Nieuwsbrief

Pink Princess – Carlie van Tongeren

Pink Princess

Sara is uitgenodigd voor een bruiloft. Ze koopt in een tweedehandskledingwinkel een roze jurk waar een bijpassend tasje bij hoort. In dat tasje vindt ze een foto met een trouwdatum en twee namen. Ze kan haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en gaat op zoek naar het verhaal achter de foto.

Carlie van Tongeren

Carlie van Tongeren is al sinds ze 7 jaar oud is met schrijven bezig. In 2011 verscheen haar eerste roman bij Uitgeverij Zomer & Keuning: Passie & Pasta. Daarna volgde er nog veel meer romans en korte verhalen. Naast het schrijven verzorgt Carlie ook de redactie van andersmans boeken en begeleid ze auteurs bij het schrijven van hun boek.


Sara legde de kaart met een zucht op tafel. Voor de dertienhonderdeenendertigste keer, inmiddels. Alsof ze het niet kon laten om zichzelf te kwellen.

Ze stond op van de bank, ook al wist ze niet wat ze met haar tijd wilde doen. Het enige wat ze wist was dat ze weg wilde van die uitnodiging waarop in grote sierlijke letters stond: Aan Sara de Winter en partner – welke partner? En weg van dat zoetige roze papier en die kitscherige hartjes, ringen en tierelantijntjes. Het viel Sara nog mee dat haar vriendin Rosanne de uitnodiging niet had versierd met een strik van roze pluche of dat er een liefdesliedje klonk zodra je het papier openvouwde.

Rosanne stond op het punt in het huwelijksbootje te stappen met Giorgos, een leuke Griekse man die twee jaar geleden zijn zonnige land van herkomst achter zich had gelaten voor zijn grote liefde. De bruiloft vond al over een paar dagen plaats op Griekse bodem, op het romantische eiland Santorini om precies te zijn. Zo kon de voltallige familie van Giorgos getuige zijn van het jawoord. Sara zag nu al My Big Fat Greek Wedding-taferelen voor zich. Of eigenlijk – haar vriendin en haar wanstaltige smaak kennende – kon het woordje ‘Fat’ beter vervangen worden door ‘Pink’. Rosanne was de grootst mogelijke roze-fan die er op aarde kon rondlopen – hoopte Sara – terwijl zijzelf alles wat ook maar enigszins neigde naar die meisjeskleur, verafschuwde.

De deurbel ging.

‘Nou, daar ga ik dan,’ klonk een paniekerig stemmetje nog voordat Sara de deur helemaal open had gedaan.

‘Rosanne. Hé, wat is er aan de hand?’ vroeg Sara bezorgd.

‘Ik, ik weet… O, ik ben gewoon zo zenuwachtig!’ snikte Rosanne. ‘Ik kom afscheid van je nemen. Wij vliegen zometeen al naar Griekenland.’

Sara moest moeite doen om te blijven staan op het moment dat Rosanne zich tegen haar aan stortte. Rosanne hing letterlijk om haar schouder.

Sara lachte vertederd. Wat was haar vriendin toch een dramaqueen. ‘Hé, rustig maar. Je gaat trouwen! Dat is toch hartstikke leuk?’ Sara keek haar vriendin recht aan.

De tranen bleven maar opwellen in Rosannes ooghoeken. Ze knikte en trok een pruillip. ‘Ja, ja,’ zei ze. ‘Dat weet ik ook wel. Ergens in mijn achterhoofd, althans. Het is…’ Een toeter onderbrak Rosanne. ‘Ja, wacht nou effe joh!’ schreeuwde ze kwaad over haar schouder.

Giorgos zat in de auto te wachten en zijn geduld begon op te raken. Geduld was sowieso niet een van zijn sterke kanten. Boos zijn en ruzie maken daarentegen, daar waren Rosanne en hij allebei erg goed in. Maar ondanks hun wederzijdse lichtontvlambaarheid en ontelbare schreeuwpartijen, hielden ze zielsveel van elkaar. Dat was zo duidelijk als wat.

‘Ik vind het zo spannend. Het is zo’n grote stap,’ ging Rosanne verder.

‘Dat snap ik. Maar het komt goed. En feitelijk verandert er niet zo veel. Jullie blijven samen in Nederland wonen en jullie blijven van elkaar houden,’ zei Sara.

‘Je hebt gelijk, Saar.’ Daar was de claxon weer, dwingender dit keer. ‘Ja-ha!’

‘Ga nou maar,’ zei Sara. ‘Straks mis je je vlucht nog.’

‘Oké.’ Rosanne viel Sara nog een keer om de hals en veegde vervolgens de tranen van haar wangen met een beslistheid die zo typerend voor haar was. ‘Ik ben zo blij dat jij erbij bent. Als mijn getuige. Zonder jou zou ik het niet kunnen. En het spijt me heel erg dat Peter ook komt, had ik dat al wel gezegd? Mijn ouders stonden erop, ik kon er echt niet onderuit,’ verzuchtte Rosanne. ‘Nou, dag, tot zaterdag! O, en vergeet je roze jurk niet!’

Rosanne rende een stukje over de stoep tot ze bij de auto aankwam. Haar lange staart, samengebonden met een zuurstokroze roezel, bewoog op en neer. Sara zag Rosanne een kwade ruk aan de autogordel geven en een paar geërgerde blikken uitwisselen met Giorgos. Maar tegen de tijd dat de auto startte en wegreed, lachten de twee alweer naar elkaar.

Peter. Die naam, die vijf letters, had Sara uit haar hoofd verbannen. Geprobeerd te verbannen, moest ze zeggen. Hoe roze, wanstaltig en Barbieachtig die hele bruiloft ook zou zijn, Peter was natuurlijk de échte reden waarom Sara geen zin had om te gaan. Een festijn dat een heel weekend duurde was nog tot daaraan toe – ze knoopte er gewoon een weekje Griekenland aan vast – maar een festijn dat een heel weekend duurde met De Ex en zijn nieuwe vriendin was helemaal niet iets om naar uit te zien! Als Sara ook een nieuwe vriend had gehad, zou ze een stuk minder zenuwachtig zijn geweest. Maar Sara had geen vriend, nooit meer gehad ook. En er deze week nog eentje ergens vandaan toveren was een leuke fantasie, maar ook niet meer dan dat.

Sara en Peter waren ruim anderhalf jaar geleden uit elkaar gegaan. Ineens. Het was serieus geweest tussen hen; Peter had haar zelfs ten huwelijk gevraagd, op een verlaten bountystrandje op Mauritius. Hij had geregeld dat ze samen moesten werken op een vlucht naar Sir Seewoosagur Ramgoolam International Airport – hij was piloot, zij stewardess, en ja, alle clichés over die twee beroepen berustten op niets dan de waarheid. Daar had Peter haar met een prachtige ring en een fles champagne onder de mooiste sterrenhemel zijn eeuwige trouw beloofd.

Twee dagen voor het huwelijk kreeg Peter plotseling koudwatervrees en brak hij die belofte in het holst van de nacht. ‘Saar. Saartje. Word wakker.’ De stem van Peter kwam steeds dichterbij. Hij hijgde de woorden bijna.

Sara trok haar oogleden van elkaar en voelde zich verward. Ze snapte niets van het felle licht dat ineens in haar ogen scheen, de deken die van haar schaars geklede lichaam werd getrokken en Peters bange ogen die haar doordringend aanstaarden.

‘Ik kan het niet. Ik eh, pff, ben in de war. Ik ga weg,’ was zijn korte boodschap.

Daar had ze niets tegen in kunnen brengen. Ook niet toen ze echt wakker was, een paar uur later, na twee flinke mokken koffie. Peter was onvermurwbaar en bracht het zakelijk, zoals ze van hem gewend was: hun relatie was voorbij en de bruiloft van de baan. Hij had iemand anders ontmoet – heel verrassend: een stewardess, een collega nog wel!

Later was Sara er via roddels op het werk achter gekomen dat Peter die andere stewardess tijdens hun relatie al wel op erg intieme wijze had ‘ontmoet’… En juist die Peter was dus een goede vriend van Rosannes familie en was zodoende ook uitgenodigd voor het bruiloftsweekend in Griekenland. Mét partner.

Gelukkig had Sara dankzij haar jarenlange ervaring en representatieve verschijning snel een overstap kunnen maken naar een andere luchtvaartmaatschappij en had ze de twee tortelduifjes niet meer hoeven zien. Behalve dan in haar gedachten. Maar het verdriet en de eenzaamheid die ze door hun breuk had gevoeld, aangevuld met vreselijke schaamte omdat ze de bruiloft waarover ze al maanden sprak had moeten afgelasten, stonden Sara nog altijd helder voor de geest.

‘Ha, Sara!’

De roep van haar buurman, die geregeld stiekem over de schutting naar haar gluurde, zorgde ervoor dat ze weer met beide benen in de realiteit stond. Sara had nu pas door dat ze in de voordeuropening was blijven staan nadat ze het aanstaande bruidspaar had uitgezwaaid.

‘Ha, Herman!’ riep ze terug. Aan zijn reactie te zien had ze zojuist zijn hele dag kleur gegeven. Ze deed de deur dicht, en daarmee ook de deur naar vroeger. Peter of geen Peter, Sara was getuige en kon moeilijk níet op de bruiloft verschijnen. Bovendien was Rosanne al sinds de middelbare school haar beste vriendin en wílde ze ook gewoon getuige van haar jawoord zijn!

Sara trok haar handtas van tafel, controleerde of haar portemonnee erin zat en fietste richting het centrum. Tijd om te shoppen. Tijd om de allereerste roze jurk van haar leven te kopen!

Veertien winkels en boetiekjes later stond Sara nog steeds met lege handen. Nou ja, wat de roze jurk betrof. Want ze had wel een fantastische donkerblauwe spijkerbroek gevonden, een witte jurk met stippen en twee zomershirtjes.

‘Kan ik je helpen?’ vroeg het meisje in boetiek nummer vijftien.

‘Ja. Ik ben op zoek naar een roze jurk,’ zei Sara.

Het gezicht van de verkoopster vertrok, en dat kon Sara haar niet eens kwalijk nemen. ‘Roze?’ zei de verkoopster. ‘Nee. Die kleur is niet van deze zomer, hoor. Maar ik kan je wel een paarse jurk laten zien?’

‘Nee, dank je. Het moet echt roze zijn.’

Sara liep de winkel uit. Ze werd direct overvallen door de brandende zon en de winkelstraat die gonsde van de stemmen. Wat nu? Ze was in alle winkels geweest waar ze enige kans van slagen had. Ze baalde als een stekker. Nu moest ze voor zo’n Barbiejurk, die ze echt nooit van haar levensdagen meer aan zou doen, ook nog speciaal naar een andere stad!

Sara liep terug naar haar fiets. Maar niet voordat ze toch nog even haar favoriete tweedehandswinkeltje binnenliep.

‘Hé Sara, alles goed?’ vroeg de vrouw achter de kassa.

‘Prima, Machteld.’

‘Je komt gewoon even kijken?’

Sara knikte en liep door. Zo vaak kwam ze hier dus.

Gewoon, om te snuffelen. Ze hield van de geur van antiek hout en van het verhaal achter de spullen die al meerdere eigenaars hadden gehad – verhalen die Sara er zelf bij fantaseerde. In haar huis wisselde ze moderne meubelen en witte muren af met opvallende oude snuisterijen waar ze op was gevallen, de meeste afkomstig uit deze winkel. Sara liet haar vingers langs een elegante secretaire glijden, langs een massieve eettafel, een plank vol porseleinen beeldjes en… Hé! Zag ze dat goed? Stond daar nou een rek met kleding?

‘Is dat nieuw?’ vroeg ze verbaasd aan Machteld.

‘O, ja. Ik dacht: tweedehandskleding, dat is misschien wel een goede zet.’

Sara baande zich een weg naar het rek en bekeek alles wat er aan de houten hangers hing. Stel je nou toch eens voor dat ze hier een roze jurk zou vinden…

Helaas waren de kledingstukken niet roze en was er verder ook weinig soeps te vinden. Bovendien stonk de kleding een uur in de wind, vond Sara. Ze wilde net met een vies gezicht weglopen toen haar oog viel op een jurk die aan de muur boven het rek hing. Haar mond viel open. Ja, dit was ’m! Dit was de jurk die ze naar de bruiloft aan zou trekken! Geen twijfel over mogelijk. Nog niet eens een heel klein sprankje. Het was een ouderwetse cocktailjurk, misschien wel uit de tijd dat haar moeder Sara’s leeftijd had. Maar het model had veel weg van de jurken die Sara vandaag uit de rekken had getrokken. De jurk wisselde zacht lichtgroen af met subtiel roze, was chic, stijlvol en bovenal kitsch. Dat laatste gaf niet: het was liefde op het eerste gezicht. Sara was verkocht.

‘Machteld!’ riep ze veel te hard door de winkel.

De eigenaresse kwam meteen aanhollen.

‘Sorry,’ zei Sara. ‘Ik wil die jurk graag hebben. Nee, ik móét die jurk hebben!’

‘Rustig maar,’ lachte Machteld. ‘Ik pak de ladder even voor je. Zeg, maar jij hield toch helemaal niet van roze?’

Vijf minuten later overhandigde Sara zeven euro vijftig voor de cocktailjurk, die Machteld in een net iets te kleine plastic tas wurmde. Sara pakte de tas en het wisselgeld van de toonbank.

‘O wacht!’ zei Machteld. ‘Ik herinner me ineens dat er nog een tasje bij hoort.’

Sara hing een stukje over de toonbank en zag alleen nog het dunne grijze haar van Machteld, die druk bezig was op haar hurken in een van de dozen bij haar voeten te graaien. ‘Voilà.’ Ze overhandigde haar een kruising tussen een bolero en een jasje in hetzelfde motief als de jurk en een bijpassend tasje aan een metalen koord.

‘Super!’ zei Sara.

‘Je krijgt het er gratis en voor niets bij. Omdat jij het bent. Veel plezier ermee,’ zei Machteld.

‘Bedankt, dat zal wel lukken!’ zei Sara. Opgetogen liep ze de winkel uit. Yes, missie geslaagd!

Sara genoot van de ochtendzon in haar achtertuin. Nou ja, tuin was een groot woord voor een vierkantje tegels waar niet eens een ligbed op paste. Maar Sara had haar eigen buitenruimte midden in het centrum mét zon, dus haar hoorde je niet klagen. Ze zat alweer op haar eigenhandig geverfde bank. Of nog steeds. Ze kon niet eens bedenken wat ze de afgelopen drie dagen op die bank had gedaan – behalve dat ze een lekker bruin kleurtje had gekregen.

Sara had vier weken vrij genomen van haar werk, met het idee om eens een keer goed tot rust te komen. En om de vele vakantiedagen op te maken die ze had opgebouwd en aan het einde van het jaar niet mee mocht nemen. Dat tot rust komen was makkelijker gezegd dan gedaan. Eigenlijk lukte het voor geen meter, met De Bruiloft steeds op de voorgrond van haar gedachten. Sara bevond zich wel in het goede gezelschap van de Viva, de Flair, de Happinez en de Vriendin – ja, toegegeven: dat laatste tijdschrift had ze in een vlaag van extreem zelfmedelijden in haar winkelmandje gegooid.

Sara’s oog viel op het tafeltje. Op de plastic tas die erop lag, om precies te zijn. Ze schoot overeind. Ja, ze had zin om de jurk nog een keer aan te trekken!

Ze nam het mee naar de slaapkamer en haalde daar de jurk uit de tas, waarna ze hem aanschoot. Het leek wel een lot uit de loterij. De jurk zat haar als gegoten. Sara trok het jasje erbij aan en draaide van links naar rechts voor de grote spiegel op haar slaapkamer. Ze kon niet anders dan tevreden naar haar spiegelbeeld kijken. Ze griste het tasje aan het metalen koord van haar bed en… Kling! Wat was dat? Sara hurkte neer op de grond en keek zoekend om zich heen om te ontdekken wat het geluid veroorzaakt had. Ze bewoog haar vingers over de vloer, maar vond niets, behalve stofvlokken die ze kennelijk al een tijdje over het hoofd had gezien. Net toen Sara het wilde opgeven, zag ze iets glimmen naast de spiegel. Het was een ring! Ze pakte het metalen geval op en legde het in de palm van haar hand. De ring was dof en vrij saai, tot Sara zag dat er aan de binnenkant iets was gegraveerd: J & M, 1969, voor altijd. Het moest een trouwring zijn, dat kon niet anders. Of anders wel een verlovingsring of een andere manier om de liefde tussen J en M te bezegelen.

Sara voelde haar hartslag versnellen. Het had wel iets weg van de bijzondere vondsten die ze geregeld samen met haar collega’s deed tijdens het schoonmaken van het vliegtuig. Reisdagboeken die werden vergeten in het netje onder het opklaptafeltje of een briefje met een intrigerende tekst dat ergens verdwaald op de vloer lag. En niet te vergeten: de vieze, gescheurde, gigantische onderbroek die Sara een keer met een zeeppompje van de vloer van een van de toiletten had gevist en waarmee ze de andere stewards achterna had gezeten door het gangpad.

Ze pakte het tasje van het bed en opende het. Wie weet zat er nog meer in! Het enige wat Sara op het eerste oog in de zachtgroene voering zag waren wat kruimels. Haar oog viel op een haast onzichtbaar ritsje in de voering. Ze schoof het roestige ritsje opzij en voelde in het vakje. Bingo! Het leek wel papier. Nu klopte Sara’s hart helemaal in haar keel. Ze ging op de rand van haar bed zitten en frummelde de vondst uit het vakje. Het was niet zomaar een stuk papier, maar een foto! Op de vergeelde foto stonden een man en een vrouw naast elkaar. Zouden ze dat zijn, J en M, op hun trouwdag in 1969? Ze zagen er stijf uit, vond Sara, maar dat vond ze eigenlijk van alle foto’s van vroeger. Die grijze mantelpakken die wel tien kilo leken te wegen, de overdreven permanentjes, tuttige hoeden en dito handschoentjes.

Ze draaide de foto om. De sierlijke letters waren ietwat weggevaagd, maar nog goed genoeg leesbaar: Doetinchem, 12 augustus 1969, J. en M. Kuipers.

Sara liet zich achterovervallen op haar bed en bleef een tijdje zo liggen, met de foto tegen haar buik geklemd. Ze tuurde naar het plafond en fantaseerde over het leven van de twee mensen op de foto. Dat ze hemel en aarde hadden moeten bewegen om elkaar van hun wederzijdse liefde te overtuigen. Over de ruzies die ze hadden over de buitenechtelijke zoon van meneer Kuipers. En over de manische buien van mevrouw Kuipers die hun leven er niet makkelijker op maakten. Dat soort ‘gewone’ dingen, die Sara ook altijd bedacht als ze door haar favoriete tweedehandswinkel struinde. Zouden de twee nog in leven zijn? Sara rekende het uit in haar hoofd. Dat kon makkelijk. Maar dan bleef wel de vraag waarom je een trouwring in een tasje zou stoppen en dat naar de tweedehandswinkel zou brengen. Dat kon haast geen happy end betekenen…

Oké, genoeg gefantaseerd. Sara stopte de foto en de ring terug in het tasje. Ze had de perfecte jurk gevonden voor de bruiloft, en daar ging het om. Ze nestelde zich opnieuw achter haar huis in de zon, met een glas koele witte wijn, een pakje kaasstengels en de onvermijdelijke stapel tijdschriften. Maar hoeveel foto’s ze ook bekeek van de nieuwste modetrends uit New York en Milaan en hoeveel interviews met bekende mensen ze ook las, ze kreeg de ring en de foto niet meer uit haar hoofd. Misschien omdat ze die had gevonden op het moment dat de bruiloft van haar beste vriendin voor de deur stond?

De tijdschriften vielen met een doffe klap op de tegels. Sara raapte ze op en bekeek de opengeslagen bladzijde in de Vriendin die bovenop lag. Het was de horoscoop, een pagina die ze normaal gesproken oversloeg omdat ze de pest had aan ‘persoonlijke’ adviezen die ook voor miljoenen andere mensen golden. Zoals dit: Doe eens iets voor iemand anders, zonder dat er iets in zit voor jezelf. Hmm, toch interessant. Nu ze toch bezig was, las Sara ook de horoscopen in alle andere magazines. Als ze al die boodschappen uit de astrologie bij elkaar optelde, was dit de uitkomst: Doe eens iets voor iemand anders. Doe moeite voor een geliefde. Sta open voor de liefde. Kijk buiten je vertrouwde straatje. Ga ervoor. Je kunt het. Nou, kon het nóg duidelijker?

Sara pakte haar laptop en klapte die open. Ze ging de eigenaar van de ring opsporen! Ze besloot eerst haar geluk te beproeven in de database van de digitale telefoongids, met achternaam Kuipers en woonplaats Doetinchem. Ha, zes hits! Dat was te overzien.

Zonder te twijfelen toetste Sara het eerste telefoonnummer in. Wikken en wegen, voors en tegens afwegen, dagenlang nadenken; dat waren remmen die bij de impulsieve Sara ontbraken. Als zij iets in haar hoofd had, ging ze dat gewoon doen. De telefoon ging over. En bleef overgaan. De eerste Kuipers was niet thuis. Sara probeerde direct de tweede uit de lijst. Shit! Ook al niet thuis. Net als de derde. Hmm. Sara legde haar telefoon op tafel en begon nu wel aan haar idee te twijfelen. Misschien hadden haar horoscopen het bij het verkeerde eind? Zie je nou wel, wat een onbetrouwbare ondingen. Misschien was het niet zo’n goed plan om te bellen. Nee, inderdaad! Waarom zou ze bellen als ze ook gewoon langs kon gaan. Zo groot kon dat Doetinchem toch niet zijn? Zo klonk het in ieder geval niet. Op Google Maps zag Sara dat het niet eens zo ver was van waar zij woonde, al kon het nog best een mijl op zeven worden met het openbaar vervoer. Ze noteerde de adressen van de zes personen die Kuipers heetten en zou die later wel vinden aan de hand van de route op haar smartphone.

Net op tijd bedacht Sara zich dat ze de jurk voor de bruiloft nog aanhad. Ze verwisselde die voor haar nieuwe witte zomerjurk met stippen, zette haar zonnebril op en schoot bij de voordeur haar ballerina’s aan met het oog op de vele kilometers die ze moest afleggen als ze pech had. Ze propte het tasje met de foto en de ring in haar eigen, veel grotere handtas en trok de voordeur dicht. Het zonnetje scheen, het was heerlijk warm en Sara had tóch nog een leuke bezigheid gevonden – deze dag kon nu al niet meer stuk!

‘Ja, wat moet je?’

‘O.’ Sara moest even slikken. Ze stond bij de eerste Kuipers voor de deur. Op haar lange weg met trein en bus naar Doetinchem en haar wandeltocht door deze woonwijk had Sara heel wat gefantaseerd over de mensen die straks de deur open zouden doen. Maar een vrouw die eruitzag alsof ze Sara het liefst met huid en haar wilde opeten, hoorde daar niet bij.

‘Eh, ik, eh…’ stamelde Sara.

‘Nou, schiet op. Ik heb nog meer te doen.’

Sara leek niet meer in staat iets te zeggen. Het kwade gezicht van de vrouw, die haar armen intussen strak over elkaar had geslagen, leidde haar te erg af. Net als de ruziënde stemmen die ze uit het huis hoorde komen.

‘Ik ben op zoek naar een meneer en mevrouw J. en M. Kuipers,’ zei Sara. Ze vatte haar vondst zo kort mogelijk samen, bang dat de vrouw ieder moment van woede kon exploderen. ‘Ik kan de foto wel even laten zien?’ Sara gilde het uit van schrik toen twee tieners de gang in stormden. Ze denderden achter elkaar aan de trap op naar boven. De jongen die achteraan liep, schold het meisje uit voor een hele reeks vrouwonvriendelijke scheldwoorden die Sara gelukkig nooit had gehoord achter de voordeur van haar ouderlijk huis.

‘Hé jongens, hou nou toch eens een keer op met dat gedonder!’ schreeuwde de vrouw naar boven. Ze draaide haar hoofd terug naar Sara. Help, wat keek dat mens angstaanjagend. ‘Foto? Nee, laat maar zitten. Wij hebben geen contact met de Kuipertjes, de familie van mijn man. Ik ken die J. en M. niet. En ik hoef ze ook niet te kennen. Zoals je ziet heb ik mijn handen vol aan mijn eigen Kuipertjes,’ zei de vrouw.

De deur werd met een smak voor Sara’s neus dichtgesmeten. Een kort ogenblik bleef ze onbewogen staan, maar ze maakte zich gauw uit de voeten toen ze weer een beetje bij haar positieven was gekomen. Weg bij deze Kwade Kuipers en op zoek naar de volgende.

‘Ja?’ zei de man die de tweede deur opendeed. Sara schatte hem een jaar of vijftig. Hij keek een stuk vriendelijker dan de vrouw van net, al was dat niet zo moeilijk. Bij nader inzien keek hij misschien iets té vriendelijk…

‘Ik ben op zoek naar een meneer en mevrouw J. en M. Kuipers,’ zei ze zonder zich iets aan te trekken van de ronduit smerige blik in zijn ogen. Ze vertelde hem het verhaal van de ring en de foto. ‘Kijk, dit zijn ze.’

De man ging dichter bij haar staan en keek naar de foto. Of misschien kon ze het beter staren noemen. Het duurde in Sara’s ogen veel te lang en bovendien walgde ze van zijn adem die ze in haar nek voelde.

Uiteindelijk schudde de man zijn hoofd. ‘Nee, helaas. Geen flauw idee wie die twee zijn. Ik ben niet zo’n familieman. Ik ben maar een man alleen. Zeg, heb je zin om even binnen te komen om deze oudere man gezelschap te houden?’

Sara voelde zijn ogen langs haar lichaam glijden. Ze bleven net iets te lang hangen op haar blote benen en véél te lang op haar decolleté. Oké, hier was maar één woord voor. ‘Gadverdamme,’ zei Sara.

Met grote passen liep ze weg bij de deur. Ze dacht alleen maar: wegwezen hier, en wel zo snel mogelijk! Ze voelde de ogen van die perverseling prikken in haar rug – of moest ze zeggen: op haar kont? – totdat ze volledig uit zijn zicht was verdwenen.

Het derde, vierde en vijfde bezoekje werden ook geen onverdeeld succes. Sara had het verhaal wel tien keer moeten herhalen voor een stokoude vrouw, die dringend behoefte had aan een gehoorapparaat. Daarna deden twee kleine kinderen open die pas na heel lang aandringen hun ouders gingen halen. ‘Het nieuwste spelletje van onze schatjes,’ was de uitleg van hun trotse moeder, bij wie er helaas ook geen belletje ging rinkelen toen Sara de foto uit haar tas haalde. De laatste deur ging helemaal niet open, dus of die mensen op de hoogte waren van het bestaan van J. en M., bleef een raadsel.

Sara zuchtte. Waarom had ze die ring niet gewoon in een la gegooid en was ze verdergegaan met haar leven? Hoe was ze ooit op dit belachelijke idee gekomen? Echt weer iets voor haar om zo’n ondoordacht plan uit te gaan voeren. Sara kon de neiging om er de brui aan te geven maar net de baas blijven. Dat laatste adres kon er ook nog wel bij, hield ze zichzelf voor. Erger dan de mensen die ze tot nu toe had gezien, kon het niet worden. Toch?

Daar moest het zijn, nummer zeventien. Niet dat het huisnummer te zien was vanaf de straat. Dit was geen tuin, maar een stadse variant van een oerwoud! Prachtig materiaal voor de tv-ploeg van De Tuinruimers, of hoe heette dat programma op SBS6 ook alweer. Maar Sara had met haar vierkantje tegels achter het huis natuurlijk niet echt recht van spreken.

Het paadje naar de deur was dan wel weer netjes vrijgemaakt. Sara wierp een vluchtige blik door het raam. De woonkamer zag er op het eerste oog verzorgd uit. Geen ouderwetse gehaakte kleedjes voor het raam, zoals bij de meeste mensen in deze straat, maar een grote zwart-witfoto aan de muur en een opvallende designlamp aan het plafond. Ze drukte op de bel. Op hoop van zegen.

‘Hallo.’

Zeg dat wel! dacht Sara. Ze keek omhoog, recht in de ogen van een man, ergens begin dertig, midden misschien. Donker, krullend haar, sprekende blauwe ogen, een stoer stoppelbaardje en een zongebruind kleurtje om jaloers op te zijn. Wat is hij knap, was het enige wat Sara kon denken. ‘Eh, hoi,’ wist ze uiteindelijk uit te brengen.

‘Kan ik je helpen?’ vroeg hij met een vriendelijke glimlach.

Gelukkig. Er bestonden nog wel aardige mensen. Sara was er naarmate haar Kuipersmissie vorderde steeds meer aan gaan twijfelen. ‘Ja. Het is misschien een beetje een rare vraag. Althans, dat vonden de vorige vijf mensen met de achternaam Kuipers,’ begon Sara. ‘Maar ken jij deze mensen misschien? Hun namen…’

‘Jannie en Marko. Ja, die ken ik wel. Dat zijn mijn vader en moeder,’ zei de man. Hij keek van de foto op naar Sara. ‘Sorry, maar hoe kom jij hieraan, als ik vragen mag?’

‘Die heb ik gevonden in dit tasje. Met deze ring,’ zei Sara. Ze pakte het tasje en haalde de ring eruit. ‘Ik kocht een jurk in een tweedehandswinkel en ik kreeg op de valreep dit tasje erbij cadeau.’

Hij pakte de ring van Sara aan en keek ernaar. ‘Wat stom dat ik daar niet in heb gekeken toen…’ zei de man, duidelijk van zijn stuk gebracht. Zijn stem sloeg over en hij slikte.

Sara begon zich een beetje ongemakkelijk te voelen.

‘Ik ben hier zo lang naar op zoek geweest, weet je dat? Jaren geleden, hoor. Toen mijn ouders net waren… Goh, wat eh… apart dit.’ Hij pauzeerde even. ‘Wil je soms iets drinken?’

Sara dacht een ogenblik terug aan de oude viezerik met dezelfde achternaam, maar stelde tevreden vast dat deze man er in de verste verte niet op leek. ‘Nou, misschien moet je me eerst vertellen hoe je heet. Ik neem niet dagelijks drinken aan van een vreemde man.’

Hij begon te lachen. ‘Sorry, helemaal vergeten! Ik ben Lars Kuipers. Maar dat laatste wist je al. En jij bent?’

‘Sara de Winter.’

Ze keken elkaar recht aan. ‘Leuk je te ontmoeten, Sara. IJsthee?’

Sara knikte en keek hem na terwijl hij door de gang zijn huis binnenliep. Ze legde haar handtas op het opstapje voor de deur en ging erop zitten. Die witte jurk moest natuurlijk wel wit blijven. Ze blies wat ingehouden adem uit, veegde de zweetdruppels van haar gezicht en haalde een hand door haar samengeklitte haren. Wat een dag was dit! Al die aparte mensen en nu zat ze opeens hier, in het zonnetje in Doetinchem. Bij een bijzonder mooie man op de drempel. Met een bijzonder prettig gevoel in haar buik.

‘Dank je wel,’ zei Sara. Ze zette het glas direct aan haar lippen en dronk het voor driekwart leeg. Nu pas merkte ze hoeveel dorst ze had.

‘Wat attent dat je hierheen bent gekomen om de ring te brengen. Moest je in de buurt zijn?’ vroeg Lars.

‘Ja,’ loog Sara. Maar ze bedacht zich. ‘Of nee, dat is niet waar. Ik weet eerlijk gezegd niet waarom ik dat heb bedacht. Zo ben ik gewoon. Ik had even iets nodig om te doen, denk ik.’ Ze realiseerde zich hoe stom dat klonk. Haar wangen begonnen te gloeien. ‘De zon,’ verklaarde ze en ze hield het koele glas even tegen allebei haar wangen.

Lars glimlachte naar haar. ‘Hoe dan ook: heel erg bedankt.’

‘Graag gedaan. Ik ben blij dat ik je gevonden heb en dat je blij bent met de ring,’ zei Sara. Ze twijfelde of ze de vraag die in haar opkwam wel kon stellen, maar zoals gewoonlijk was ze té nieuwsgierig. ‘Begrijp ik goed dat je ouders zijn overleden?’

Lars knikte. ‘Ja, dat klopt. Vijf jaar geleden. Best lang al weer, eigenlijk.’ Hij nam een grote slok ijsthee. Sara bleef hem van opzij nieuwsgierig aankijken. ‘Ze zijn verongelukt in een klein vliegtuig in Nepal, tijdens een van hun avontuurlijke vakanties. Het ene moment waren ze nog samen aan het bergbeklimmen, het volgende moment… Ach, daar ga ik jou ook niet mee lastigvallen. Ik ben blij met het aandenken,’ zei Lars, wijzend op de ring. ‘En de foto. Ik heb niet zo veel foto’s van mijn ouders. Leuk om ze in hun jonge jaren te zien.’

‘Mooi.’ Het verbaasde Sara hoe snel dit gesprek de diepte in ging. Hoelang zat ze nou eigenlijk op zijn drempel; een halfuur?

‘Ik zou graag iets voor je terugdoen, Sara.’

‘Dat hoeft echt niet. Dat is niet de reden dat ik de ring terug kwam brengen.’ Ze maakte een wegwuivend gebaar en bedacht zich dat ze ook niet wist waarom ze die ring wél was komen terugbrengen. Sara stond op en streek de onderkant van haar jurk glad. ‘Nou, dan ga ik maar weer.’

‘Ja,’ zei Lars. ‘Je weet me te vinden, hè? Als ik toch iets voor je terug kan doen.’

Sara knikte en zwaaide terwijl ze het tuinpaadje afliep. Het was vreemd om dit diepgaande gesprek ineens de rug toe te keren – letterlijk. Ze wist natuurlijk wel iets waar deze knappe Lars haar mee kon helpen, maar dat kon ze onmogelijk van hem vragen… toch? Ze had zich echter al omgedraaid voordat ze er erg in had. ‘Eh, nou, er is wel iets.’

‘Vertel,’ zei Lars. Hij sloeg zijn armen over elkaar en keek haar nieuwsgierig aan.

‘Ach nee, laat maar. Het is stom.’

‘Vraag het maar gewoon.’

Sara bleef even stil. Ze keek hem recht in zijn lichte ogen. Ineens kon ze geen enkele reden meer bedenken waarom ze het hem niet zou vragen. ‘Oké, vooruit dan. Het zit zo: mijn beste vriendin gaat trouwen en mijn ex komt ook, met zijn nieuwe vriendin. En ik zou heel graag…’

‘Een date meenemen?’ vulde Lars voor haar in. Dat verraste haar. ‘Ja, hoor, dat wil ik wel.’

‘Serieus?’ reageerde ze. Zo’n makkelijke ‘ja’ had ze niet verwacht. ‘Misschien moet ik er wel even bij vertellen dat het in Griekenland is. En dat het een heel weekend duurt. En dat de vlucht al op vrijdag is. Eh, overmorgen dus.’

‘O,’ zei Lars. Er verschenen denkrimpels op zijn voorhoofd.

‘Zoals ik al zei: laat maar. Ik ken je niet eens! Het is een belachelijk idee. Sorry, daar ben ik nogal goed in. Vergeet maar dat ik het gevraagd heb. En vergeet ook maar dat ik hier langs ben geweest.’ Sara draaide zich om en maakte aanstalten om weg te lopen. Eigenlijk wilde ze het liefst wegrénnen. Heel hard. Maar de tak die ze in haar gezicht kreeg, hield haar tegen. ‘Au!’ Sara legde een hand op de plek waar de tak haar wang had geraakt.

‘Gaat het?’ vroeg Lars. Hij stond nu vlak naast haar.

Ze knikte. ‘Het gaat wel. Je mag weleens gaan tuinieren.’

‘Ik weet het. Geen tijd voor. Zeker niet nu ik overmorgen naar een bruiloft in Griekenland ga,’ zei Lars met een stralend gezicht.

‘Meen je het echt?’ vroeg ze ongelovig. Lars zei zo makkelijk ‘ja’ dat ze zijn antwoord nog niet helemaal serieus durfde te nemen. Alsof ze hem alleen maar vroeg om samen een fietstochtje door Doetinchem te maken!

‘Ja hoor. Het lijkt me leuk,’ zei Lars.

‘Eh, nou, ik ben stewardess, dus het ticket hoeft het probleem niet te zijn. Maar het is dus een heel weekend, hè? Op een roze – en dan bedoel ik ook écht roze – bruiloft, samen met mij, een vrouw die je niet kent, behalve dat je weet dat ze rare, impulsieve ideeën heeft…’ ratelde Sara aan één stuk door tot ze naar adem moest happen. ‘Weet je het zeker? Ik geef je nog één kans om ervan af te zien.’

‘Als jij een ticket kunt regelen, ga ik met je mee,’ zei Lars beslist.

‘Ik eh… bel je nog, oké?’

Ze draaide zich om en begon weer aan de lange tocht naar huis. De hele weg kon ze zich alleen maar afvragen of ze Lars echt had ontmoet én mee had gevraagd naar de bruiloft van haar beste vriendin. Ze leek wel gek geworden!

‘Nou, daar gaan we dan.’

‘Hmhm,’ zei Sara tegen Lars. Ze draaide haar hoofd opzij en keek door het vliegtuigraampje naar buiten. Nederland kromp met de seconde, tot het volledig schuilging onder een dik wolkenpak. Ja, daar gingen ze dan. Twee onbekenden op weg naar Griekenland, naar de knotsgekke bruiloft van Rosanne en Giorgos. Met als extra hindernissen alle nieuwsgierige collega’s van Sara aan boord van de vlucht en De Gevreesde Ex op de bruiloft. Het leek wel een slechte komedie.

‘Vertel eens iets over jezelf, Lars,’ grapte Sara op het moment dat het teken ‘riemen vast’ uitging. Ze gaf hem een knipoog.

‘En vertel het daarna ook meteen aan ons,’ zei Joey, een van de stewards, die voor de zoveelste keer net iets te lang stilhield bij hun stoelen.

Lars kon er wel om lachen en wachtte tot de steward was weggeroepen door een uitgedroogde passagier verderop. ‘Nooit verwacht dat een vrouw me die vraag nog eens zou stellen op achtduizend kilometer hoogte.’

‘Ja, het is wel een rare situatie, hè?’ zei Sara.

‘Ik hou wel van raar,’ zei Lars. Mooi, dat was dan hun eerste overeenkomst.

Sara ontdekte dat Lars als economieleraar werkte op een middelbare school in Arnhem en daarnaast sinds kort bezig was met een deeltijdstudie pedagogische wetenschappen. Lars was ruim vier jaar geleden in het huis van zijn ouders gaan wonen toen het na maanden in de verkoop nog niet verkocht was en hij toch ergens moest gaan wonen nadat zijn relatie op de klippen was gelopen.

Net op dat moment liep Joey ‘toevallig’ langs en kon Sara aan zijn lippen aflezen dat hij ‘Go for it!’ zei. Ze wierp haar collega een geïrriteerde blik toe en ging verder met het gesprek. ‘En Doetinchem? Is het daar leuk?’ Sara kon het zich niet voorstellen na de valse start die ze in het plaatsje had gemaakt.

‘Wel iets leuker dan jouw gezicht doet vermoeden,’ antwoordde Lars. ‘Maar ik hoef er niet te blijven. Als de huizenmarkt een beetje aantrekt, dan ben ik de eerste die een Te koop-bord in de tuin zet.’

‘Nou, dan zou ik maar eens beginnen met tuinieren, als je wilt dat mensen dat bord daadwerkelijk kunnen zien,’ grapte Sara.

‘Sorry, maar hoe groot was jouw achtertuin ook alweer?’

Sara moest lachen. ‘Scherp.’ Dat had ze hem net tussen neus en lippen door verteld toen ze in de rij stonden om in te checken.

‘Vertel jij maar eens iets over je ex. Dan weet ik wat kan verwachten,’ zei Lars. Hij deed zijn stoel een stukje naar achteren en ging er eens goed voor zitten.

Sara vertelde over Peter. Met enige tegenzin, want ze vond het niet bepaald een goede binnenkomer om in het gezelschap van onbekende mannen uit te weiden over exen en hun tekortkomingen – dat waren er achteraf bezien meestal nogal wat. Maar ze kon Lars in dit geval moeilijk in het ongewisse laten over haar ex-verloofde. Hij was tenslotte de reden dat ze Lars had meegevraagd.

Tegen de tijd dat het vliegtuig de daling had ingezet, voelde Sara zich op haar gemak in het gezelschap van Lars. En hij, als ze het goed zag, ook bij haar. Lars had humor, een pluspunt dat bij Peter ontbrak en dat Sara na verloop van tijd wel was gaan missen. En – Sara wist dat het uiteindelijk om het innerlijk ging, maar zij was ook geen heilige – Lars was ook gewoon woest aantrekkelijk. Een Prominent Pluspunt.

Lars liep achter haar aan door het gangpad richting de uitgang van het toestel. Daar stonden de stewards en stewardessen keurig op een rij te knikken, te glimlachen en steeds hetzelfde te zeggen tegen alle passagiers. Ze konden duidelijk niet wachten tot Sara en haar Mystery Man hen wel moesten passeren.

‘Zeg, waar heb je hem al die tijd verstopt?’ fluisterde een stewardess in haar oor.

‘Zozo, purser De Winter heeft zichzelf getrakteerd op een héél lekker snoepje. Was je soms bang dat je de concurrentie niet aankon?’ zei Joey. Hij keek met een verlekkerde blik naar Lars.

De volgende steward maakte een gromgeluid in Sara’s oor om aan te geven dat hij Lars het liefst midden in het gangpad wilde bespringen.

‘Kom.’ Sara trok Lars mee het vliegtuig uit en verontschuldigde zich voor haar veel te nieuwsgierige collega’s. Oké, het was duidelijk. Om vervelende situaties te voorkomen, moesten ze een goed verhaal hebben om straks aan de bruiloftgasten te vertellen!

Sara wist niet waar ze kijken moest toen ze de feestzaal binnenliep. Het was zaterdag. Oftewel: De Dag. Het was alsof ze een roze bril droeg die ze niet kon afzetten. Roze slingers en ballonnen, roze verlichting, een gigantische roze taart, een heuse fontein met roze water en een tafel vol cocktails in drie tinten roze, versierd met roze parasolletjes, rietjes en zelfs een kitscherige minikroon op de rand van het glas. Sara wist dat Rosanne die cocktail speciaal had laten mixen door een of andere bekende Griek, die het drankje Pink Princess had genoemd. Op de tafel ernaast stonden grote schalen met roze hapjes, waarvan Sara zich afvroeg wat het in vredesnaam voor chemische troep moest zijn – tenzij er aan Griekse bomen zulk knalroze fruit groeide. Sara had haar roze-taks voor dit jaar nu al bereikt. En dan te bedenken dat haar morgen nóg een heel dag- en avondprogramma te wachten stond…

‘O mijn god,’ zei Lars. Hij kon zijn ogen duidelijk niet geloven. ‘En die Griekse man is het hiermee eens?’

‘Ongelooflijk, hè? Het lijkt wel een volwassen Barbiehuis. Op steroïden,’ zei Sara. Ze keek de zaal rond op zoek naar bekende gezichten. Er hadden zich al vrij veel gasten verzameld, waarvan verreweg het merendeel van Griekse afkomst was. Het bruidspaar was er niet; Rosanne en Giorgos stonden al buiten op het strand te wachten, stiknerveus waarschijnlijk, tot de ceremonie daar in het bijzijn van alle gasten voltrokken zou worden.

‘En?’ vroeg Lars.

‘En wat?’

‘Wat denk je? Heb je die ex van je al ergens gesignaleerd?’ vroeg Lars.

Sara schudde haar hoofd. ‘Nee, maar die zal zo wel ergens opduiken. Misschien is hij…’

‘Sara! Meid o meid, wat heb ik jou lang niet gezien! Wat zie je er goed uit!’

Voordat Sara kon reageren of hard kon wegrennen, had de moeder van Rosanne haar al stevig vastgepakt. Sara voelde spontaan een benauwdheid opkomen. Lars stond er smakelijk naast te lachen.

‘Marijke, hallo. En gefeliciteerd natuurlijk,’ zei Sara.

‘Dank je. Dank je. Vind je het niet prachtig hier?’ vroeg Rosannes moeder stralend. Ze maakte een weids gebaar in de ruimte.

‘Hmhm.’ Sara en Lars knikten als een boerenstel met kiespijn.

‘En over prachtig gesproken,’ zei Marijke. Ze boog zich dichter naar Sara toe en fluisterde in haar oor – op zo’n volume dat niet alleen Lars, maar ook de mensen drie meter verderop het konden horen: ‘Wie is die prachtige vent naast jou? Daar heeft Rosanne me helemaal niets over verteld!’

‘Dit is Lars, mijn nieuwe vriend,’ zei Sara. Ze hief haar kin iets op.

Lars stak zijn hand uit naar Marijke.

‘We hebben elkaar nog niet zo lang geleden ontmoet in het vliegtuig toen ik aan het werk was en het klikte meteen,’ lichtte Sara toe.

‘Wat enig!’ reageerde Marijke. ‘O, wat enig. Zo zie je maar weer.’

Dit verhaaltje over het begin van hun ‘relatie’ hadden ze vanochtend samen in elkaar geflanst om op het feest niet door de mand te vallen. Zeker niet wanneer ze oog in oog zouden staan met Peter. Sara had het kennelijk overtuigend gebracht, want het ging er bij Rosannes moeder in als zoete koek.

‘Gaan jullie alvast mee naar buiten? Dan kun je Rosanne nog even een knuffel geven. Dat arme kind besterft het haast van de zenuwen. Volledig in paniek en ze huilt meer tranen bij elkaar dan de hele Middellandse Zee.’

Het was echt een plaatje: Rosanne en Giorgos op het strand, met de golven die vlak achter hen omsloegen, een sierlijke bruidsjurk – moest ze de kleur nog vermelden? – onder een boog van bloemen in dezelfde kleur.

‘Sara! Saar!’ riep Rosanne uitgelaten. Ze liet het bruidsboeket uit haar handen vallen en stampte het bijna plat in haar enthousiasme om naar haar vriendin toe te hollen. Voor zover dat laatste lukte, want ze had een rok aan met daarin een formaat hoepel waar de dikste leeuw nog met gemak doorheen kon springen.

‘Roos, wauw. Je ziet er… fantastisch uit.’

‘Dank je. Het is wel heel roze, hè?’

‘Ach, een beetje, maar,’ grapte Sara. ‘Wat vind je van mijn jurk?’

‘Super! Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat je echt in het roze zou verschijnen. Dat bewijst maar weer hoeveel je voor me overhebt,’ zei Rosanne. Haar oog viel op Lars. ‘Eh, wie is dit? En hoezo neem je een vreemde vent mee naar mijn bruiloft?!’

‘Ik ben Lars. Ik ben Sara’s nieuwe vriend.’ Hij gaf de bruid in spe een hand, terwijl Sara nog een keer hun fictieve ontmoeting opdreunde.

‘Ja, mooi verhaal hoor. Heel mooi. Maar ik geloof daar natuurlijk niets van. Alsof je mij dan niet eerder over hem zou hebben verteld!’ zei Rosanne.

Sara en Lars wisselden een veelzeggende blik uit. ‘Oké! Ik kan ook helemaal niet liegen, en zeker niet tegen jou,’ zei Sara snel. Ondertussen zag ze steeds meer gasten op het strand plaatsnemen voor de huwelijksceremonie. Inclusief Peter en zijn vriendin. Sara kreeg het benauwd bij de gedachte straks met hem te moeten praten… ‘Om een lang verhaal kort te maken: we hebben elkaar toevallig ontmoet, drie dagen geleden. Ik heb iets voor hem gedaan, Lars wilde iets terugdoen en toen vroeg ik hem mee naar de bruiloft. Als wapen tegen Peter.’ Dat laatste voegde Sara er zachter aan toe omdat ze het toch een beetje kinderachtig van zichzelf vond.

Rosanne begon te lachen. ‘Fantastisch! Echt iets voor jou.’

‘Wel je mond houden, hè?’

‘Natuurlijk. Wat denk jij dan?’ Rosanne keek achterom en zag haar aanstaande heftig gebaren dat ze bij hem moest komen. ‘Joh, al zou ik mijn mond voorbij wíllen praten, ik zou er niet eens tijd voor hebben.’ Ze omhelsde Sara. ‘Ik ben blij dat je er bent. En eh, toeval is duidelijk een goede keuze.’ Rosanne holde terug naar het podium, viste haar verfomfaaide bloemstuk van de grond en voegde zich bij haar Griekse geliefde.

Sara en Lars gingen op de voorste rij zitten. Rosanne gaf hun een vette knipoog.

De ceremonie was deels in het Grieks, deels in het Nederlands. Dat het Griekse woord voor ‘ja’ lijkt op het Nederlandse ‘nee’ zorgde voor enige verwarring, maar verder was het huwelijk zo beklonken. Het had Sara overigens niet uitgemaakt in welke taal de huwelijksvoltrekking plaatsvond – in het Arabisch of Vietnamees voor haar part. De onophoudelijk stralende gezichten van Rosanne en Giorgos waren alles wat ze nodig had om te weten dat dit huwelijk haar vriendin gelukkig zou maken. En daar tekende ze als getuige maar al te graag voor!

‘Dit feest is echt…’

‘Waanzinnig!’ onderbrak Sara Lars.

De gasten, en dan met name die van Griekse komaf, maakten er een waar spektakel van. Sara stond met Lars aan de zijkant van de zaal en pakte een nieuwe Pink Princess van de tafel. Hij was intussen overgegaan op bier. Zij hield het bij cocktails. De hoeveelste dit ondertussen was, wist Sara niet. Wat ze wel wist, was dat ze haar afkeer van roze op dit moment goed overboord had weten te zetten. Ze moest wat voor haar vriendin overhebben.

‘Kom! Laten we meedoen,’ stelde Lars voor op het moment dat de sirtaki werd ingezet, met Rosanne en Giorgos als het stralende middelpunt.

‘Echt?’ vroeg Sara verbaasd. Ze was zo gewend om met Peter naar dit soort feesten te gaan en hij had nooit iets moeten hebben van dat soort gekke impulsen.

Als antwoord trok Lars haar aan haar hand mee de dansvloer op. Ze haakten in, legden hun armen rond de schouders van hun Griekse buren en schopten hun benen op de maat van de muziek om de beurt de lucht in. Sara genoot met volle teugen van de vreugde om haar heen en vooral van die van Rosanne, die inmiddels een gemakkelijkere jurk had aangetrokken en zich volledig kon overgeven aan de traditionele Griekse dans.

‘Aaaah, help!’ riep Sara uit. Ze lachte zich slap en struikelde haast over het rechterbeen van Lars toen ze het ritme niet meer bij kon benen.

‘Godzijdank.’ Lars boog een stukje voorover om uit te hijgen toen de muziek was gestopt en het applaus was opgestegen.

‘Nou,’ zei Sara. Precies op dat moment kruiste haar blik die van Peter. Hij keek haar recht aan, serieus zoals ze van hem gewend was. De stropdas die hij zo strak had aangetrokken dat Sara zich afvroeg wanneer hij zou stikken, gaf zijn stijve houding nog meer gestalte. Ze slikte en gooide haar schouders en hoofd naar achteren. ‘Ik zie hem. Peter, bedoel ik. Ben je er klaar voor?’

Lars keek Sara van opzij aan. ‘Ben jíj er klaar voor?’

Ja. Sara was er klaar voor. Klaar om de confrontatie waar ze al weken tegenaan liep te hikken aan te gaan en achter zich te laten. Meer dan klaar, zelfs.

‘Hallo, Peter,’ zei ze dapper. Ze stond recht tegenover haar ex, de man die haar nog net niet voor het altaar had laten staan. Gek genoeg voelde ze weinig. Of misschien was dat niet zo gek met al die cocktails in haar lijf.

‘O, Sara. Hallo. Ik had je nog helemaal niet gezien,’ zei Peter, ook al wisten ze allebei dat hij haar tijdens de sirtaki strak had aangekeken. Ze gaven elkaar drie plichtsgetrouwe zoenen. ‘Eh, je kent Cici nog wel, hè?’ Peter sloeg een tikje onbeholpen een arm om zijn vriendin heen.

Cici. Ja, natuurlijk kende ze die nog. Hoe kon ze haar collega met die belachelijke naam en dat belachelijke piepstemmetje ooit vergeten? ‘Hmhm,’ zei Sara. ‘Alles goed met je?’

‘Fantastisch! Kan niet beter,’ antwoordde Cici overdreven. ‘En met jou? Eh, jullie?’

‘Ja, mag ik jullie voorstellen aan mijn nieuwe vriend, Lars Kuipers?’ zei Sara. Ze glimlachte breeduit. Terwijl Lars de handen van De Ex en De Piep schudde, vertelde Sara hoe ze Lars had ontmoet. Ze had het verhaal nu al zo vaak verteld dat ze er haast zelf in begon te geloven. Wat was ze opgelucht dat ze dit gesprek niet in haar eentje aan hoefde te gaan. Ze genoot van elk woord dat ze uitsprak en misschien nog wel het meest van Lars, die dicht naast haar stond met zijn arm om haar heen. Het leek alsof het Peter raakte om haar weer te zien en dat gaf haar vleugels. De confrontatie verliep meer dan prima. Niets kon dit moment nog verpesten.

‘Nou, dan is je overstap naar die lowbudgetmaatschappij toch nog ergens goed voor geweest,’ piepte Cici. Ze sprak ‘lowbudget’ uit alsof het het ergste was wat er op aarde bestond – wat ook wel een beetje zo was in de wereld van de luchtvaart.

‘Dat was inderdaad een goede keuze,’ reageerde Sara. Vanbinnen werd ze boos, maar ze deed haar uiterste best om zich niet te laten kennen. Alsof dat haar eigen keuze was geweest! Elke vrouw met enig zelfrespect en zelfbehoud zou toch zeker niet vrijwillig keer op keer in hetzelfde vliegtuig stappen als haar ex-verloofde en zijn nieuwe vriendin? Sara was op dat moment blij geweest met elke werkgever die haar wilde aannemen en niet op de zwarte lijst stond.

Cici beschikte echter niet over een antenne om dat soort dingen aan te voelen. ‘Wel jammer, hoor. De sfeer is zo goed en we hebben allemaal een behoorlijke salarisverhoging gehad. Niks crisis dus!’ kirde ze enthousiast verder. ‘En Peter hier heeft zijn strepen verdiend. Letterlijk.’ Cici trok een trots gezicht en woelde met haar vingers door Peters haren. Hij mocht trouwens wel een keer naar de kapper gaan.

‘Ja, Cici heeft me goed gestimuleerd om die streep te behalen,’ zei Peter.

‘Goh. Wat fijn voor jullie,’ zei Sara, ook al voelde die laatste opmerking als een klap in haar gezicht. Toen zij nog bij elkaar waren, was Peter ook al bezig geweest om op te klimmen als piloot. Sara probeerde hem en zijn oneindige ambitieuze instelling juist af te remmen omdat ze er gek van werd.

‘En we gaan…’

‘Ciesje, laat maar even,’ zei Peter in een poging zijn vriendin af te remmen.

Tevergeefs. ‘… trouwen! Ten huwelijk gevraagd op Mauritius, dat is toch een droom die uitkomt?’ Cici’s stem sloeg over. Die kon haar enthousiasme niet langer aan, net als Sara. De diamanten ring aan Cici’s vinger – die kon Peter wel betalen met dat streepje op zijn schouder erbij – schitterde voor Sara’s ogen, terwijl de rest eromheen één grote, vage brij werd. Ze kookte van woede. Ze was kwaad omdat Peter het pak droeg dat hij voor hun bruiloft had gekocht en dat hij Cici ten huwelijk had gevraagd op dezelfde plek als hij bij haar had gedaan, en ze was nóg kwader vanwege de onder-de-gordel-opmerkingen van Cici en de lullige pogingen van Peter om zijn vriendin, pardon: verloofde, in toom te houden. En dan was ze ook nog eens kwaad op zichzelf omdat ze daar kwaad om werd.

Sara kon niet meer helder denken. Sterker nog: ze kon niet meer denken. Ze gooide alles eruit. ‘Jemig Peter, wat ben je toch ook een ongevoelige zak! En zo dodelijk sáái. Mauritius, goh, heb je daar lang over moeten nadenken? Waar was het, onder diezelfde kokosboom? En jij, Cici’ – Sara sprak die naam met evenveel afschuw uit als Cici net ‘lowbudget’ had uitgesproken – ‘voor jou heb ik helemaal geen goed woord over. Ik wens jullie een huwelijk vol saaiheid en sleur. Tenminste, als Peter niet twee dagen voor de grote dag de benen neemt. En dan te bedenken dat ik wekenlang over dit moment heb nagedacht, over wat ik zou moeten zeggen of doen. Ik heb zelfs een vreemde man meege…’

‘Hé! Nou, goed. Hartstikke leuk jullie te ontmoeten, Peter en Cici. Wij gaan weer verder.’ Lars trok Sara weg, en dat was maar goed ook. Als hij niet aan de noodrem had getrokken, was ze nog minstens tien minuten door blijven ratelen en had ze er meer uitgegooid dan haar lief was.

‘Laat me los!’ zei ze tegen hem. Ze trok haar wenkbrauwen in een diepe frons. ‘Waar gaan we heen?’

‘Dansen. Wij gaan die twee zuurpruimen eens laten zien hoe je écht plezier maakt.’

Lars pakte haar vast en zwierde met haar over de dansvloer. Behendig ontweken ze de andere gasten. Het maakte Lars niet uit of er Engelstalige popmuziek of traditionele Griekse muziek gedraaid werd. Lars danste overal op en wat hij ook deed, het zag er nog verdomd goed uit ook. Sara liet zich door hem leiden en haar boosheid verdween uit haar lichaam. Ze genoot ervan dat ze hier met Lars was en dat ze in hem een gekke partner in crime had gevonden.

Op de slottonen van een of ander staccato Grieks nummer gooide Lars haar onverwacht achterover. Hij boog zich naar haar toe en drukte een kus vol op haar mond. Heel even verdween alles naar de achtergrond, het roze, de herrie, de gasten en met name Peter en Cici, en leek het alsof Sara en Lars alleen op de wereld waren. Ze liet zich weer rechtop zetten. Haar knieën voelden week aan. Verwonderd keek ze naar Lars. Hoorde dit bij zijn acteerwerk om Peter en Cici een hak te zetten, of was er meer aan de hand? Ze wist het niet en kon het Lars ook onmogelijk vragen.

De dj maakte met veel muzikale bombarie een eind aan de avond en het applaus dat volgde, hield eindeloos aan.

‘Kijk nou toch wat je doet!’ De muziek was verstomd en maakte plaats voor de snerpende stem van Cici.

Sara keek naar haar, net als vele anderen. Ze zag de enorme natte plek op de jurk van Cici en het lege glas dat Peter in zijn hand had. Cici ging op minder luide toon verder toen ze de ogen van de aanwezigen in haar rug voelde priemen. Sara trok Lars een stukje mee hun richting uit om de rest van de conversatie te kunnen volgen.

‘Doe nou even rustig, schat,’ zei Peter.

‘Net zoals jij, bedoel je! Altijd zo ‘lekker’ rustig,’ beet Cici hem toe.

‘Wat is er nou? We hebben het toch leuk gehad, vanavond?’

‘Jij misschien. Want ik vond het een vreselijk saaie avond!’

Lars wreef over zijn oor. De piepstem van Cici was niet meer te harden. Sara lachte vanbinnen. De saaiheid begon tussen Peter en zijn nieuwe verloofde kennelijk ook al toe te slaan.

‘Ciesje,’ zei Peter. Hij legde een troostende hand op haar schouder. Cici was inmiddels in een hevig snikken uitgebarsten. Haar tasje viel uit haar handen en belandde naast haar voeten. Peter bukte zich om het op te rapen en toen gebeurde er iets zo gênants dat Sara er van tevoren niet eens over had durven fantaseren: Peter scheurde midden op het feest uit zijn broek! De broek die voor de bruiloft van Peter en Sara bedoeld was geweest. Ha, net goed! Tussen de uitgescheurde naad van zijn donkere pantalon kwam een geruite boxershort tevoorschijn – van het type waar Peter er ook al vijftien van had toen Sara nog zijn vriendin was. Hoe saai kon je het hebben? Sara zag dat de aanwezigen in de lach schoten. De Nederlandse gasten heimelijk, de Griekse niet. Die schaterden het zonder enige gêne uit.

Peters wangen kleurden rood, evenals die van Cici, wat vreselijk vloekte bij haar roze jurk. Het was duidelijk dat Peter zich hoogst ongemakkelijk voelde en dat werd er niet beter op toen hij in de gaten kreeg dat Sara en ‘haar nieuwe vriend’ het tafereel nauwgezet volgden. Peter trok snel zijn colbert uit en knoopte het om zijn heupen. Een handig redmiddel, maar het zag er natuurlijk niet uit. Dat vond ook ‘Ciesje’, aan haar zure gezicht af te lezen. Al ruziënd vertrokken ze richting de uitgang van de zaal.

‘Haha! Zag je dat? Hij scheurde gewoon uit zijn broek!’ Sara gierde het uit. De tranen stroomden over haar wangen.

Lars had zo erg de slappe lach dat hij pas vijf minuten later iets kon zeggen. ‘En die ruzie! Zo gênant en tegelijkertijd hilarisch,’ zei hij. ‘Ik zeg: de ultieme revanche.’

‘Bedankt dat je me hebt geholpen, Lars.’ Sara keek weer serieus. ‘Als jij me niet had tegengehouden, was ik degene die voor lul had gestaan. Dan had ik zeker weten eruit gegooid dat ik jou helemaal niet ken en dat ik je speciaal heb meegenomen om hem dwars te zitten. Zo veel eer verdient hij niet.’

‘Graag gedaan,’ zei Lars.

‘Heb ik je trouwens al wel gecomplimenteerd met je geweldige acteerwerk? Misschien moet je overwegen om op het podium te gaan staan in plaats van voor de klas,’ grapte Sara.

Lars lachte niet, maar zei bloedserieus: ‘Wie zegt dat ik acteer?’

Sara stond perplex. Wat bedoelde hij daarmee? Wat moest ze daar nou op zeggen? Ze kon ook niets zeggen, aangezien Lars al een eindje verderop voor de lift stond te wachten toen ze weer een beetje bij haar positieven kwam. Ze holde zijn richting uit en stapte nog net tussen de dichtschuivende liftdeuren door.

‘Lars, wat…’ zei ze. Ze hield haar mond toen ze zag dat ze niet alleen in de lift stonden. Geen wonder, aangezien de meeste bruiloftgasten uit Nederland in de kamers boven de feestzaal overnachtten.

‘Prachtig feest, nietwaar?’ zei een oudere vrouw.

‘Ja, het was prachtig,’ beaamde Sara.

‘Ik hoop dat er morgen een ander kleurthema is,’ bromde de man naast haar.

‘Anders ik wel,’ zei Sara.

Lars zei niets. Hij glimlachte alleen maar. Waarom stond hij nou zo te lachen? En waarom hadden ze geen kamer op de eerste verdieping? En kon die verdomde lift niet wat sneller?

‘Oké. Vertel me nu maar wat je met die opmerking bedoelde,’ zei Sara. De deur van hun hotelkamer viel dicht. Het was plotseling zo stil dat het pijn deed aan haar oren. De schoonmakers hadden hun rondslingerende troep ordelijk neergelegd en de twee losse bedden opnieuw strak opgemaakt.

Lars liep op haar af – in Sara’s ogen veel te langzaam – en bleef vlak voor haar stilstaan. Hun lichamen raakten elkaar net niet. Sara voelde een ongelooflijke spanning tussen hen, maar wist niet hoe ze die moest interpreteren.

‘Precies zoals ik het zei.’ Lars pauzeerde even. ‘Ik bedoel dat ik niet kan acteren. Ik bedoel dat ik niet mee ben gegaan om je ex en Ciesje dwars te zitten – al was het moment dat hij uit zijn broek scheurde er absoluut een om in te lijsten.’

‘Wat bedoel je dan wel?’ vroeg Sara. Ze had wel een vermoeden in welke richting dit gesprek ging – een richting die haar erg aanstond – maar ze wilde het liever zeker weten.

‘Ik bedoel dat ik ja heb gezegd tegen je uitnodiging omdat ik meteen van je gecharmeerd was toen je voor mijn deur stond. Met je verhitte gezicht en je rare voorstel,’ zei Lars. Hij glimlachte. ‘Sinds ik met je in het vliegtuig ben gestapt en nu ik je steeds beter leer kennen, vind ik je helemaal fantastisch.’

Sara schoot in de lach. Ze hoorde zelf hoe hard en vreemd haar lach klonk. ‘O, sorry. Dat zijn de zenuwen. Ik… ik weet niet wat ik moet zeggen.’ Sara was zo druk geweest met de ontmoeting met Peter, van tevoren, op het moment zelf en achteraf, dat ze er geen moment bij stil had gestaan wat Lars van haar vond en vice versa. Maar nu ze hem recht in zijn ogen keek en haar gevoelens toeliet, was dit het fijnste antwoord dat ze kon bedenken. Ze was die horoscopen ineens zó dankbaar dat ze in staat was op alle tijdschriften een levenslang abonnement te nemen.

‘Ben je er nog?’ vroeg Lars. Hij zocht oogcontact.

‘Eh, ja, ik ben er nog.’ Sara schudde kort haar hoofd om haar blik scherp te stellen. Ze was verzand in een soort staren, dat er vast niet al te charmant uit had gezien. Ze voelde op dat moment zo veel dat het haar duizelde. Bovendien was haar bloed waarschijnlijk roze gekleurd door alle Pink Princesses die ze achterover had getikt, iets wat haar hersencapaciteit ook niet ten goede kwam. Ze begon te ratelen. Over Peter. Over een vliegtuig. Over waarom de deur van de cockpit altijd op slot zit. Of zoiets.

Lars legde een vinger op Sara’s lippen. ‘Stop met ratelen en kijk me aan. Zenuwpees,’ voegde hij er plagend aan toe.

Ze deed wat hij zei. Maar niet lang. Plotseling wist ze precies wat ze wilde en daar ging ze geen seconde langer over nadenken. Sara kuste hem. Een échte zoen dit keer. Ze sloeg haar armen om hem heen en ging dichter tegen hem aan staan. Ze stonden tenslotte niet meer midden op de dansvloer met honderden pottenkijkers, maar in een hotelkamer waar niemand was behalve zij tweeën. Het was lang geleden dat Sara zich zo had gevoeld. Compleet met vlinders in haar buik en een roze bril waar ze wél blij mee was. En dan had ze het nog niet eens over die enorme aantrekkingskracht tussen Lars en haar…

‘Wacht. Er is nog één ding,’ zei Lars.

Sara keek hem aan. Ze zag dat zijn ogen glinsterden. ‘O, en wat dan wel?’

Hij ritste haar jurk aan de achterkant langzaam open. ‘Hoe mooi die jurk ook is, hij is wel van mijn moeder geweest,’ zei Lars terwijl hij de bandjes van haar schouders schoof. De jurk belandde op de vloer. Zijn vingers gleden over haar blote rug. Sara kreeg er spontaan kippenvel van. Zeker toen ze bedacht dat ze samen met Lars nog zes lange dagen én nachten op het zonovergoten Griekse eiland kon doorbrengen!


Heb je genoten van dit verhaal? Wil je dan een recensie achterlaten op Hebban, Goodreads, Boekenwereld of Bol.com?

Genoten van Pink Princess? Dan is dit misschien ook wel iets voor jou!

Rood, wit & koningsblauw

Deze heerlijke romcom van Casey McQuiston gaat over Alex, zoon van de Amerikaanse president, en Henry, Britse prins. Meteen zodra zijn moeder wordt verkozen tot president, wordt Alex Claremont-Diaz gebombardeerd tot Amerikaanse royalty: hij is knap, charismatisch en nog intelligent ook. Het publiek vreet hem op. Eén probleempje: Alex ligt in de clinch met een échte prins, Henry, aan de andere kant van de grote plas. En als de tabloids daar lucht van krijgen, worden Alex en Henry gedwongen om te doen alsof ze het goed hebben gemaakt. Maar wat begint als een nepvriendschap, groeit uit tot iets diepers en veel gevaarlijkers. Kan liefde de wereld redden? Ook als die liefde er anders uitziet dan verwacht?

Casey McQuiston sleept je met Rood, wit en koningsblauw mee in een verhaal vol humor en liefde.