Nieuwsbrief

Preview: Bewijs het maar

Bewijs het maar

Steffi Staes, de hoofdpersoon in Bewijs het maar van Anne-Marie Hooyberghs, heeft een moeilijke relatie achter de rug met een man die haar mishandelde. Na de scheiding denkt ze het ergste gehad te hebben, maar niets is minder waar. Haar ex Lex kan het niet verkroppen; hij wil wraak en probeert haar zoveel mogelijk te pesten en lichamelijk te raken. Steffi boekt ten einde raad een lange treinreis in de hoop tot rust te komen. Tijdens deze reis ontmoet ze mensen die haar nauw aan het hart gaan liggen. Vooral de charismatische Lorenzo weet door haar schild heen te dringen. Echter, op de achtergrond speelt een grote angst: door enkele vreemde gebeurtenissen vermoedt Steffi dat haar ex achter haar aan gekomen is. Die angst dringt steeds meer naar de voorgrond en maakt het moeilijk om van haar vakantie te genieten.

Anne-Marie Hooyberghs bewijst met Bewijs het maar haar schrijverschap en vertelkunst.


1.

Ondanks het vroege ochtenduur was het druk in de stationsbistro. Bijna alle tafeltjes waren bezet. Sommige reizigers aten een broodje, anderen dronken enkel koffie of thee, en een opgeschoten tiener verorberde, het vroege uur negerend, een grote coupe vanille-ijs met aardbeien. Aan een tafeltje in een hoek zaten twee jonge vrouwen. De een met kastanjebruin kortgeknipt haar, grote bruine ogen, opvallende oorbellen en een deskundig opgemaakt gezicht. De ander met lang sluik, zwart haar, azuurblauwe ogen omzoomd met lange donkere wimpers en zonder een spoortje make-up. Tegen de lange benen van deze laatste stond een grote bruine koffer met daarop een reistas die meer dan volgepropt leek. Hoewel de twee vrouwen niet in het minst op elkaar leken en ook niet uitzonderlijk knap genoemd konden worden, vielen ze beiden op en werden ze stiekem begluurd door de mannen die zich in de eetruimte bevonden.
Steffi en Noor waren zich niet bewust van hun aantrekkingskracht. Ze waren hier trouwens niet om een man te versieren. Dit was de ochtend dat Steffi aan haar treinreis zou beginnen. Als haar beste vriendin had Noor haar weggebracht en ze zou blijven tot ze Steffi had uitgewuifd. Omdat het nog een halfuur duurde voordat de trein arriveerde, waren ze naar het stationsrestaurant gegaan en hadden ze een kop koffie besteld. Toen de ober de kopjes voor hen had neergezet, keek Steffi even onrustig over haar schouder door de glazen deur die de bistro van de wachtruimte scheidde. Ze zag een rij jonge mensen bepakt en bezakt aansluiten bij de rij bij een van de loketten en er zaten mensen op feloranje stoelen te wachten op hun trein, hun koffer of handbagage op hun schoot of aan hun voeten.
Een monotone stem galmde regelmatig door de luidsprekers en meldde de reizigers wanneer er een trein op komst was. Noor drukte haar hand even op Steffi ’s arm.
‘Je hoeft niet bang te zijn. Hier zul je hem niet zien,’ zei ze geruststellend, wetende wat er in haar vriendin omging. Steffi draaide zich weer naar haar toe en zuchtte diep.
‘Ik kan het niet helpen, Noor. Ik heb steeds het gevoel dat hij me ergens in de gaten houdt.’
‘Lex weet niet dat we hier zitten en dat je op het punt staat om op reis te gaan. Laten we hopen dat hij het opgeeft om je lastig te vallen als hij na al die weken geen spoor meer van je vindt.’ Steffi keek Noor even hoopvol aan, maar al dadelijk zonk de moed haar weer in de schoenen.
‘Ik ben bang dat zijn haat erg hardnekkig is. Lex kan niet verkroppen dat ik hem de bons heb gegeven en dat ik er bovendien de oorzaak van ben geweest dat hij een maand in de cel heeft gezeten. Hij heeft me bedreigd en me verzekerd dat hij het me betaald zou zetten. In het begin dacht ik dat het wel zou meevallen, dat het alleen maar boze woorden waren. Maar zijn dreigende telefoongesprekken, en daarna al die vreemde zaken zoals de lekgestoken banden van mijn auto, die dode rat aan mijn deur, de lijm in mijn brievenbus en niet te vergeten de aanrijding die me bijna met fiets en al in de sloot deed belanden, jagen me méér dan angst aan. De meeste mensen zullen het misschien allemaal vandalisme of toevalligheden noemen, maar ik ben ervan overtuigd dat hij hierachter zit, ook al kan ik het niet hard maken.’
Noor knikte. Ze geloofde haar vriendin omdat ze Lex kende als een ruwe bruut die altijd zijn gelijk wilde halen. Ze had nooit begrepen hoe Steffi op hem verliefd had kunnen worden. Nou, ja, eigenlijk wel, want hij kon ook heel charmant en attent zijn en hij zag er goed uit. Lex was een knappe man met warrig blond haar, een krachtige kaaklijn, grijsblauwe ogen en een atletisch en gespierd figuur – een man die alle troeven in handen had om een vrouw te veroveren. Maar achter zijn mooie façade zat een jaloerse en agressieve man en daar kwam Steffi pas achter toen ze met hem samenwoonde. Hij had altijd al een kort lontje gehad en hij had haar al een paar keer hard bij haar arm gegrepen waardoor zijn vingerafdrukken als blauwe vlekken achterbleven, maar het was pas toen hij haar klappen begon te geven dat Steffi werd wakker geschud en ze uiteindelijk een eind had gemaakt aan hun relatie. En Noor wist zeker dat haar vriendin haar lang niet alles had verteld.
‘Jammer dat we niet met zekerheid kunnen zeggen dat hij achter dit alles zit,’ reageerde Noor. ‘Je hebt het wel aan de politie doorgegeven, maar daar houdt het ook mee op. Ze kunnen niets doen zonder afdoende bewijzen.’
‘Als de politie wacht tot hij iets drastisch doet, dan is het te laat. Ik ben bang dat hij op wraak uit is en dat hij niet ophoudt tot hij het me betaald heeft gezet.’
‘Daarom is het goed dat je deze vakantie hebt geboekt, Stef. Een maand is lang. Hij zal zich hopelijk op iets anders concentreren als hij je nergens meer ziet en voor jou is het een maand welverdiende rust zonder dat je voortdurend bang hoeft te zijn voor je ex. En over je moeder hoef je je ook niet ongerust te maken. Zij zit heerlijk in Spanje met haar nieuwe vriend. Maak je nu maar geen zorgen en geniet van deze reis. Binnen vier uur ben je al in Frankfurt, je eerste bestemming. Je zal zien dat alle spanningen van je af vallen zodra je daar in je hotelkamer aankomt.’
Een monotone stem gaf aan dat hun trein in aankomst was op spoor vier. Ze dronken hun ondertussen koud geworden koffie op en begaven zich naar het desbetreffende perron. Steffi trok haar zware koffer rollend op de kleine wieltjes achter zich aan, terwijl Noor zich over de reistas bekommerde. Op het perron van spoor vier bleven ze wachten. Steffi rommelde wat in haar handtas op zoek naar haar Interrail Global Pass. Ze had in het reisbureau een reis geboekt waarop ze telkens twee dagen in vijftien verschillende Europese steden zou verblijven om te genieten van de plaatselijke bezienswaardigheden en van de omgeving. In de verte gaf een rood licht de komst van de trein aan, evenals de stem die dreunde door de luidsprekers.
‘Daar is hij ,’ zei Noor gespannen. ‘O, ik wou dat ik met je meekon, Stef. Het lijkt me vreselijk spannend. Maar ik heb geen erfenis van mijn oma gekregen om zo’n reis te bekostigen. Mattis en ik zullen genoegen moeten nemen met een paar dagen aan onze kust.’
‘Als ik zo’n vriend had als Matt is, dan zou ik daar graag genoegen mee nemen. Ik weet zeker dat je met hem niet ver hoeft te reizen om er een romantische en heerlijke vakantie van te maken.’
‘Daar heb je gelijk in. Ach, ik mag niet mopperen. Ik ben inderdaad heel gelukkig met hem. Vergeet niet om me op de hoogte te houden. Ik wil alles weten, ook over de knappe mannen die je ongetwijfeld zult tegenkomen.’ De trein stopte met veel gekrijs en lawaai zodat ze voor even zwegen, maar toen het gevaarte stilstond keken ze elkaar even glimlachend aan.
‘Geniet ervan, Stef,’ zei Noor zacht. ‘Als er iemand is die deze reis heeft verdiend, dan ben jij het wel. Na alles wat je de laatste maanden hebt meegemaakt, gun ik het je van harte.’
‘Dank je. En ook bedankt dat je me tot hier gebracht hebt. Ik zal je missen.’ Ze sloeg haar armen om haar vriendin heen en gaf haar een zoen op haar wang.
‘Ik zal je ook missen, meid. Ik moet het nu een maand stellen zonder mijn beste maatje en collega. Tegen wie moet ik nu zeuren en mopperen als het werk me tegenvalt?’
‘Je kan het eens proberen bij mevrouw Bosschaard,’ grijnsde Steffi met pretlichtjes in haar blauwe ogen. Noor trok een grimas.
‘Zij is onze baas! Als ik al mijn ongenoegen bij haar moet uiten, dan geef ik me nog een week voordat ik ontslagen ben. Nee, ik krop alles wel op en dan krijg jij de volle laag als je terug bent. Kom, ik help je wel met die zware koffer.’ Ze bundelden hun krachten en tilden de koffer in de wagon, de reistas werd erbovenop gelegd en de jonge vrouwen omhelsden elkaar nog eens tot een fluitsignaal aangaf dat de trein ging vertrekken.
‘Have fun!’ riep Noor glimlachend toen ze weer op het perron stond en opkeek naar haar vriendin. De deuren gingen dicht en de trein zette zich in beweging. Steffi wuifde en bleef wuiven tot ze Noor niet meer zag staan. Daarna zuchtte ze diep en ze keek naar de koffer en de reistas die achter haar stonden. Haar reis was begonnen. Ze wist niet wat ze kon verwachten, want dit was de eerste keer dat ze een lange reis geboekt had. Een vakantie van deze afmeting had ze nog nooit gehad en zeker niet in haar eentje. Ze hoopte dat het meeviel. Het feit dat ze niet langer rekening moest houden met Lex en dat ze overal prachtige bezienswaardigheden te zien zou krijgen maakte dat het niet kon tegenvallen.


>