Nieuwsbrief

Nieuw jaar, nieuwe kansen – Saskia Oudshoorn

Nieuw jaar, nieuwe kansen

Eleanor deed op de middelbare school alles wat ze kon om onzichtbaar te zijn, maar haar klasgenoten wisten haar altijd te vinden. Nu, acht jaar later, is er een oud en nieuw-feest voor oud-leerlingen. Eleanor heeft het gemaakt en dat wil ze graag laten zien. Maar eenmaal daar krijgt ze behalve starende blikken niets: geen sorry, geen waardering, dit was geen goed idee. Tot ze ineens wordt aangesproken door Vic.

Saskia Oudshoorn

Saskia Oudshoorn won in 2019 de feelgoodschrijfwedstrijd van Kobo en bracht haar roman Recept voor geluk uit. ze kreeg de smaak te pakken en schreef verder. Liefde in Milaan, die in januari 2021 verschijnt, is een driedelige feelgoodserie vol humor en herkenning. Speciaal voor de feestdagen schreef ze Nieuw jaar, nieuwe kansen.


Mijn naaldhakken klinken hol en hard op de klinkers in het steegje waar ik honderden keren doorheen gelopen ben. In de ochtend langzaam, naar huis hollend. Acht jaar geleden probeerde ik me elke dag zo onzichtbaar mogelijk te maken, een vlieg op de muur die niemand zou opmerken. Jammer genoeg probeerden mijn klasgenoten vaak de vliegen weg te slaan.

Al vanaf het moment dat ik de uitnodiging voor het ‘Oudejaarsfeest voor de Oudgedienden’ in mijn inbox kreeg, kriebelt het. Dit keer niet de zenuwachtige kriebel omdat ik weer naar het enorme, vierkante schoolgebouw van twee lagen depressief donkerbruin baksteen moest – dit keer was het een vastberaden, opgewonden kriebel. Een nieuwe start.

Voordat ik de laatste hoek om ga, adem ik een diepe teug lucht in. Ik trek de ceintuur van mijn jas iets losser en steek mijn kin in de lucht. Net alsof ik een show loop. Mijn adem maakt wolkjes in de frisse buitenlucht. Het is koud, het heeft gesneeuwd vanmiddag. Ik strijk met mijn handen langs het designerjurkje dat mijn vormen nauw omsluit. Eigenlijk was deze cocktailjurk zelfs voor mij te duur. De gedachten aan de zoete wraak en de jaloerse blikken van die valse krengen die me aan zouden staren, moeten iedere bestede euro dubbel en dwars goed maken.

‘Eleanor Treurlings?’ De jongen achter het tafeltje pakt ongeïnteresseerd zonder op te kijken mijn uitnodiging aan en zoekt met zijn vinger langs de rijen strijkend mijn naam op de lijst die op zijn tafeltje geplakt zit. Zijn lok valt voor zijn ogen, met een geïrriteerd gebaar duwt hij telkens weer het haar achter zijn oor terug, waar het na een paar seconden weer vandaan glijdt.

Na enig zoeken vindt hij mijn naam. IJverig krast hij hem door. Als hij het kaartje teruggeeft en zijn hoofd in zijn nek moet leggen om me aan te kijken, trekt een blos vanuit zijn nek naar zijn konen. Dat effect heb ik sinds een paar jaar op mannen. Ik lach mijn perfecte gebit bloot en schenk hem mijn liefste glimlach. Voor die glimlach heb ik twee jaar een plaatjesbeugel moeten dragen en zelfs een tijdje een buitenboordbeugel. Ik stopte die ’s ochtends altijd in mijn rugzak en als ik bijna thuis was, gespte ik hem om zodat min moeder niet ging zeuren. Als ik dat kreng overdag had moeten dragen, waren mijn jaren op de middelbare school nog vreselijker geweest. Het blijft heerlijk om bij mensen een blik te zien die niet uit medelijden bestaat, ook al is het in dit geval maar een ventje dat waarschijnlijk nog niet oud genoeg is om bier te mogen drinken. Het deprimerende schoolgebouw versterkt het effect nog eens een keer.

‘Fijne jaarwisseling alvast,’ zeg ik tegen de jongen en eindelijk laat hij het kaartje los. Verlegen stottert hij iets onhoorbaars terug.

De kapstok lijkt veel lager dan ik gewend ben. Dat kan door mijn hakken van tien centimeter komen, maar ook door het feit dat ik het jaar na mijn eindexamen nog wat centimeters erbij heb gekregen van Moeder Natuur. Ik ben een laatbloeier, op alle fronten.

Iedere vijf jaar wordt er een schoolreünie bij mijn middelbare school georganiseerd. Vijf jaar geleden had ik dit niet gedurfd. Er is veel gebeurd sinds die tijd. Het ziet er in ieder geval beter uit dan in mijn herinnering. De jaren hebben de scherpe randjes van het verdriet gehaald, maar in mijn herinnering was de school een soort griezelgrot geworden. De aula is rijkelijk versierd met zilveren en lichtblauwe glimmende slingers, strengen lichtjes en lampionnen in de vorm van sterren. Met witte kleden over de opgestapelde tafels en een paar verdwaalde ijsbeerknuffels hebben ze de waarschijnlijk geprobeerd de Noordpool na te bouwen.

Het thema van vanavond is IJspaleis. Ik doe bescheiden mee, de oorbellen in mijn oren lijken met een beetje fantasie op ijspegels, gemaakt van honderden glimmende lichtblauwe Swarovskisteentjes die als watervallen langs mijn hals naar beneden vallen. Voor de gelegenheid hebben ze zelfs echte glazen in gebruik. Ik pak een champagneglas van het blad dat een meisje met een zwart schort me aanbiedt. Ze kijkt net iets te lang naar me. Misschien heeft ze me wel herkend. Ik nip van het glas. Niet het soort champagne dat ik regelmatig aangeboden krijg, toch zijn de zoete, prikkende belletjes op mijn tong en de alcohol in mijn lichaam welkom. Te snel heb ik het glas leeg. Hier in deze aula staan doet meer met me dan me lief is. De herinneringen die ik zo zorgvuldig had weggestopt, dringen zich aan me op.

De grote, grijze prullenbakken waar ze me een keer hebben geprobeerd in te proppen staan er nog steeds. Soms ruik ik de geur van rottende klokhuizen en beschimmelde boterhammen nog. Ik leg mijn klamme handen op de statafel voor houvast. Mijn lange, rode nagels vormen een schril contrast met het witte kunststof blad. Tot mijn eigen irritatie zie ik dat mijn vingers licht trillen.

De coverband speelt ‘Happy new year’ van Abba. Mijn favoriete jaarwisselingslied. De eerste keer dat ik het hoorde, moest ik huilen. Het voelde zo wáár: alles kan anders zijn gelopen dan je denkt, maar het nieuwe jaar biedt nieuwe kansen. Daar klampte ik me aan vast.

Aan het tafeltje naast me staan een paar vrouwen. Uit mijn ooghoek zie ik Anne staan, mijn klasgenoot die een keer mijn spijkerbroek verstopt had na het gymmen zodat ik in mijn sportbroekje naar de les moest. Ze is zwanger, haar hoofd is net zo opgeblazen als haar buik. Naast haar staat Heleen. Heleen vond het leuk om regelmatig de band van mijn fiets leeg te laten lopen. Uiteindelijk kwam ik maar lopend naar school. Judith verspreidde de vreselijkste roddels over me. Ik heb geen idee waarom ze mij altijd moesten hebben. Ik was geen nerd, geen uitblinker in sport, gewoon een doorsnee kind, geen competitie voor het groepje populaire meiden.

Ik pak nog een glas champagne als de serveerster langsloopt. Ik hoor niet wat ze zeggen, ik wéét gewoon dat ze het over mij hebben. Hun verbaasde blikken branden in mijn rug als ik me een kwartslag omdraai. Bij de muur van de kantine staan een paar mannen. Een van hen is Henry. Henry vond het op schoolkamp geestig om mijn onderbroek zo hard in mijn naad te trekken dat ik een week lang last van mijn achterste had. De man die naast hem staat, nonchalant leunend tegen de muur, een been over het andere geslagen, is Chris. Blijkbaar zijn ze nog steeds vrienden. Chris schreef altijd mijn huiswerk over en gunde me daarna nog steeds geen blik waardig. Zijn haar wordt al dunner en zijn haargrens is naar achteren opgeschoven, zie ik. Het doet me stiekem deugd. De tijd spaart niemand. Chris likt het bierschuim van zijn lippen en kijkt me brutaal aan. Volgens mij herkennen ze me niet.

Niemand komt naar me toe. In mijn dromen was ik het stralende middelpunt van dit feest. Wilde iedereen ineens vrienden met me zijn en boden ze met het schaamrood op hun kaken hun excuses aan voor wat ze me tijdens de vreselijkste jaren van mijn leven hadden aangedaan. Nu sta ik hier, slanker en mooier dan ik er ooit heb uitgezien en nog steeds sta ik alleen, met een opgelaten gevoel dat mijn binnenste bevriest. Wat ben je toch een dom wicht, zeg ik boos tegen mezelf en ik bijt op mijn lip om de tranen tegen te houden. Dat gun ik ze niet. Ik heb geleerd om te lachen. Mijn lippen trekken zich in een lach die niet verder komt dan mijn uiterlijk.

‘Ellie?’

Ik kijk naast me en dan buig ik mijn hoofd. Er zit een man in een rolstoel en hij steekt zijn hand naar me uit. ‘Ellie Treurlings toch?’

Ik knip en druk zijn hand. ‘Eleanor, heet ik eigenlijk. Zo noem ik mezelf ook tegenwoordig.’

Ellie Treurwilg. Ellie Treurtrut.

Hij houdt mijn hand even vast en kijkt me met zijn prachtige groene ogen aan. ‘Mooie naam. Zo had je jezelf vroeger ook moeten noemen. Vic de Recht.’

Alsof ik niet weet wie hij is. De ster van de school. De bekende voetballer die het tot de Eredivisie en misschien nog wel verder ging schoppen. Gezegend met een hoofd als een filmster en een goddelijk lijf dat ik alleen van een afstandje mocht bewonderen. Hij kwam ongetwijfeld in vrijwel alle dromen van mijn vrouwelijke medescholieren voor. In ieder geval in die van mij. Ik herinner me vaag iets dat hij een ongeluk had gehad en zijn voetbalcarrière aan de wilgen kon hangen. De treurwilgen. De band speelt ‘Raise your glass’ van P!nk. Vic wijst naar zijn rolstoel. ‘Raise your glass. Ik kom als ik mijn best doe alsnog niet hoger dan je schouders.’

‘Zal ik even een stoel pakken?’ Ik voel me opgelaten dat ik zo ver boven hem uittoren. Knielen en naast hem gaan zitten lijkt me geen goed plan.

‘Laten we daar even gaan zitten.’ Vic wijst naar een paar zitjes die gemaakt hebben. Soepel rolt hij in de sportrolstoel naar de zithoek. Zijn biceps spannen zich aan bij de bewegingen van zijn armen. Hij trekt een stoel galant naar achter voor mij en schuift dan zelf half onder de tafel. Hij gebaart naar het meisje voor nog een drankje voor ons allebei.

Ik ben er nog geen half uur en ben nu al aan mijn derde glas bezig. Deze avond gaat niet helemaal zoals gepland. Helemaal niet.

‘Jij woonde toch bij mij in de straat?’

Ik knik. ‘Populierenweg 14.’

Vic pakt het boekje dat hij naast zijn bovenbeen heeft geklemd en vouwt het open. ‘Eindexamenklas 2012.’ Hij wijst zonder aarzelen mijn foto aan.

Ik bloos als ik zie hoe ik er destijds uitzag. Een beugel, glad peenhaar en stomme kleren.

‘Wat was je een schatje toen,’ zegt hij lief.

Ik giechel. Een beetje door de champagne, een beetje door de absurde situatie waarin ik me bevind. ‘Het is echt een wonder dat je weet wie ik ben.’ Op zijn schoolfoto was hij net zo knap als hij nu nog steeds is. Brede schouders, mooie lach, goed haar. Alleen toen liep hij toen als een kievit en nu zit hij in een rolstoel.

‘Ik heb een fotografisch geheugen. Handig, dan kon ik meer tijd aan voetballen besteden dan aan leren.’ Hij tikt mijn champagneglas aan. ‘Ironisch, hè? Vroeger was ik de populairste jongen van school. Nu zit ik een rolstoel en durft er niemand naar me toe te komen om een praatje te maken. Het maakt mij niet uit wat ze tegen me zeggen, als ze maar íéts zeggen. Zelfs dat vinden mensen al moeilijk blijkbaar.’

Ik knik. ‘En ik was het lelijkste kind van school. Ik had gehoopt dat ze nu anders naar me zouden kijken.’ Ik trek een pruillip en schrik zelf van mijn openhartigheid. De schuld van de alcohol die me een heerlijk, rozig gevoel geeft en het filter dat ik normaal bezit, verdronken heeft.

‘O, dat doen ze, geloof me,’ grijnst hij met heerlijke glimlach. ‘Alleen zijn ze nu stinkend jaloers. Mensen zijn echt rare wezens.’ Hij haakt zijn ogen in de mijne. ‘Voor wat het waard is, ik vond je in ieder geval niet het lelijkste kind van school. Je was tenminste niet zo’n oppervlakkige aansteller.’ Hij knikt naar het groepje meiden dat ons nu ongegeneerd aan staat te staren.

Ik neem een grote slok en zet mijn lege champagneglas hard neer. ‘Het kan me ook eigenlijk helemaal niet schelen. Ik heb de goedkeuring of de excuses van dit zootje hier niet eens nodig.’

Hear, hear.’ Vic steekt zijn glas omhoog. Zijn wijsvinger prikt mijn richting op. ‘Jij moet hún vergeven. En jij moet zelf het verleden loslaten! Dat is het mooiste cadeau dat je jezelf voor het nieuwe jaar kunt schenken.’

Ik leun naar hem toe. Onze gezichten zijn vlak bij elkaar. ‘Dat heb jij ook gedaan?’ vraag ik zacht en ik wrijf de revers van zijn jasje tussen mijn vingers. Ellie had dit nooit gedurfd.

Vic pakt mijn hand en brengt mijn vingers naar zijn lippen. Hij drukt er een kus op terwijl hij me blijft aankijken. Het simpele gebaar schiet direct vuurpijlen richting mijn onderbuik af.

‘Ik heb het verleden losgelaten, ja. Niet meer kunnen voetballen betekent niet dat je leven voorbij is. Voor de rest kan ik alles nog. Behalve de marathon lopen of lang staan, zoals hier.’

‘Gelukkig. Fijn om te horen dat je net bij de pakken neer bent gaan zitten.’ Ik bloos als ik me realiseer wat ik zeg. ‘Je snapt wel wat ik bedoel.’

Hij maakt een gebaar alsof hij mijn woorden wegwuift. ‘Het is een cliché, maar als er een deur dichtgaat, gaat er ergens een raam open. Tijdens mijn revalidatie had ik tijd genoeg om na te denken wat ik met mijn toekomst wilde. Ik heb mijn eigen bedrijf opgezet en ik ben makelaar in sporters geworden. En de zaken gaan goed. Erg goed zelfs.’

‘Ik ben…’

‘Je hoeft me niet te vertellen wie jij bent geworden. Je was het altijd al. Je moest het alleen zelf nog ontdekken. Mijn zussen hebben vaak genoeg je foto aangewezen in de blaadjes. En dan zeiden ze blij: “Dit was ons buurmeisje.”’

Ik kan niet stoppen met glimlachen. Deze avond is zoveel beter ineens dan ik gehoopt had.

Zijn ogen twinkelen. ‘Vind je het eigenlijk een leuk feest?’

Ik schud mijn hoofd. ‘Weinig aan.’ Mariah Carey zingt ‘All I want for Christmas’. ‘En de muziek is ook vreselijk,’ zeg ik en ik rol mijn ogen omhoog. ‘Mariah Carey is zo’n dramaqueen met haar strakke jurkjes en hoge hakken.’

Vic trekt zijn wenkbrauwen op. Zijn ogen glijden over mijn lijf. We barsten allebei in lachen uit. Ik zou ook veel liever een jeans en sneakers aanhebben. What was I thinking?

‘Wat zou je ervan vinden als ik je ergens mee naartoe nam waar dat prachtige jurkje beter tot zijn recht zou komen?’ Zijn vingertop glijdt tergend langzaam over de gladde stof omhoog, langs de ronding van mijn borst, over de zachte huid van mijn hals. Zijn duim wrijft zacht over mijn onderlip. Hij kijkt ernaar, met ogen vol verlangen. Met zijn vingers in mijn haar gevlochten trekt Vic mijn hoofd naar zich toe. Zijn lippen rusten tegen de mijne en hij fluistert: ‘Op de vloer van mijn appartement bijvoorbeeld?’


Genoten van Nieuw jaar, nieuwe kansen? Dan is dit misschien ook wel iets voor jou!

Toeval bestaat niet (Liefde in Milaan #1)

Als Anneloes door haar vriend Emiel verlaten wordt voor een jonge vrouw, begint Toeval bestaat niet van Saskia M.N. Oudshoorn.

In het begin van dit eerste deel van de serie Liefde in Milaan is er nog lang geen sprake van Milaan: Anneloes neemt er naast haar werk op een reclamebureau een weekendbaantje in de snackbar bij om zo snel mogelijk van haar schuld af te komen. Verder hoeft het voor haar allemaal niet zo. Maar haar vriendinnen denken daar anders over en regelen een blind date. Anneloes gaat, met frisse tegenzin, om van het gezeur af te zijn. Dit wordt natuurlijk helemaal niks… Maar dan staat Gianluca tegenover haar. Charmant, grappig, en eigenlijk te knap en aardig om waar te zijn. Anneloes kan moeilijk geloven dat zijn interesse in haar oprecht is. Als hij haar uitnodigt om met hem naar Milaan te gaan en op het laatste moment niet zelf komt opdagen, maar zijn irritante PA Constance stuurt, wordt haar vermoeden bevestigd – denkt ze.

Toeval bestaat niet is een heerlijk wegdroomverhaal van Saskia M.N. Oudshoorn.

>