en loop dan met een stevige pas terug naar mijn kantoor.

Op mijn bureau ligt het dossier dat ik heb laten vallen. Er zit een geeltje op met de tekst: Kan ik je straks spreken? Jeroen. Ik heb helemaal geen zin om hem te zien, laat staan dat ik met hem wil bespreken wat ik allemaal gezien heb. Ik pak het geeltje en verfrommel het. Daarna gooi ik het in de papierbak.

Het is tijd voor mijn afspraak. Helaas is dit een case die ik samen met Jeroen doe. ‘Geen paniek,’ zeg ik tegen mezelf, ‘je bent een professional. Je kunt dit. Gewoon zakelijk blijven, niets aan de hand.’ Ik zie weer hoe Suzan daar bij hem op schoot zat. Ik schud met mijn hoofd in een poging dat beeld uit mijn hoofd te krijgen. Ik pak het dossier en controleer of alles erin zit. Dan recht ik mijn rug en loop ik naar de afgesproken vergaderruimte. Jeroen is er al en de klant gelukkig ook. Normaal vind ik het vervelend wanneer we geen tijd hebben om van tevoren te overleggen, maar nu ben ik vooral opgelucht.

Tijdens de vergadering zitten Jeroen en ik naast elkaar. Af en toe kijkt hij naar opzij. Ik kan niet zo goed zien wat hij denkt. Het lukt me om de knop om te zetten en me te focussen op de cliënt en zijn probleem.

Na afloop ben ik als eerste weer weg. In mijn kantoor doe ik meteen de deur dicht. Het liefst wil ik tegen mijn secretaresse zeggen dat ik niet gestoord wens te worden, maar mijn secretaresse is Suzan, en die wil ik voorlopig niet spreken.

Ik hoor een klop op de deur. Rara wie zal dat zijn? Het is inderdaad Jeroen. ‘Mag ik binnenkomen?’

‘Liever niet.’

Hij negeert mijn opmerking en stapt mijn kantoor binnen, waarna hij zorgvuldig de deur sluit.

Ik ga staan zodat ik niet tegen hem hoef op te kijken. Ik wacht tot hij wat zegt.

‘Marte, het spijt me.’

‘Wat spijt je? Dat onze relatie ten einde is of dat ik je betrapt heb met die slet.’

‘Je wilt het zeker niet nog een keer proberen?’

Zo, die durft. ‘Het spijt me, maar ontrouw kan ik alleen vergeven bij iemand die dat waard is. O wacht, zo iemand heeft helemaal geen vluggertje met de secretaresse.’

‘Het was de eerste keer. Dit doe ik normaal nooit. Ze was zo opdringerig en ineens zat ze op mijn schoot. Echt, ik val helemaal niet op zulke types. Dat weet je toch wel?’

‘En de mannen waar ik op val zijn gewoon eerlijk. Die accepteren de consequenties van hun gedrag.’

‘Dan heb ik slecht nieuws voor je. Zo’n man bestaat niet. Elke gezonde heteroman zou iemand als Suzan niet kunnen weigeren.’

Ik probeer rustig te blijven wanneer ik zeg: ‘Mijn kantoor uit. Ik wil je nooit meer zien.’

‘Misschien kun jij je dan beter laten overplaatsen.’ Hij loopt naar de deur, maar voordat hij die opent kijkt hij even over zijn schouder. ‘Tot morgen. We hebben een extra vergadering met meneer Eikers. Er zijn nieuwe ontwikkelingen.’

Ik bal mijn handen tot vuisten. Hoe heb ik ooit kunnen denken dat deze klootzak misschien wel de ware was? De deur van mijn kantoor is dicht. Ik krijg haast geen adem meer. Ik dwing mezelf rustig in en uit te ademen. Na een tijdje merk ik dat mijn handen niet meer trillen. Ik ga zitten en richt me op het dossier dat voor me ligt. Het duurt een tijdje voordat ik me weer helemaal kan focussen op de problemen van een ander.

*

Het is zaterdagnacht. Vanmiddag stond plotseling mijn zusje Fieke samen met mijn broers Paul en Jaap voor de deur. Ze wilden samen met mij Amsterdam onveilig maken. Dat was geen succes. En nu moet ik mijn comfortabele tweepersoonsbed delen met Fieke.

‘Schuif eens op. Ik lig altijd aan de linkerkant.’

‘Waar is Jaap?’

‘We hebben geruild.’ Ik stap in bed en ga op mijn zij liggen. ‘Als je mijn dekens jat, jat ik ze terug, hoor.’

‘Prima.’ Fieke draait zich ook op haar zij, met haar rug naar mij toe. Ik doe net alsof ik als een blok in slaap val, maar in werkelijkheid ben ik klaarwakker. Ik denk aan wat Jaap zei over dat hij niet op zoek is naar de perfecte vrouw. En ik denk aan het etentje van vanavond. Hoe kan Fieke zo nonchalant doen over wat er gebeurd is? Ik zie Jeroen weer samen met Suzan. Waarom lukt het me niet om dat beeld uit mijn hoofd te krijgen?

Fieke draait zich om. ‘Marte?’

Ik wil mijn oren sluiten, want ik ben boos, en niets van wat zij zegt kan daar iets aan veranderen.

‘Ik vind het rot voor je dat jij je vriend met een ander hebt betrapt.’

Ik zwijg.

‘Wil je er misschien over praten? Dat lucht bij mij ook altijd heel erg op.’

Dat zal best ja, ze is een echte kletskous. ‘Bij mij niet. Hou nu je mond, ik wil slapen.’

‘Natuurlijk.’

Gelukkig ze is stil. Kan ik eindelijk gaan slapen.

‘Hoelang hadden jullie wat?’

Ze kan het ook niet laten, hè? ‘Dat gaat je niets aan.’

‘Sorry.’

Ik herschik het kussen onder mijn hoofd en ga weer liggen. Hopelijk begrijpt ze de hint.

Maar mijn zus is onverbeterlijk. ‘Werkt ze nog steeds bij jou op kantoor?’

Ik kan natuurlijk vragen wie ze bedoelt en dan kan ik weer zeggen dat ze haar mond moet houden, maar ik weet nu al dat ze dat toch niet doet. Waarschijnlijk is het beter om haar nieuwsgierigheid te bevredigen. Des te sneller kan ik gaan slapen. ‘Ik heb mezelf laten overplaatsen.’

‘Heel verstandig.’

‘Nee, dat was helemaal niet verstandig.’ Ik ga rechtop zitten. ‘Het was laf en oneerlijk, want ik stond op het punt om promotie te maken en dat gaat nu niet door.’ Ik bal mijn handen tot vuisten als ik weer denk aan Jeroen en zijn zelfvoldane grijns toen hij het nieuws hoorde. ‘Heb je nog meer vragen? Ik doe mijn best om hem te vergeten en dat lukt zo niet.’

‘Je moet niet alles opkroppen, dat is niet gezond.’ Fieke gaat nu ook zitten.

‘Voor jou misschien. Ik ben anders. Ik ben niet dat onbezorgde vrolijke kind dat nooit problemen ziet. Er zijn altijd problemen en ik zie ze allemaal, stuk voor stuk.’ Ik ben doodop, maar gek genoeg ook een beetje opgelucht, alsof ik iets kwijt ben alleen maar door het uit te spreken.

‘Misschien is dat je probleem wel. Je bent te negatief.’

Ze heeft gelijk, is het enige wat ik kan denken.

‘Probeer het eens van de positieve kant te bekijken. Je weet het, hè? Elk voordeel heb zijn nadeel,’ zegt ze in een niet al te beste Cruijff-imitatie.

‘Het is ‘elk nadeel heb zijn voordeel’, en nee, daar ben ik het niet mee eens. Ik zou niet weten hoe ik het feit dat mijn vriend het zo nodig moest doen met de secretaresse – die by the way van de hele afdeling was…’

Fieke probeert haar lachen in te houden, zij denkt natuurlijk aan heel andere dingen.

Ik zucht. ‘… op een niet-seksuele manier natuurlijk – mij gaat helpen.’

‘Nu weet je in ieder geval wat een klootzak het is. Anders was je daar na een paar jaar achter gekomen als je al lang en breed getrouwd was met kindertjes en zo.’

Hoe kan Fieke weten dat ik weleens stiekem gefantaseerd heb over hoe de toekomst er samen met Jeroen uit zou zien? In die fantasie liepen inderdaad een paar schattige kindjes en een labrador in een mooie tuin ergens in Amsterdam-Zuid. ‘Misschien heb je wel gelijk.’

Fieke doet net alsof ze van verbazing uit bed valt. ‘Wat zeg je?’

‘Ja dag, ik ga het niet nog een keer herhalen, je hebt best gehoord wat ik zojuist gezegd heb.’ Stiekem vind ik het wel leuk. Het is lang geleden dat ik een goed gesprek met haar had. Nu ik erover nadenk, kan ik me geen normaal gesprek herinneren.

‘Ik heb een idee.’

‘Kom maar op.’ Ik ben benieuwd. Fieke kennende zal het wel een of ander belachelijk plan zijn.

‘Wees eens wat positiever en bedenk dat het glas niet altijd halfleeg is.’

Is dat alles wat ze kan bedenken? Ben ik zo’n hopeloos geval? Ik voel me ineens erg moe. ‘Weet je wat? Ik ga nu slapen en als ik morgen wakker word, dan is de wereld ineens een stuk mooier. Geen regen meer, alleen maar zonneschijn. En als ik dan bij de bakker ben, staat daar de man van mijn dromen. Het is liefde op het eerste gezicht. We trouwen onmiddellijk, krijgen kinderen, nemen natuurlijk een hond en we leefden nog lang en gelukkig. Dank je wel, Fieke, voor dit fantastische advies.’

‘En waarom denk je dat alles vanzelf gaat?’

‘Dat denk ik helemaal niet, ik maakte een grapje.’ Dat zal ze toch wel doorhebben?

‘Je kunt het toch in ieder geval proberen? Ga een keer naar een kroeg waar je niemand kent. Stap op een willekeurige man af en begin een praatje met hem. Denk er niet over na of hij potentie heeft als echtgenoot, laat je checklist thuis en luister naar wat je buik je vertelt.’

‘Ja maar…’ Ik kan wel duizend redenen bedenken waarom ik no way een kroeg binnenstap enkel en alleen om een man te scoren. Los van alle akelige ziektes die je kunt oplopen is er een reden waar ik niet omheen kan, en dat is dat ik een lafbek ben als het om mannen gaat.

Maar Fieke wil het allemaal niet horen. ‘Niks ja maar. Weet je wat? We gaan een nieuwe checklist voor je maken met allemaal dingen die je nooit zou doen.’

‘Wat zeg je?’ Ik zie de bui al hangen. Dadelijk wil ze dat ik een glas sterkedrank ad fundum opdrink. Of misschien komt ze met van die geestverruimende paddo’s aanzetten, waarna ik allemaal dingen ga vertellen die ik liever niet met anderen deel. ‘Je kunt me niet dwingen om iets te doen tegen mijn wil.’

Fieke glimlacht. ‘Ik ga een lijstje opstellen waar je rode oortjes van krijgt, maar waarvan niemand ooit te weten komt dat je het gedaan hebt. In ieder geval niet je collega’s of je vrienden.’

Wat bedoelt ze daar nu weer mee?

Fieke slaat een arm om me heen. ‘Het gaat leuk worden, zusje, trust me.’

Haar vertrouwen? In nog geen duizend jaar. Toch ben ik wel nieuwsgierig. ‘Nou, kom maar op dan.’

‘Wil je het echt gaan doen?’

Houdt ze me voor de gek? Maakte ze een grapje en ben ik er ingetrapt? Ik voel me nijdig worden. Ze zit me gewoon te stangen. Ik duw haar arm weg, geef mijn kussen een stomp en ga liggen. ‘Ik ga slapen.’

‘Hé, Marte, wat is er nu aan de hand? Je vond het toch een leuk idee?’

‘Welterusten.’ Ik trek het deken over me heen. Ik wil met rust gelaten worden.

‘Nou, dan niet.’ Fieke gaat ook liggen. Ze klinkt een beetje teleurgesteld. Zou het dan toch geen grapje zijn? Het kan me niet schelen. Dingen doen die ik eigenlijk niet durf en an bedacht door een zus die alles doet zonder ook maar een seconde na te denken over de consequenties, dat kan niet goed gaan, toch?

Ik hoor hoe ze uit bed gaat en naar het toilet gaat. Het duurt erg lang, maar ik weiger om ook uit bed te gaan en haar te gaan zoeken. Ik denk na over Fieke. Misschien doet ze vaak onbezonnen dingen, maar het levert haar ook veel leuke momenten op, dat weet ik zeker. Als ik heel eerlijk ben dan zou ik best wel een keer met haar willen ruilen en mee willen maken wat zij meemaakt.

Ik zucht. Dat gaat niet gebeuren. Met een onbevredigend gevoel val ik niet lang daarna in slaap.

*

Lieve Marte,

Mocht je je bedenken, hieronder je lijstje met de vijf dingen die je nooit durfde (tot nu dan ?):

  • spijbelen;
  • karaoke in een karaokebar;
  • naar The Beachclub (zoek op The Beachclub Amsterdam, check de dresscode!);
  • onenightstand;
  • zonder slipje naar kantoor.

Tip: als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Je mag me altijd bellen voor advies.

Liefs, Fieke XXX

Ik ga zitten terwijl ik het briefje nogmaals lees. Ze heeft gelijk. Ze heeft helemaal gelijk. Hoe kan het dat die losbol van een zus van mij ineens zo wijs is? Naar kantoor zonder slipje? Ik begin al te blozen als ik eraan denk. Dat hebben mijn collega’s meteen door.

Wat een onzin, natuurlijk hebben ze dat niet door. Ze kunnen toch niet door mijn kleren heen kijken? Waarom zou ik het niet een keer proberen? Gelukkig staat dit pas als laatste op het lijstje. Morgen is het vrijdag. Ik heb geen afspraken en natuurlijk kan ik best een vrije dag nemen; ik heb er genoeg. Maar dat doe ik niet. Ik ga me ziek melden. En dan lekker de hele dag in bed voor de televisie hangen.

Ik kijk op mijn horloge, het is halfacht. Precies genoeg tijd om in de winkel lekkere dingen te kopen zodat ik er morgen niet uit hoef.

*

‘Hoi, met Marte.’

‘Dag Marte, hoe gaat het?’ Het is Diederik, mijn baas.

‘Ik bel om me ziek te melden.’

‘Wat vervelend. Wat heb je?’

Ik doe net alsof ik moet hoesten en daarna zeg ik zo zielig mogelijk: ‘Alles doet pijn, mijn hoofd, mijn spieren, en ik heb ook koorts.’ Gisteravond heb ik op internet gezien dat de griep heerst en meteen ook opgezocht wat de symptomen zijn.

‘Dat klinkt als griep. Moet ik nog afspraken voor je verzetten?’

‘Nee, dat is niet nodig, dank je wel.’ Mijn hart bonst in mijn keel. Zou hij iets in de gaten hebben?

‘Prima. Laat me weten als we iets voor je kunnen doen, oké?’

‘Dank je.’

‘Beterschap en tot ziens.’

Door zijn vriendelijkheid voel ik me ietwat schuldig. Niet doen, zeg ik meteen tegen mezelf, je werkt hard genoeg. Een keer een dagje voor jezelf mag best.

De rest van de dag slaap ik en kijk ik alle films waar ik nooit aan toekwam. Het valt me op dat mijn mobiel erg stil is. Normaal word ik elke dag wel een paar keer gebeld, ook als ik een vrije dag heb opgenomen. Kennelijk heeft Diederik iedereen ingeseind dat ik ziek ben. Wat een rust. Voordat ik ga slapen, pak ik het briefje van Fieke en ik streep ‘spijbelen’ door.

Zaterdag heb ik er helemaal zin in. Op internet ga ik op zoek naar een karaokebar. Dat is lastiger dan ik dacht. Op mijn zoekterm ‘karaoke Amsterdam’ komen slechts een handvol cafés naar boven die er allemaal niet erg aanlokkelijk uitzien. Dan eerst maar The Beachclub. Zou de volgorde belangrijk zijn? Stiekem pas ik het lijstje van Fieke aan. Daar komt ze toch nooit achter.

Dus google ik The Beachclub en wat ik daar lees, staat me wel aan. The Beachclub is een bijzondere club. Als je bij ons binnen bent, waan je je op een tropisch eiland. Ik krijg plotseling zin in de zon. Ik lees nauwkeurig de rest van de site. Het is een club in een deel van Amsterdam waar ik eigenlijk nooit kom, waardoor de kans dat ik een bekende tegenkom bijzonder klein is. Fluitend ga ik aan de slag om me voor te bereiden.

Boven de deur hangt een bord met een grote golf erop. Daardoorheen staat in zonnige letters The Beachclub.

Ik doe de deur open en voel onmiddellijk een aangename warmte. Het voorportaal is schimmig en donker. Een man, waarschijnlijk de uitsmijter, zit op een barkruk naast een zwarte dubbele deur die toegang geeft tot de club. Hij bekijkt me van top tot teen. Wanneer hij mijn blote benen ziet, begint hij te grijnzen. ‘De garderobe is aan de rechterkant.’ Hij wijst naar rechts.

Nu mijn ogen enigszins aan het duister gewend zijn, zie ik een bar met daarachter een bordeauxrood velours gordijn. Ervoor staat een blonde dame met niet meer dan een bikinitopje aan. Dit is toch niet zo’n tent waar alleen mannen komen? Ik twijfel. Ik kan nu nog terug.

Nee, Marte, je bent al zo ver. Je kunt op zijn minst kijken hoe het er binnen uitziet.

Langzaam open ik de knopen van mijn jas en ik geef hem aan het blonde meisje. ‘Da’s dan een euro.’ Ik grabbel in mijn tas op zoek naar mijn portemonnee en geef haar het geld.

Ze geeft mij een roze briefje met een nummer. ‘Vergeet je schoenen niet.’ Ze wijst naar mijn voeten.

‘Dat zijn zomerschoenen, dat is toch bijna hetzelfde als slippers?’

‘Sorry, iedereen heeft hier slippers aan.’

‘Ik heb geen slippers bij me.’ Ik heb überhaupt geen slippers in mijn kast staan. Gaat ze me nu de toegang weigeren enkel en alleen omdat ik geen slippers aanheb?

Het meisje zucht. ‘Kom maar mee.’

Achter het dikke bordeauxrode gordijn staan een paar houten bankjes met aan de achterkant een rij kluisjes. Daarnaast staat een kast met nieuwe slippers. Het meisje loopt naar de kast. ‘Ze zijn tien euro per paar. Welke maat heb je?’

‘Achtendertig.’

‘Wit of roze?’

Ik kijk naar mijn rode jurk. ‘Doe maar wit.’ Tien euro voor een paar simpele teenslippers vind ik een hoop geld. Het maakt me wel nieuwsgierig wat er achter die dubbele deur zit. Ik stop mijn schoenen in een kluisje en loop dan op mijn slippers terug naar de uitsmijter. Ik haal even diep adem. Vooruit, Marte, je kunt het. Mijn hand ligt al op de klink wanneer ik de uitsmijter hoor roepen: ‘Ho, mevrouwtje, niet zo snel. De entree is vijftien euro.’

Verbaasd kijk ik hem aan. ‘Wat? Zo veel?’

Hij knikt.

Zuchtend pak ik mijn portemonnee. ‘Ik kan zeker niet pinnen?’

‘Sorry.’

Ik geef hem een briefje van twintig en wacht op mijn wisselgeld. Voordat ik hem kan tegenhouden heb ik een stempel van een dolfijn op mijn hand. Leuk, kan ik morgen de hele dag met mijn hand in het water om het er weer af te krijgen. Maandag heb ik een belangrijke afspraak en dan is zo’n dolfijn bijzonder onprofessioneel. Ik krijg hoe langer hoe meer spijt van deze spontane actie.

Nogmaals haal ik diep adem en dan doe ik de deur open. De zaal waar ik in beland is felverlicht. Ik moet bijna mijn handen voor mijn ogen doen om te voorkomen dat het pijn doet. De muziek is vrolijk en zomers. Ook hier is het warm, maar dat is niet de reden dat ik me heel even op een zonnig strand waan. Op de grond ligt namelijk zand, van dat zachte strandzand. Ik voel me ineens heel vrolijk. Dit is precies wat ik nodig had.

Mijn blijdschap wordt getemperd wanneer ik om me heen kijk. De club is bijna leeg. Ik zie een dansvloer met een discobal erboven die spetters licht op de grond werpt. Daaromheen is een halve ring waar je op barkrukken aan kunt zitten zodat je goed kunt zien wat er op de dansvloer gebeurt. Er staan vaste statafels en helemaal achterin is een bar. Alles is met felle kleuren beschilderd. Aan de muur hangen surfplanken en andere zomerse attributen.

Ik loop door het zachte zand naar de bar. Ik voel me genept. Heb ik vijftien euro moeten betalen voor een lege club? Ik ga op een van de barkrukken zitten.

‘Wat mag het zijn?’ De barkeeper, een leuke vent, lacht me vriendelijk toe.

‘Ik weet het nog niet, ik ben hier net.’

‘Hier is een kaart. De Mojito hebben we helaas niet.’ Hij houdt me een geplastificeerde blauw met gele kaart voor.

Ik kijk er even naar. Ik wil gewoon wijn en ik betwijfel of ik daarvoor een kaart nodig heb. Zo sophisticated ziet het er hier niet uit. ‘Wat voor witte wijn heb je?’

De man houdt nog steeds de kaart voor mijn neus. ‘Cocktails, we serveren hier alleen cocktails.’

‘Alleen cocktails?’

‘Jep, alleen cocktails. Wil jij je misschien laten verrassen? Ik weet er een die je vast lekker vindt.’

Ik wil al nee zeggen, want ik hou niet van verrassingen. Dan denk ik weer aan wat Fieke op haar briefje had gezet. Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. En wat ik kreeg was een heleboel verdriet, met zo’n beetje elke man waar ik tot nu toe mee omging. Met als dieptepunt Jeroen en zijn onderonsje met Suzan. Dat nooit meer. Ik kijk naar de barkeeper. ‘Oké, verras me maar.’

Meteen schenkt hij verschillende drankjes in een grote metalen beker. Hij schudt het geheel langdurig door elkaar en pakt dan een groot bol glas op een voetje dat me doet denken aan een ijstheeglas. Hij vult dat voor meer dan de helft met ijsblokjes. Daarna pakt hij de mengbeker en schenkt hij het rode drankje in het glas. Geroutineerd stopt hij er twee rietjes in en een prikkertje met fruit. Uit een van de bakken voor hem pakt hij ook nog een stuk verse ananas en dat plaatst hij op de rand van het glas. Ik kan me eerlijk waar niet voorstellen dat ik dit lekker vind.

‘Alstublieft, een heerlijke cocktail voor deze mooie jongedame.’ Hij maakt een kleine buiging terwijl hij het glas voor me neerzet.

Natuurlijk weet ik dat hij meer fooien vangt met complimentjes, toch voel ik me gevleid. Voorzichtig neem ik een slokje. Het is mierzoet en ik voel mijn vullingen rinkelen. Met veel moeite hou ik een lach om mijn mond. De barkeeper wacht op mijn reactie.

Normaal zou ik hem meteen mijn ongezouten mening geven, maar deze avond is juist bedoeld om dingen anders dan anders te doen, en dus zeg ik: ‘Het is heerlijk. Wat zit erin?’

‘Dat zou je wel willen weten, hè?’

Ik knik. ‘Er is vast een manier om je dat geheim te ontfutselen.’ Ik schrik van mijn kokette woorden. Dat is helemaal niets voor mij. Snel neem ik nog een slok en ik kijk stiekem over de rand van mijn glas. De barman is weg.

Teleurgesteld kijk ik waar hij is gebleven. Aan de andere kant van de bar staat een mooie blonde vrouw. Logisch dat hij niet meer in mij geïnteresseerd is.

‘Dus hij is lekker? Misschien neem ik er dan ook een.’ Naast me is een man komen zitten met een opzichtig Hawaïshirt aan.

Even wil ik hem negeren. Nee, Marte, zeg ik streng tegen mezelf. De nieuwe Marte knapt niet af op een man omdat hij de verkeerde kleren aanheeft, dus zeg ik: ‘Dat moet je zeker doen.’

De man steekt zijn hand op om de barkeeper te wenken, maar die is nog in een druk gesprek verwikkeld met de blonde stoot aan de andere kant van de bar. ‘Dat gaat nog wel even duren.’ Hij zucht. ‘Zou jij hem niet kunnen wenken?’

‘Sorry, tegen haar kan ik niet op.’

De man draait zich naar me toe zodat hij me goed kan bekijken. Zijn ogen gaan brutaal van boven via mijn blote benen naar beneden. ‘Dat waag ik te betwijfelen.’

Ik bloos bij het compliment. Om me een houding te geven neem ik nog een slokje van mijn drankje. Het is echt smerig. Positief blijven, ik moet gewoon wennen aan de smaak.

Eindelijk heeft de barkeeper gezien dat de man naast me wil bestellen. ‘Zeg het maar.’

De man wijst naar mijn glas. ‘Graag…’

‘De kaart, hij wil graag de kaart,’ zeg ik snel. Als hij dadelijk deze cocktail op mijn advies neemt, weet ik niet of hij me nog serieus neemt.

De man trekt zijn wenkbrauwen op.

‘Sorry, maar deze cocktail is echt niet lekker.’

‘Waarom zei je dan…’

‘Ik wilde positief blijven. Men vindt mij vaak te negatief, daar wil ik aan werken.’ Ik bijt op mijn lip; dit is wel erg openhartig.

De barkeeper is terug en geeft de man naast me de kaart. Zonder in de kaart te kijken vraagt hij aan mij: ‘Zal ik er een voor je bestellen waarvan ik denk dat-ie beter bij je past?’

‘Graag.’

De man richt zich tot de barkeeper. ‘Twee Martini’s graag. Stirred, not shaken.’

De barkeeper fronst. ‘Maakt u een grapje, meneer?’

‘Nee. Graag roeren, niet schudden. Het is een misverstand dat een Martini geschud moet worden.’

‘Oké meneer.’ De barkeeper begint te rommelen met flessen en ijsblokjes. Als het klaar is zet hij twee grote wijduitlopende cocktailglazen voor ons neer. Hij schenkt de heldere vloeistof in de glazen. ‘Classic of met een twist, meneer?’

‘Eh, doe maar classic.’

De barkeeper pakt twee prikkertjes met aan ieder drie olijven en stopt die in beide glazen.

Voorzichtig pak ik het glas. Ik ben benieuwd. Ik neem een kleine slok. ‘Ah bah, dit is vies.’ Het is eruit voor ik het weet. ‘Sorry, ik bedoel dat eh…’ Ik weet niet hoe ik de smaak van afwasmiddel gecombineerd met een hoestdrankje positiever kan brengen.

‘Nee, ik moet mijn excuses aanbieden. Dit is afgrijselijk.’

‘Heeft de barkeeper de verkeerde dingen gemixt?’

‘Ik weet het niet.’

‘Dat kun je toch proeven?’

‘Ik heb geen idee hoe een Martini smaakt.’

Ik snap er niets meer van.

‘Ik wilde indruk op je maken, oké?’

Indruk maken op mij? Dat heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd.

‘Ik heb ooit ergens gelezen dat een Martini juist niet geschud moet worden.’ Hij fronst. ‘Je zou denken dat James Bond wel weet wat lekker is.’

‘Misschien is het lekkerder wanneer hij geschud is?’

De man haalt zijn schouders op. Hij lijkt zich echt een beetje te generen.

‘Het maakt niet uit. We bestellen wel wat anders.’ Ik wenk de barkeeper.

Hij komt meteen naar ons toe. Volgens mij heeft hij allang door wat er aan de hand is. ‘Is het niet lekker?’

‘Mogen we de kaart nog een keer?’

‘Mag ik een suggestie doen?’ De barkeeper maakt nog geen aanstalten om de kaart te pakken.

‘Liever de kaart, als het niet te veel moeite is.’

De barkeeper, die ik eerder nog wel aardig vond, vind ik nu vooral irritant. ‘Gaat u die Martini nog opdrinken?’ vraagt hij.

Het lijkt me duidelijk dat ik dat niet van plan ben.

Eindelijk komt de barkeeper in beweging. Maar in plaats van de kaart heeft hij een flesje tonic in zijn hand. Hij pakt mijn cocktailglas, giet er wat uit en vult het dan aan met tonic. ‘Proef nog eens.’

Mijn eerste reactie is er een van bekijk het maar, maar dan neem ik toch voorzichtig een slok. Ik sluit mijn ogen. ‘Dit is heerlijk.’

Triomfantelijk kijkt de barkeeper me aan, daarna kijkt hij naar de man van wie ik de naam nog steeds niet weet. ‘U ook?’

Hij kijkt naar mij. ‘Vind je het echt lekker of probeer je weer positief te zijn?’

‘Nee, deze is echt lekker.’ Ik neem meteen nog een slok.

Hij knikt naar de barkeeper en die doet hetzelfde met het glas van mijn buurman. Daarna neemt de man een slok. ‘Je hebt gelijk, dit is veel beter.’ Hij steekt zijn hand uit. ‘Martin.’

Ik schud zijn uitgestoken hand. ‘Marte.’

‘Dat is een leuke combinatie. Marte en Martin. Als het serieus wordt, ga ik mijn naam aanpassen.’

Als het serieus wordt? Dat gaat wel erg snel. Eerst maar eens kijken… O nee, dat zou ik juist niet meer doen. Niet eerst mijn checklist afvinken. We gaan het deze keer helemaal op gevoel doen. Dat is maar goed ook, want de oude Marte zou bij de naam Martin al afgehaakt zijn. Dus lach ik even en ik neem nog een slok. Het drankje is zalig en het glas fantastisch. Het is een echt V-vormig cocktailglas op een voetje. De inhoud gutst bij het minste of geringste over de rand. Zo zittend op mijn barkruk in mijn luchtige zomerjurkje en met dat glas in mijn hand voel ik me op en top vrouw. Met naast me dus Martin. Hij is niet bijzonder knap. Gewoon bruin steil haar. Grijze ogen. Niets bijzonders eigenlijk.

‘Wat doe je in het dagelijks leven?’ vraagt hij.

Geen bijster originele zin om het gesprek op gang te houden. ‘Ik ben advocate.’

‘Toe maar, dat klinkt interessant. Strafrecht of iets anders?’

‘Strafrecht natuurlijk.’

‘Dus jij verdedigt mensen die de meest verschrikkelijke dingen gedaan hebben?’

Ik knik.

‘Dat lijkt me lastig.’

‘Iedereen heeft recht op een goede verdediging.’ Het is het standaardzinnetje dat ik gebruik als mensen daarover beginnen. Meestal kap ik het gesprek daarna zo snel mogelijk af. Verdedigen is mijn werk en ik heb geen zin om dat privé ook nog eens te moeten doen.

‘Natuurlijk, ik bedoel alleen maar dat het voor jou als persoon lastig is.’

‘Dat valt wel mee.’ Ik hoop dat hij doorheeft dat ik geen zin heb om hierop door te gaan.

‘O, ik veroordeel je niet, maar het is toch niet gek dat je het lastig vindt? Jij bent toch ook maar een mens?’

Ik merk dat ik ontspan. Hij is blijkbaar niet uit op een lastige discussie over dat je zelf ook een beetje crimineel bent wanneer je een moordenaar verdedigt, of erger nog: een pedofiel. ‘Je hebt gelijk, dat is soms ook lastig. Maar ik geloof heel erg in onschuld tot het tegendeel bewezen is.’

‘Je bent een goed mens.’ Hij zegt het zo onverwacht dat ik even niet weet hoe ik moet reageren. Zoiets liefs heeft nog nooit iemand tegen me gezegd.

‘Dank je.’ Ik knipper met mijn ogen, want ik voel dat ze een beetje vochtig worden. Nu niet sentimenteel doen. ‘Genoeg over mij. Hoe ben jij hier in deze fantastische tent beland?’

‘Begrijp ik het nu goed? Jij bent geen vaste klant?’

Ik wijs naar mijn jurk. ‘Ik ben zo’n beetje de enige die hoogzomers iets te letterlijk genomen heeft.’

‘Hoogzomers?’

‘Dat stond op de website. Heb je de website niet gelezen?’

‘Eh nee, moest dat dan?’

‘Hoe wist je dan dat je zomers gekleed moest zijn?’ Ik wijs naar zijn shirt.

‘O, dat. Grapje van mijn zus. Zij vindt dat ik veel te hard werk en dat ik er meer uit moet.’

‘Mijn zus vindt dat ik veel te negatief ben en dat ik bovendien meer op mijn gevoel en minder op mijn verstand moet afgaan.’

‘Jij hebt een verstandige zus. Die wil ik graag eens ontmoeten.’

‘Ze woont in Nieuw-Zeeland,’ zeg ik snel. Dat klopt niet, maar Fieke is veel te mooi en mannen reageren vaak op haar als bijen op honing. Martin is toch interessanter dan ik in eerste instantie dacht. Voorlopig wil ik hem nog niet delen.

‘Dat is ver weg. Dan zul je haar zeker wel missen?’

‘Vreselijk. En jouw zus, waar woont zij?’ Ik voel me een beetje ongemakkelijk na mijn kleine leugentje om bestwil.

‘Hier in Amsterdam. Ze heeft een of andere rijke vent aan de haak geslagen en nu leeft ze alleen nog voor hem en de kinderen.’

‘En zij heeft deze tent voor je uitgezocht?’

‘Zoiets ja.’

Wat is dat nu voor antwoord? En welke zus stuurt haar broer naar zo’n tent? Voor zover ik het kan inschatten komen hier alleen bimbo’s en mannen die daarop vallen. En ik toevallig, maar dat komt dan weer door Fieke. Zou zijn zus hem ook een aantal opdrachten gegeven hebben? Dat zou wel heel toevallig zijn.

In plaats van een uitleg over hoe hij in deze club verzeild is geraakt, vraagt hij: ‘Wil je nog zo’n aangelengde Martini?’

‘Graag.’ Wat kan mij het ook schelen? Ik ben hier om een man voor één nacht te versieren, niet om de ware Jacob te vinden.

Martin bestelt onze cocktails. Het is drukker geworden en het duurt even voordat we ons drankje krijgen.

‘Jouw goede voornemen is dus om alles positiever te bekijken? Hoe bevalt het tot nu toe?’

‘Eigenlijk heel goed, het is best leuk om alles een keer anders dan anders te doen.’

‘Mijn nichtje van zes zou dat ‘de omgekeerde wereld’ noemen.’

De barkeeper zet twee nieuwe cocktails voor ons neer. Het lijkt wel of ik bij elke slok meer geniet.

Martin wijst naar de dansvloer. ‘Zullen we dansen?’

Ik lach. Ik voel me ineens zo licht als een veertje.

Hij pakt mijn hand. ‘Kom mee,’ zegt hij en hij trekt me van mijn kruk.

Lachend volg ik hem. De dj draait Kokomo van The Beach Boys. Het volume staat hoog. Ik wenk hem en tetter in zijn oren: ‘In de omgekeerde wereld zou ik nu fantastisch kunnen dansen.’

‘Ik ook.’ Hij maakt een houterige beweging en ik besluit om deze keer eens niet na te denken over wat anderen van mij of van mijn danspartner vinden.

De stem van de dj schalt door de ruimte: ‘Het moment waar we allemaal op hebben gewacht is aangebroken. Het is na één uur, tijd voor wat verkoeling! Heren naar de kant.’

Boven mij zie ik een gigantische douche verschijnen. Ik begin te gillen. ‘We moeten terug naar de bar.’

‘Wat zou je normaal gedaan hebben?’

‘Je bedoelt dat ik moet blijven?’

Martin knikt. ‘Ik ga daar zitten.’ Hij wijst naar de cirkel barkrukken aan de rand van de dansvloer.

Voordat ik iets kan zeggen daalt er een tropische regenbui op me neer. De druppels glijden over mijn gezicht via mijn blote schouders en dan naar beneden. Ik gil het uit. Met mijn armen omhoog en mijn handpalmen naar boven draai ik een rondje om mijn as. Het is geweldig. Na een paar minuten ben ik helemaal doorweekt, maar dat is niet erg, want het is tropisch warm op de dansvloer. Om mij heen zie ik dat ik niet de enige ben die helemaal nat is. Het meisje naast me heeft een wit T-shirt aan. Nu het nat is kan ik duidelijk het felroze bikinitopje eronder zien. Ik kijk om me heen. Ik ben de enige zonder doorschijnend wit T-shirt. Ik voel me ineens heel erg anders.

Martin lacht me toe vanaf zijn plekje langs de kant.

Ik wijs naar de bar. ‘Ik ga terug.’

Vanaf die afstand kan hij me niet horen, toch knikt hij dat hij het begrepen heeft en hij staat op.

Samen lopen we terug naar onze plek. Onze cocktails staan er nog en ik neem een flinke slok terwijl ik naar de dansvloer blijf kijken. Al die mooie meiden met doorschijnende T-shirts, en ik sta hier met een stom zomerjurkje. ‘Ik wist helemaal niet dat dat de bedoeling was.’ Ik vind mezelf een beetje vaag klinken.

‘Het stond ook niet op de website.’

Ik kijk hem aan. Houdt hij me voor de gek? Wie is hij eigenlijk? Luister naar je buik, Marte.

‘Heb je het koud? Moet ik vragen of ze een handdoek voor je hebben?’

Ik merk nu pas dat ik ril. ‘Dat zou fijn zijn.’

De barkeeper tovert vanachter de bar een handdoek tevoorschijn die ik dankbaar om me heen sla.

‘Wil je een warme douche?’

Bedoelt hij dat letterlijk of figuurlijk? En als dat zo is, is dat dan het omgekeerde van een koude douche als in van een koude kermis thuiskomen? Mijn hersenen maken overuren, en dat terwijl ik juist meer naar mijn buik wil luisteren.

‘Hierboven is een appartement slash kantoor. Je kunt daar douchen als je wilt.’

‘Hoe weet je dat? Je bent hier toch voor het eerst?’ vraag ik.

‘Dat heb ik niet gezegd.’

‘Maar je zei dat je zus…’

‘Mijn zus vond dat ik er eens uit moest.’

‘Het klonk toch…’ Het klinkt nu alsof hij me heeft voorgelogen.

‘Sorry.’

Wat moet ik daar nu weer mee?

‘Je lijkt me een leuke dame, en die reageren doorgaans een beetje raar wanneer ik meteen de waarheid vertel.’

‘En dat is?’

‘Dat ik mede-eigenaar ben van deze club.’

‘Dus je zit in de horeca?’ Mijn vader heeft een restaurant, dus ik weet dat een relatie met iemand uit de horeca gedoemd is te mislukken tenzij je beiden in de branche werkt.

‘Nee hoor, niet echt. Deze club is van mijn zwager, je weet wel, de man van mijn zus. Dit is meer een investering.’

‘Dus je staat niet achter de bar?’

‘Dan zou ik toch wel weten hoe een Martini smaakt?’

Ik ben helemaal opgelucht.

‘Wil je nog douchen?’

Ik kijk hem aan. De rationele Marte zou pertinent weigeren om met een vreemde man naar boven te gaan. Maar die Marte is plotsklaps verdwenen. Ik heb eindelijk begrepen wat mijn buik mij wil vertellen. De opluchting die ik voelde toen ik hoorde dat hij toch niet in de horeca zit, is honderd procent duidelijk. Ik pak zijn hand en hij trekt me van mijn kruk. Ik loop met hem mee en zie dat er achter de bar ook nog een ruimte is. Martin loopt helemaal door naar achteren en stopt bij een zwarte deur die weggewerkt is in de wand. Erboven hangt een groen nooduitgangbordje. Achter de deur is een felverlicht halletje met een stalen brandtrap naar boven.

We nemen de trap. Bovenaan is een kleine overloop met verschillende deuren. Martin pakt een sleutelbos uit zijn broekzak en opent een van de deuren. ‘Welkom in het kantoor van The Beachclub.’ Tot mijn verbazing komen we in een soort appartement. Er is een bank en een klein keukentje. Maar er staan ook twee bureaus in de hoek.

‘Daar is de badkamer.’ Martin wijst naar een deur aan de rechterkant.

‘Dank je.’ De badkamer is klein, maar wel voorzien van een wastafel, douche en wc. En gelukkig kan de deur gewoon op slot. Voorzichtig draai ik de knop om. Ik wil niet dat hij hoort dat ik de deur op slot doe. Dadelijk denkt hij dat ik hem niet vertrouw. Snel doe ik mijn natte kleren uit. Het water van de douche is heerlijk warm. In een open kast naast de wastafel liggen donkerblauwe badhanddoeken. Ik pak er een, hij is lekker zacht.

Zodra ik me afgedroogd heb kijk ik om me heen. Wat nu? Mijn kleren zijn nog steeds nat. En ik zie nergens een badjas. Ik kan toch niet in mijn nakie naar buiten stappen? Waarom heb ik dat niet eerder bedacht? Mijn tas heb ik ook al niet meegenomen, anders zou ik Fieke kunnen bellen. Een beetje advies zou nu erg welkom zijn. Aan de andere kant weet ik al precies wat Fieke zou zeggen: ‘Leuke vent? Enjoy!’

Ik kijk nog eens om me heen. Er is een flinke stapel met grote en kleine badhanddoeken. Uiteindelijk wikkel ik er twee om mijn lijf en één om mijn hoofd. Ik kijk in de spiegel. Het lijkt wel of ik een enorme boerka aanheb. De handdoek om mijn hoofd haal ik er weer af. Dat is beter. Met kloppend hart open ik de deur. Martin zit achter een van de bureaus.

‘Ik heb geen droge kleren bij me.’

Hij lacht. ‘Dat zie ik. Dit staat je ook fantastisch.’

Ik moet blozen en ik weet niet of dat van het compliment komt of omdat ik me zo naakt voel.

‘Sorry, ik heb helemaal niet nagedacht over wat je aan moest als je klaar was met douchen.’ Hij kijkt om zich heen alsof er op magische wijze een kast met kleren is neergezet. ‘Moet ik mijn zus bellen of ze wat kleren kan brengen? Ze is wel wat kleiner dan jij.’

Het klinkt aanlokkelijk. Maar ook wel gênant. ‘Hoe laat is het?’

Hij kijkt op zijn horloge. ‘Twee uur.’

‘Je kunt haar onmogelijk zo laat bellen. Het geeft niet. Ik leg mijn kleren wel op de verwarming en wacht tot ze droog zijn. Het is maar een zomerjurkje, dat duurt niet zo lang.’

Martin stribbelt niet tegen. ‘Ik ga nog wat te drinken halen.’

Het duurt een hele tijd voordat hij terug is. Mijn kleren uithangen kostte me een paar minuten. Onrustig loop ik door het kantoor. Eindelijk hoor ik voetstappen buiten op de gang. Martin komt binnen met in zijn handen een groot dienblad met daarop twee longdrinkglazen, een paar flesjes tonic en een fles gin. Aan zijn arm hangt een witte plastic tas. Omdat zijn handen vol zijn probeert hij met zijn rug de deur open te houden. De geur van friet vult de ruimte.

Snel loop ik naar hem toe zodat ik hem kan helpen.

Martin zet het dienblad op een van de twee bureaus en zet de plastic tas ernaast. ‘Sorry dat het zo lang duurde, maar ik had zin om te snacken. Jij ook?’

‘Dat ruikt lekker.’

‘Ik wist niet wat je lekker vond, dus ik heb van alles meegenomen.’

Hij maakt alle papieren zakken open en schudt de inhoud op een grote schaal. Ik zie frikandellen, kroketten, kaassoufflés en frietjes. Gelukkig heeft hij ook een schaaltje met mayonaise. Hij zet alles midden op de bank. ‘Aanvallen.’

Het valt niet mee om te gaan zitten wanneer je twee dikke badhanddoeken om je heen hebt geknoopt. Ik wil absoluut niet dat er een handdoek loskomt, maar ik wil ook niet al te preuts lijken door heel voorzichtig te gaan zitten. Als het me uiteindelijk gelukt is, val ik aan op de friet. Het is heerlijk.

‘Ik heb gin en tonic meegenomen. Van Rob, eh, de barkeeper, begreep ik dat dit bijna hetzelfde smaakt als onze aangelengde Martini.’

‘Voor mij alleen tonic.’ Nu ik hier bijna naakt naast hem zit wil ik graag een beetje helder blijven.

‘Heel verstandig.’ Martin pakt een glas en begint de tonic in te schenken.

Verstandig? De stem in mijn hoofd klinkt als de verontwaardigde stem van Fieke, en ze heeft gelijk. Verstandig is vanavond geen optie. Ik pak de gin en giet een flinke scheut in mijn glas. ‘Jij ook?’ Zonder op antwoord te wachten doe ik ook een flinke scheut in zijn glas.

‘Dank je, nu heb ik een dubbele.’

Ik tik mijn glas tegen het zijne. ‘Dubbel zo veel lol.’ Ik neem een flinke slok, want van de friet heb ik dorst gekregen.

‘Zo is het wel genoeg.’ Martin pakt het glas uit mijn handen. Daarna zet hij het dienblad met lekkere dingen op de grond. Hij gaat naast me zitten en slaat zijn arm om me heen.

Nu gaat het gebeuren.

‘Zal ik kijken of je kleren al droog zijn?’ Met zijn vinger strijkt hij een natte pluk haar van mijn voorhoofd.

Ik schud nee. Mijn hart klopt in mijn keel. Wat moet ik nu doen? Hem zoenen? Wat vindt hij lekker? Ik vind het niet fijn dat ik zo weinig van hem weet. Ik weet niet eens waar hij woont en wat hij doet. Investeren in een club; hij zit dus in de vastgoedwereld of heeft ooit een loterij gewonnen. Zijn hoofd is nu zo dichtbij dat zijn lippen zachtjes over de mijne strijken.

Ik schrik en in een reflex ga ik naar achteren. ‘Sorry, ik, eh… Ik moet even naar de badkamer.’ Zo snel als mijn handdoeken het toelaten ga ik van de bank af. Eenmaal in de badkamer klamp ik me vast aan de wastafel. Ik kan dit niet, echt niet. Ik kijk naar mezelf in de spiegel. Wat ik zie valt mee. Mijn haren zijn nog vochtig, waardoor het een beetje is gaan krullen, en nu eens niet op een foute ‘ik kom net uit bed’-manier. Als ik door mijn oogharen naar mezelf kijk ziet dat er best goed uit. Alleen die handdoeken, dat is echt geen gezicht. ‘Marte, je kunt dit,’ zeg ik zachtjes tegen mezelf.

‘Alles goed?’ Dat is Martin.

‘Ja hoor, ik kom eraan.’ Met een ruk trek ik de handdoeken van mijn lijf en ik knoop er daarna een onder mijn oksels. De handdoek komt niet verder dan het eerste stukje van mijn dijbeen. Voordat ik me kan bedenken doe ik de deur open en ik kijk voorzichtig om de hoek.

Martin staat voor het raam. Zodra hij de deur hoort draait hij zich om en hij komt naar me toe. ‘Je bent erg mooi, wist je dat?’ Hij slaat zijn armen om me heen.

Van de zenuwen kan ik alleen maar dom giechelen. Hij kust me zachtjes op de mond. Ik kus hem terug. Wat nu? Moet ik verdergaan of doet hij dat? Ik sla mijn armen om zijn heupen en voel wat vetrolletjes. Niet aan denken. Om hem aan te moedigen druk ik mijn lippen iets harder tegen die van hem aan. Gelukkig begrijpt hij de hint en hij begint me te zoenen. Er gebeurt nog niet zo veel in mijn buik. Geen vuurwerk in ieder geval. Nu heb ik dat nog nooit meegemaakt, maar stiekem hoopte ik dat het vanavond anders zou zijn. Ik heb toch niet voor niets alles anders dan anders gedaan? Zijn handen gaan door mijn haren. Mijn klamme haar is stroef en zijn handen zijn een beetje grof. ‘Au, mijn haar.’

‘Sorry,’ mompelt hij zonder me los te laten.

Ik probeer me opnieuw te concentreren op zijn kus.

Martin probeert al zoenend in de richting van de bank te lopen en daarbij gaat hij op mijn voet staan. ‘Kijk uit.’

Nu laat hij me wel los. ‘Heb ik je pijn gedaan?’

‘Ja, nee, het geeft niet.’

‘Het is voor mij een tijdje geleden. Ik geloof dat ik er een beetje uit ben.’ Hij kijkt me aan en ik zie dat hij het meent.

Hij vindt dit net zo eng als ik. Ineens voel ik me veel beter. Ik voel zelfs gekriebel in mijn buik. ‘Ga eens zitten.’

Gehoorzaam doet hij wat ik zeg.

Ik ga bij hem op schoot zitten zonder me nog druk te maken om de handdoek en of die nu misschien niet meer alles verhult. Ik knoop zijn blouse open. Daaronder zit een ouderwets wit mannenhemd. Het benadrukt zijn brede schouders. Het is ontzettend stoer en mannelijk. Eindelijk lukt het me om mijn verstand uit te zetten zoals ik mezelf voorgenomen had. Langzaam maak ik de handdoek los, die nog steeds om me heen geknoopt is. In zijn ogen zie ik de bewondering. Dan gaat alles ineens vanzelf.

*

‘Dat was fantastisch.’

Ik knik; dat was best goed. Zeker voor een eerste keer. Ik vraag me af wat nu de bedoeling is. Moet ik opstaan en weggaan? Mijn jurkje zal inmiddels wel droog zijn.

Martin staat op en ik volg zijn voorbeeld. Hij haalt de kussens van de bank, trekt aan de onderkant en ineens is de bank een bed. Geroutineerd pakt hij wat lakens en dekens en in een mum van tijd staat er een compleet opgemaakt bed klaar. Dit is niet de eerste keer dat hij dat doet. Ik wil er niet te veel over nadenken. Nog steeds naakt gaat hij in bed liggen en hij kijkt me vragend aan. Zonder iets te zeggen ga ik naast hem liggen.

‘Welterusten.’ Hij geeft me een kus op mijn haren, slaat zijn arm om me heen en valt in slaap. Ik luister naar zijn rustige ademhaling. Even speel ik met de gedachte om naar huis te gaan. Voordat ik de gedachte af kan maken, val ik ook in slaap.

*

Waar ben ik? Ik kijk naast me. Wie is dat? Dan weet ik het weer. Dat is Martin, mijn man voor één nacht. Ik heb het gedaan. Het is me gelukt. Voorzichtig glijd ik uit bed. Volgens mij hoor ik nu stiekem zijn huis, pardon, zijn club uit te glippen. Ik pak mijn kleren bij elkaar. Gelukkig is alles droog.

Martin is nog steeds diep in slaap. Zachtjes pak ik een pen en het briefje van Fieke uit mijn tas en ik streep ‘onenightstand’ en ‘The Beachclub’ door. Bij de gedachte aan gisteravond voel ik een glimlach opkomen. Ik stop het briefje en de pen terug in mijn tas. Op mijn tenen loop ik naar de deur.

Daar sta ik meteen voor een dilemma. Hoe kom ik dit gebouw uit zonder hulp van Martin?

Ik besluit maar gewoon de trap af te lopen. Ik heb geen idee hoe laat het is. Het is winter en dus nog donker buiten. Misschien loopt er nog wel ergens personeel rond. Normaal zou ik nu in alle staten zijn, maar vandaag niet. Ik voel me zo licht als een veertje. Het komt vast wel goed. Ik denk aan Fieke. Die gelooft dit nooit. Weet je wat? Ik bel haar gewoon. Ik pak mijn telefoon en draai haar nummer. Ondertussen loop ik de metalen trap af.

‘Wat is er aan de hand?’ Fieke klinkt slaperig.

‘Heb ik je wakker gemaakt? Hoe laat is het?’

‘Zes uur. Ik hoop dat het belangrijk is.’

‘Ik heb het gedaan.’

‘Wat? En waarom fluister je zo?’

‘De onenightstand is van mijn lijstje. Ik ben bij een man blijven slapen die ik pas een paar uur ken.’

Fieke is nu klaarwakker. ‘Echt? Heb je het gedaan? Hoe was het?’

‘Fantastisch.’

‘Blij om te horen.’

Verschrikt kijk ik om bij het horen van de boze mannenstem achter me.

‘Fieke, ik moet ophangen.’

‘Wat? Wie was dat? Je bent toch niet nog bij hem, dat…’

Ik tik mijn telefoon uit. ‘Hoi, eh, goedemorgen. Ik was op weg naar huis. Waar is de uitgang?’

‘Die kant op, maar die is gesloten.’ Martin kijkt me nog steeds boos aan. Ik neem aan dat hij gehoord heeft wat ik tegen Fieke zei. Wat moet ik nu zeggen?

‘Als je die deur neemt, kom je weer bij de ingang van de club. Ik pak mijn sleutels.’

Ik doe wat hij zegt. Het is overal schemerdonker. De nooduitganglichten geven een groene gloed, net genoeg om de juiste deur te vinden. Terug in het halletje bij de rode veloursgordijnen wil ik op zoek gaan naar mijn roze bonnetje en dan bedenk ik me dat dit niet nodig is. Het meisje is al lang naar huis. Mijn jas is de enige aan de kapstok.

Ik hoor het gerammel van sleutels. Martin opent een deur. Een koude, gure wind waait naar binnen. Ik was helemaal vergeten hoe koud het buiten is. Het lijkt een eeuw geleden dat ik The Beachclub binnenliep, niet wetend wat ik daar zou vinden. Ik kijk naar Martin. ‘Nou, eh, dag.’

‘Dag.’

Zodra ik buiten sta hoor ik de deur achter me met een klap sluiten. Het is nog steeds donker buiten, de straten zijn leeg. Op de daken ligt een klein laagje rijp. Het lijkt onwerkelijk na zo’n warme, zwoele nacht. Ik denk aan Martin. Waarom doe ik hem dit aan? Zo lijkt het wel alsof onze nacht net zo nep was als de tropische warmte in The Beachclub. Dit is vast ook niet de eerste keer dat hij iemand mee naar boven nam. Hou ik mezelf voor. Die bank had hij iets te snel tot een bed omgetoverd.

Ik trek mijn jas strakker om me heen. Binnen een paar minuten ben ik tot op het bot verkleumd. Gisteravond heb ik me met een taxi voor de deur af laten zetten, maar op dit uur is er geen taxi te bekennen. Ik kan ze bellen, maar voordat er een hier is, ben ik al bevroren. Plotseling hoor ik een claxon. Een donkerblauwe sedan stopt naast me.

‘Stap in.’ Achter het stuur zit Martin, hij heeft het raampje aan de bijrijderskant opengedraaid. ‘Ik breng je naar huis. Ik wil niet dat je een longontsteking oploopt.’

Wat ontzettend lief. Ik open het portier en stap in. Ik vertel hem zonder aarzelen mijn adres. Pas als we onderweg zijn bedenk ik me hoe stom dat is. Ik wil verder niets met hem. Dadelijk gaat hij me stalken of bedreigen. Wat weet ik nu van hem?

Zwijgend zitten we in de auto. Moet ik hem iets uitleggen of maakt dat het alleen maar erger? Wat zal hij wel niet van me denken? Wat kan mij dat schelen? Als hij me heeft afgezet zie ik hem nooit meer. Gisteravond was geweldig. Ik wil de herinnering koesteren als een mooie droom. Als een soort vakantieliefde. Iets wat alleen kon gebeuren onder de juiste omstandigheden. Het weer, de sfeer en de gedachte dat het na afloop over en uit is zodat je je een keer helemaal kunt laten gaan.

Ik kijk naar buiten. Het is zondagochtend vroeg. De huizen die we passeren zijn in duister gehuld. Martin houdt zijn blik strak op de weg. Als we er zijn, stopt hij zonder iets te zeggen.

Ik klik mijn gordel los en draai me naar de deur om het portier te openen. Dan draai ik me terug. ‘Ik vond het een geweldige avond, eh… nacht. Ik heb echt genoten. Bedankt.’

‘Is dat alles wat je te zeggen hebt?’

‘Ik wil een mooie herinnering heel houden.’

‘Ik snap het.’ Hij klemt zijn kaken op elkaar.

‘Nee, je snapt het niet. Voor het eerst heb ik dingen gedaan zonder er al te lang over na te denken.’ Ik weet niet zo goed hoe ik het uit moet leggen. Het blije gevoel is verdwenen. ‘Het is als een vakantieliefde. Dat soort dingen zijn leuk zolang je op vakantie bent, daarna…’

‘Wat loop je nou te bazelen over vakantieliefdes? Ik ben helemaal niet op vakantie. Ik was gisteravond in een club samen met een leuke vrouw en die zou ik graag nog een keer ontmoeten.’

‘Martin, alsjeblieft, je kent me niet en dat wil ik graag zo houden, oké?’ Moet ik het echt voor hem uitspellen? Dat ik een vreselijk mens ben dat altijd op zoek is naar wat er mis is met iemand? Voor wie het glas altijd halfleeg is en die nooit uitgaat van het goede van de mens? Ik voel een traan over mijn wang lopen.

Zachtjes veegt hij hem weg.

Ik schud mijn hoofd. ‘Niet doen. Ik…’ Dan bedenk ik me iets. Waarom moet ik me tegenover hem verdedigen? Hij is ook niet volledig eerlijk geweest. ‘Jij hebt je ook anders voorgedaan dan je bent. Ik was echt niet de eerste vrouw die je mee naar boven nam.’

Hij kijkt me een tijdje zwijgend aan. Waarom? Zoekt hij de juiste woorden of een goede verklaring?

‘Laat maar,’ zegt hij dan, ‘ik geloof dat ik jou helemaal verkeerd heb ingeschat. Tot ziens.’ Hij draait de sleutels van het contact weer om. De motor van de auto begint te ronken.

Ik open het portier en stap uit. Met een klap sluit ik hem. Zonder om te kijken loop ik naar de deur van mijn appartement. Achter me hoor ik de auto nog steeds stationair draaien. Pas wanneer de deur achter me dichtvalt, rijdt hij weg.

Ik pak een papieren zakdoekje uit mijn tas en droog mijn tranen. Alle argumenten kloppen. Waarom heb ik dan toch het gevoel dat ik de verkeerde beslissing genomen heb?

*

Dat is zo typisch Fieke. Boos leg ik de telefoon neer. Nu – drie dagen nadat ik haar kaartje heb ontvangen – snap ik niet meer hoe ik zo stom kon zijn om haar stomme lijstje uit te voeren. Dacht ik nu werkelijk dat dit de oplossing van mijn probleem zou zijn? De toegang tot nieuw geluk? Fieke, die nog nooit een relatie langer dan een maand heeft gehad en die geen drie stappen kan zetten zonder in de problemen te komen. Dat ik juist haar om advies gevraagd heb. Ik heb de halve zondag verpest omdat ik me zo beroerd voelde van al die cocktails en de rest van de dag heb ik gepiekerd over wat er gebeurd is. Alleen als je Fieke heet kun je je een hartstochtelijke nacht veroorloven zonder na te denken over de gevolgen.

Ik denk aan Martin. Hoe zou hij zich voelen? Door dat stomme idee van Fieke is het helemaal misgegaan. Waarom dacht ik dat zij me wel zou kunnen helpen? Een gemeen stemmetje in mijn hoofd, dat verdacht veel op Fieke lijkt, zegt: ‘Als je niet naar The Beachclub was gegaan, had je Martin nooit ontmoet.’

Hoe erg is het nu als hij me wat beter leert kennen? Best erg. Omdat hij niet kennisgemaakt heeft met de echte Marte, maar met de Marte die juist heel erg haar best deed om niet zichzelf te zijn. Van de echte Marte had hij al snel genoeg gekregen, dat weet ik zeker. Maar als ik die nieuwe Marte nou leuker vind? Misschien moet ik vaker dingen anders dan anders doen. Misschien kom ik dan nog een Martin tegen, eentje met een andere naam en zonder Hawaïshirt. Alhoewel, dat stond hem eigenlijk best leuk. Mede-eigenaar van The Beachclub, hè? Ik klap mijn laptop open. Al snel vind ik wat ik zoek en ik pak de telefoon.

‘Met The Beachclub.’

‘Hallo, met Marte. Ik ben op zoek naar Martin.’


Heb je genoten van dit verhaal? Wil je dan een recensie achterlaten op HebbanGoodreadsBoekenwereld of Bol.com?

Heb je genoten van Martini, stirred not shaken? Dan is dit misschien ook wel iets voor jou!

Hij is van mij van Kyra Rutgers (Flamingo #1)

Hij is van mij van Kyra Rutgers gaat over weddingplanner Nova, die op Cyprus woont sinds ze daar haar grote liefde Sandros leerde kennen. Een zeer goede reden om op dit zonnige eiland in de Middellandse Zee haar nieuwe leven op te bouwen. Dan beëindigt Sandros hun relatie. Nova is ten einde raad. Ze wil niet terug naar Nederland. Ze wil terug naar Sandros! Maar dat komt haar duur te staan. 'Hij is van mij' neemt je mee naar wegdroomeiland Cyprus, waar de temperaturen hot zijn en de mannen idem dito. Maar of ze ook te vertrouwen zijn...?