Nieuwsbrief

Preview: Dochter van de zon

Dochter van de zon

Hoofdpersoon Karlijn in Dochter van de zon door Reina Crispijn is vertaler en woont in een Amsterdams grachtenpand, dat ze van haar steenrijke ouders heeft gekregen. Als ze erachter komt dat haar vriend alleen maar met haar wil trouwen om haar geld verbreekt ze de relatie, laat ze alles achter zich en vertrekt ze naar Landsend. Daar ontmoet ze al snel de inwoners van het dorpje, onder wie dokter Alex. Hij leidt een wat teruggetrokken bestaan, nadat hij negen maanden heeft vastgezeten voor het doorrijden na een ongeluk. Ze groeien dichter naar elkaar toe, maar niet iedereen is daar even blij mee.

Dochter van de zon is een los te lezen laatste deel in de Landsend-serie van Reina Crispijn, die je meevoert naar een schilderachtig fictief dorpje waarvan je zou willen dat het echt bestond.


Hoofdstuk 1

Eindelijk waren de regenbuien weggetrokken en brak de zon door. Karlijn Faber liep naar de kleine schuur aan het eind van de tuin en sleepte er twee tuinstoelen uit, die ze tegenover elkaar plaatste vlak voor de openslaande glazen tuindeuren. Daarna liep ze het huis in, om even later terug te komen met een stapel bak- en kookboeken. Ze liet zich in de tuinstoel zakken, legde haar benen op de andere stoel en zuchtte van genot. Heerlijk een hele middag recepten lezen uit haar favoriete bakboeken. Ze had er net weer een paar opgeduikeld in een kringloopwinkel, die allemaal uit de handel waren. Ze zagen er bijna als nieuw uit. Dat mensen werkelijk zulke prachtige boeken wegdeden. De blijdschap die ze voelde als ze weer zo’n juweel in haar handen nam… Zo voelde geluk. Haar voornemen was om ooit nog eens zelf een bakboek te maken over pannenkoeken, poffertjes, omeletten en ebelskivers. In een kookwinkel had ze het boek EBELSKIVERS gekocht, een Deense variant van de Nederlandse poffertjes. Wat je daar al niet mee kon doen…
Plotseling hoorde ze de bel. Nee, nu geen bezoek, ze ging niet naar de deur. Maar het bellen hield aan. Zuchtend stond Karlijn op en ze liep door de keuken naar de lange gang die uitkwam op een grote hal, en opende de voordeur.
‘Dus je was wel thuis.’
Agnes Boersma. Dat was nu wel de laatste op wie ze zat te wachten. Wat moest dat mens hier? ‘Agnes…’ begon ze met de moed der wanhoop. ‘Je komt erg ongelegen, want ik moet straks weg.’
‘Ach, wat jammer nou. Heb ik dat hele stuk van de Bijenkorf naar hier voor niks gelopen,’ zei Agnes teleurgesteld. ‘Toevallig was ik in Amsterdam en toen dacht ik: kom, ik ga even langs bij Karlijn. Ik was zo nieuwsgierig hoe jij woonde. Rudie heeft me er al zoveel over verteld. Maar ja, als jij weg moet…’ Ze haalde haar schouders op.
Karlijn zuchtte bijna onmerkbaar. ‘Even dan, kom binnen.’ Ze maakte een uitnodigend gebaar met haar hand en liep terug naar de tuin, gevolgd door Agnes.
‘O, je hebt toch een beetje op bezoek gerekend,’ lachte Agnes, wijzend op de stoelen. ‘Mag ik?’ vroeg ze vervolgens en ze ging meteen zitten. ‘Wat lees jij daar? Kookboeken?’ vroeg ze nieuwsgierig.
‘Ik moet een kookboek vertalen en daarom lees ik al deze boeken door,’ antwoordde Karlijn afgemeten.
‘Wat grappig. Rudie vertelde me dat jij romans vertaalde.’
‘Soms ook kookboeken.’ Waar bemoeide die vrouw zich mee en wat deed ze hier, vroeg Karlijn zich af. Agnes was niet eens een vriendin. Ze was de partner van Berry, een vriend van Rudie Reesink, met wie Karlijn een relatie had.
Agnes ging wat makkelijker zitten. ‘Jij hebt het hier anders prachtig voor mekaar,’ zei ze liefjes lachend. ‘Een grachtenhuis midden in het centrum van Amsterdam en ook nog rijke ouders in New York die alles voor je betalen…’
‘O ja?’ vroeg Karlijn. ‘Van wie heb jij dat? Heeft Rudie je dat soms verteld? Ik heb een heel gewone baan net als iedereen.’
‘Maar je kunt toch niet leven van het vertalen van boeken? Daarom dacht ik dat jouw ouders wel zouden bijspringen met geld. Jouw vader is toch eigenaar van een real estate agency in New York en je mam advocaat? Dan ga ik ervan uit dat jij echt niet hoeft te werken.’
Stom mens, dacht Karlijn en ze zuchtte licht. Ze was niet van plan om Agnes wijzer te maken.
‘Voel je je af en toe niet schuldig met zo’n groot huis?’ ging de vrouw verder.
‘Hoezo?’
‘Nou, de woningnood onder Amsterdamse studenten is torenhoog. En hier zit jij in je eentje met zo’n enorm pand. Je had er makkelijk een studentenhuis van kunnen maken. Hoewel… Misschien is dat toch niet zo’n goed idee.’ Agnes glimlachte geheimzinnig.
Dat ging dit mens toch niets aan, dacht Karlijn, en waarom lachte ze zo vreemd?
Natuurlijk had ze zich vroeger wel ongemakkelijk gevoeld met al die ruimte, maar dit was haar huis waar ze zich in alle stilte terug kon trekken. Het idee dat in elke kamer een student zou zitten en dat ze gebruik moesten maken van een gezamenlijke badkamer en keuken, dat zelfs de tuin niet meer alleen van haar was, had haar afgeschrikt.
‘Gisteren hoorde ik bijzonder nieuws,’ doorbrak Agnes haar gedachten.
Karlijn trok even haar wenkbrauwen op, maar zweeg.
‘Ben je niet nieuwsgierig?’ vroeg de vrouw.
‘Hoezo? Heeft het nieuws dan betrekking op mij?’
‘Dat dacht ik wel. Rudie vertelde ons, Berry en mij, dat er binnenkort een huwelijk komt. Ik mag het eigenlijk niet verklappen, maar jouw vriendje wil jou binnenkort een aanzoek doen.’
Karlijn keek haar onaangenaam verrast aan. Wat raar dat Rudie dit met zijn vrienden had besproken, terwijl zij nog van niets wist.
‘O, sorry, ik dacht dat je dat wel vermoedde. Jullie zijn toch al een hele tijd met elkaar?’ vroeg Agnes. ‘Dan had ik misschien toch mijn mond moeten houden. Maar de mannen waren zo druk bezig met plannen maken voor de toekomst, dat ik er helemaal in meegesleept werd. Ze willen samen het vastgoed in gaan. Daarin valt tegenwoordig zoveel te verdienen. Jouw vader is natuurlijk het grote voorbeeld.’
Rudie als vastgoedmakelaar? Was hij helemaal gek geworden. Daar had hij toch niet economie voor gestudeerd? In welke rare droom was zij verzeild geraakt? Ze zag het leedvermaak glinsteren in de ogen van de vrouw tegenover haar. Dat Rudie dit eerst met zijn vrienden besprak, zonder haar daarin te betrekken.
‘Ze hebben geweldige plannen voor de toekomst. Als jullie getrouwd zijn, wil Rudie de parterre van dit huis verbouwen tot een chique bureauruimte waar ze klanten kunnen ontvangen en natuurlijk de vastgoedprojecten kunnen ontwikkelen. Ik heb de tekeningen van de verbouwing gezien. Je kent de etage niet meer terug. Heel stijlvol. En de etages hierboven worden verbouwd tot woonruimte. Gunst, je kijkt zo verbaasd. Dat van die plannen… dat wist je toch wel?’ voegde ze eraan toe.
Agnes genoot van het verbijsterde gezicht van Karlijn. Ziezo, die had ze even goed te pakken. Vanaf het begin, meteen sinds ze Rudies vriendin had ontmoet, had de jaloezie toegeslagen. Dat stomme mens met haar rode krullen – ze was niet eens knap – dat alles op een presenteerblaadje kreeg aangereikt: een duur, stijlvol gemeubileerd grachtenhuis, geld in overvloed, zodat ze niet hoefde te werken voor haar brood, en ook nog eens de leukste jongen van het dispuut binnen gehengeld, Rudie Reesink, die Agnes voor zichzelf had bestemd. Lang geleden had ze een kortstondige verhouding met hem gehad, maar hij had het tot haar grote woede en teleurstelling uitgemaakt. Rudie, haar grote liefde. Berry was maar een armzalig surrogaat vergeleken met hem. Toen ze gisteravond van Rudie hoorde dat hij werkelijk het huwelijk met dat rode mormel wilde doorzetten, was ze razend en wanhopig geworden. ‘Stommelingen!’ had ze willen roepen. ‘Denken jullie werkelijk dat jullie zomaar die plannen kunnen doorzetten? Die vrouw heeft een vader die door de wol geverfd is en echt niet zomaar toelaat dat zijn dochter geld in jullie wilde plannen steekt. Jullie hebben zelfs geen geld van jezelf.’ Maar ze wist dat ze dat tegen dovemansoren zou zeggen. Daarom moest ze iets doen om het huwelijk te stoppen. Rudie hield niet van dit mens. Ze was te saai, te gewoontjes. Rudie hield van haar, dat wist Agnes heel zeker. Later, als de stofwolken waren opgetrokken, zou ze hem alles uitleggen. Dat zijn huwelijk met Karlijn gedoemd was geweest om te mislukken en dat hij echt niet op het geld van haar vader hoefde te rekenen. Agnes had hem juist voor heel veel narigheid behoed.
‘En wie gaat dat betalen?’ vroeg Karlijn vriendelijk. Eigenlijk kon ze het antwoord wel raden.
‘Kom nou, Karlijn, wie heeft hier het geld? Rudie zei…’ Agnes maakte de zin niet af en keek Karlijn glimlachend aan.
‘Wat zei Rudie?’ vroeg Karlijn.
‘Ik weet niet of ik dat wel zeggen kan…’
‘Zeg het maar wel,’ drong Karlijn aan.
‘Je moet dit niet serieus nemen, hoor, want Rudie maakte echt een grapje,’ waarschuwde Agnes. Ze wachtte even. Toen vervolgde ze: ‘Hij zei: “Ik heb niet voor niets zo hard gewerkt om mijn goudduifje verliefd op me te laten worden.” Later werd hij natuurlijk echt verliefd op jou,’ voegde ze er vergoelijkend aan toe.
De woorden voelden als een stomp in haar maag. Tegelijk werd Karlijn er een beetje misselijk van. Ze keek de vrouw tegenover haar aan. Hier zat iemand met wie ze helemaal niets had, die haar opzettelijk kwetste en haar middag verknoeide. Ze stond op. ‘Agnes, je moet nu weggaan. Ik wil je niet meer zien,’ zei ze kalm, terwijl ze zich moest beheersen om niet te laten zien hoe gekwetst ze was, want Karlijn twijfelde niet aan de woorden van de vrouw.
‘Je moet alles niet zo letterlijk nemen. Rudie kan soms heel stomme dingen zeggen, maar hij meent het goed. Ik ken hem al langer. Hè, ik ook altijd met mijn grote mond. Berry noemt me altijd zijn allerliefste flapuit.’
‘Je hebt me toch wel gehoord? Ik wil dat je nú weggaat.’ Karlijns gezicht stond emotieloos, maar ook vastberaden.
Agnes stond op. Opeens besefte ze de volle omvang van haar woorden. Ze was te ver gegaan, veel te ver. Hoe zouden Rudie en Berry reageren als ze erachter kwamen wat ze gedaan had? Hoe moest ze dit uitleggen? Zij, Agnes Boersma, had hun toekomstplannen naar de Filistijnen geholpen. Had ze haar hand niet ver overspeeld?
Karlijn liep het huis in en Agnes volgde gedwee. Zwijgend hield Karlijn de buitendeur voor haar open.
‘Alsjeblieft , Karlijn,’ probeerde Agnes de schade die ze aangericht had enigszins te beperken. ‘Ik… Rudie… Hij houdt echt van je.’
Maar Karlijn luisterde niet meer en gaf de vrouw een zachte duw over de drempel. Daarna sloot ze met een beslist gebaar de deur.
Binnen leunde ze verslagen tegen de muur. Diep in haar hart had ze dit natuurlijk allang geweten, maar ze had die gedachte weggeduwd en de situatie niet onder ogen willen zien. Ze herinnerde zich nog hoe verbaasd ze was geweest dat uitgerekend de charmante Rudie Reesink, op wie de helft van de vrouwelijke dispuutsleden verliefd was, haar had uitgekozen als zijn vriendin. Waarschijnlijk wist hij toen al dat Karlijn zeer welgestelde ouders had. Ze had dat met opzet verborgen willen houden, maar waarschijnlijk had iemand haar geheim toch ontdekt en erover gepraat. Het sprookje was te mooi geweest om waar te zijn. Dat had ze vooral de laatste tijd kunnen merken. Hoe vaak was het al niet voorgekomen dat Rudie zijn pinpas bleek te zijn vergeten als er afgerekend moest worden voor een etentje. ‘Hè, wat vervelend nou. Ik heb bij het verkleden mijn pinpas in mijn andere jasje laten zitten. Kun jij mijn deel even voorschieten, liefje? Ik maak het bedrag meteen over als ik thuis ben,’ zei hij dan, en bijna altijd draaide zij daarna ook nog eens op voor de parkeerkosten. Nog nooit had hij het geld teruggestort en erom vragen deed Karlijn niet. Rudie bleek dus niets anders dan een ordinaire golddigger.
Maar waar ze werkelijk diep door was gekwetst dat haar vriend met Berry en die stiekeme Agnes over haar had gepraat alsof ze een object was, een pion die ze overal naartoe konden schuiven. Ze hadden werkelijk gemeend dat Karlijn zonder meer akkoord zou gaan met hun wildwestplannen.
Diep aangeslagen liep ze terug naar de tuin, maar alle plezier in het lezen van haar favoriete boeken was verdwenen. Kon ze maar met iemand praten. Woonde Hester Taminio nog maar in de buurt, maar die was verhuisd naar het hoge noorden, ergens in Groningen of Friesland. Hester was, als ouderejaars, haar mentrix geweest tijdens de eerste weken aan de Universiteit van Utrecht. Karlijn had ontzettend veel aan haar gehad in dat eerste studiejaar. Hester beurde haar op als ze het even niet zag zitten. Het hielp natuurlijk ook dat ze allebei Nederlandse Taal- en Letterkunde studeerden. Karlijn had er ook nog een tweede studie Engelse literatuur bij gedaan. Jammer dat hun contact zoveel minder was geworden door Hesters huwelijk, waardoor ook de relatie met Hesters oudere zuster Christy op een laag pitje was komen te staan. Christy… Hoe vaak waren Hester en zij niet bij Christy en haar man Pieter Jan Vermeer op bezoek gegaan en hoe vaak hadden ze ’s avonds niet op hun kinderen gepast? Zou ze Christy bellen? Die was altijd zo begrijpend. Maar zou ze het niet raar vinden? Het was alweer zo’n lange tijd geleden dat ze met haar gesproken had. Ze aarzelde even, maar pakte toch haar telefoon. Enigszins zenuwachtig tikte ze het nummer in van Christy. Als ze nu maar thuis was.
Christy was inderdaad thuis. Of Karlijn kon komen? Geweldig. Ze hadden elkaar al zo lang niet gezien. ‘En neem je nachtgoed mee. Als het laat wordt, kun je altijd bij ons blijven slapen,’ zei Christy. ‘En je kunt dan ook gewoon een extra glas wijn nemen,’ voegde ze eraan toe toen ze hoorde dat Karlijn met de trein kwam.
Dat was natuurlijk niet nodig, vond Karlijn, maar voor de zekerheid pakte ze toch maar een rugtas in met nachtgoed, lingerie en toiletartikelen.
Tegen achten belde Karlijn aan bij het mooie huis van de familie Vermeer in Hilversum. Er werd opengedaan door een klein meisje van ongeveer vijf jaar.
‘Jij mag binnenkomen van mijn mama,’ zei ze vrolijk. ‘Kom maar binnen.’ Wijd opende ze de deur.
‘Dag Elisabeth, ken je me nog?’ vroeg Karlijn lachend.
‘Tuurlijk, van tante Hester. Jullie pasten altijd op,’ antwoordde het meisje heft ig knikkend.
‘Ben je daar?’ klonk een stem. Christy Vermeer kwam aanlopen en nam Karlijn in een stevige omarming. ‘Wat leuk dat je er bent. We hebben je gemist,’ zei ze hartelijk.
‘Mama heeft taart gebakken en ik mocht opblijven, want dan krijg ik ook een stukje.’ Het stemmetje van Elisabeth klonk triomfantelijk.
‘Jij boft dus dat ik vanavond hier ben,’ lachte Karlijn.
‘Ja. Gaan we nu taart eten?’ vroeg het meisje aan haar moeder.
‘Straks,’ beloofde Christy.
Ze liepen naar de woonkamer, waar nog twee jongens zaten. Christiaan, de oudste zoon van Christy en Pieter Jan, en Marnix, die een paar jaar jonger was. Ze stonden op en gaven Karlijn breed lachend een hand. ‘Wat zijn jullie toch beleefde jongens,’ merkte Karlijn plagend lachend op. ‘Hoe oud zijn jullie nu? Elf en acht, dacht ik.’
‘Helemaal goed,’ zei Christiaan. ‘En dat voor jouw leeftijd.’
‘Zo kan-ie wel weer, hè,’ waarschuwde Christy. Het leek erop dat haar oudste al heel vroeg in de puberteit kwam. Knap lastig.
‘Ik ga koffiezetten, of wil je liever thee?’ Christy keek Karlijn vragend aan.
‘Heel graag koffie.’

Het werd een gezellige koffiemaaltijd die extra glans kreeg door de chocoladetaart met slagroom. Ook de man van Christy was erbij gekomen. Na een halfuur vertrokken de jongens naar boven. ‘Telefoons inleveren, heren,’ sommeerde Pieter Jan.
‘Ik ga er echt niet op kijken, pap,’ zei Christiaan.
‘Nou, dan is het toch niet erg dat hij beneden ligt?’ vond zijn vader.
‘Kinderachtig. Alle jongens uit mijn klas…’
‘… mogen wel hun telefoon meenemen naar bed,’ maakte Pieter Jan de zin laconiek af. ‘Hup, naar boven. Voordat jullie liggen, is het al bijna negen uur. Zeg je moeder en Karlijn welterusten en dan: meekomen, en jij ook.’ Hij pakte zijn kleine dochter beet, die gierend van het lachen tegenspartelde. ‘Zeg maar: “Dag Karlijn.”’
Met veel rumoer verdwenen de kinderen en hun vader naar boven.
‘Hèhè, eindelijk rust in de tent,’ verzuchtte Christy. ‘Eer die kinderen in bed liggen…’ Ze draaide demonstratief met haar ogen.
‘Hoe gaat het met jouw kinderkledinglijn?’ wilde Karlijn weten.
‘Goed. Soms kan ik de vraag niet aan, vooral als er een bruiloft in het verschiet ligt,’ antwoordde Christy. ‘Mensen denken soms werkelijk dat je in een paar uur een feestjurkje met toeters en bellen in elkaar draait. Dus niet. Alleen al het bestellen van stof neemt toch één tot twee dagen in beslag. Gelukkig kan Pieter Jan inspringen, tenminste, als hij geen afspraken heeft met patiënten. Die kan hij natuurlijk niet laten wachten. Maar hoe gaat het eigenlijk met jou?’ Onderzoekend keek ze Karlijn aan. ‘Toen ik je aan de telefoon hoorde, kreeg ik zomaar het idee dat er iets niet in orde was.’
‘Dat je dat merkte,’ verbaasde de jonge vrouw zich.
‘Dus ik heb gelijk,’ constateerde Christy tevreden.
Karlijn zuchtte diep. ‘Ik weet niet goed hoe ik het uit moet leggen. Eh… Vanmiddag kreeg ik plotseling onaangekondigd bezoek van Agnes, de vriendin van een heel goede vriend van Rudie. Ik mag haar niet en zij mij ook niet. Ze… ze vertelde dingen die ik volgens haar eigenlijk niet mocht weten, maar ze kon haar mond niet houden, omdat ze nu eenmaal een flapuit is. Dat zijn háár woorden. Rudie zou me binnenkort vragen of ik met hem wil trouwen.’
‘Dat is toch niet zo vreemd?’ Christy keek haar een beetje verbaasd aan.
‘Nou… daar had ik eigenlijk niet op gerekend. De laatste tijd loopt… de laatste tijd gaat alles niet van een leien dakje. Hij… ik… Christy, ik vertrouw hem niet!’ Het klonk als een noodkreet.
Even bleef het stil. ‘Waarom niet?’ vroeg Christy toen kalm.
‘Weet je, laat ik maar bij het begin beginnen. Toen ik Rudie voor het eerst ontmoette op een gala ter gelegenheid van een lustrum van de vereniging, was ik verbaasd dat hij mij uitkoos om te dansen. Hij is namelijk erg knap en veel van mijn dispuutsgenoten, de vrouwen dan, vinden hem geweldig aantrekkelijk. En zeg nou zelf: ik ben niet erg knap en dan heb ik ook nog van dat afschuwelijke rode haar…’
‘Nee, dat meen je niet!’ riep Christy verbijsterd uit. ‘Je hebt prachtig haar. Vooral als de zon erop schijnt, lijkt het net een krans van goud. En knap… Waarom moet tegenwoordig iedereen knap zijn? Je ziet er gewoon heel leuk uit: vrolijk en lief, wat wil je nog meer?! En je hebt prachtige ogen. Er zijn hele volksstammen die er zo uit willen zien.’
Karlijn begon te lachen. Dit was Christy ten voeten uit: altijd opbeurend en aanmoedigend. Jammer dat Karlijn het niet met haar eens was.
‘Dus je wantrouwde jouw vriendje al vanaf het begin,’ merkte Christy op.
Karlijn knikte. ‘Maar net als die andere meiden, werd ik verliefd op hem. Ik was… nou ja, in de zevende hemel. In het begin overlaadde hij me met heel veel lieve cadeautjes: bloemen, doosjes bonbons, etentjes… Maar heel langzaam veranderde dat. Hij liet mij vaak de rekening betalen van de etentjes met de smoes dat hij bij het omkleden zijn pinpas in het andere jasje had laten zitten. Het parkeergeld was automatisch ook voor mij, omdat we altijd met mijn auto ergens naartoe gingen.’
Christy zuchtte diep. ‘Dit komt me zo bekend voor. Hester had ook zo’n vriend, Michiel.’
‘Dat was toch die man die het uitmaakte op de dag dat hij afstudeerde?’ herinnerde Karlijn zich.
‘Precies, die miezerige zemelkont. Eerst had hij mijn zusje op laten draaien voor alle kosten van zijn studie en ook van zijn levensonderhoud, maar intussen had hij wel een relatie aangeknoopt met Frieda Veringa, een geniepige meid, die verafschuwd werd door bijna de hele vereniging. Ze werd Muis genoemd omdat ze zo zacht praatte, met een piepstemmetje. Met een heel onschuldig gezicht kon ze opzettelijk de gemeenste opmerkingen maken. Als iemand dan gekwetst reageerde, zei ze met een pijnlijk vertrokken gezicht: “O, ik zie dat ik iets verkeerds heb gezegd, dat ik je pijn heb gedaan, maar dat bedoelde ik niet zo, hoor. Je moet me geloven.” Wat een achterbakse meid. Bah. En uitgerekend zij werd de grote liefde van Michiel. Ik kan er nog razend om worden. Kort nadat de relatie verbroken was, kwam Hester haar tegen samen met die huichelachtige lanterfanter, die niet eens voor zichzelf kon zorgen. Frieda bedankte Hester uitbundig omdat zij zo goed voor Michiel gezorgd had. Hester zei later tegen mij: “Je had die gemene ogen vol leedvermaak moeten zien, Chris. Ik kon haar wel op dat temerige gezicht timmeren.”’
‘Wat erg. Ik wist wel dat die relatie van Hester uit was, maar niet dat ze zo bedrogen was. Het contact tussen ons was wat verwaterd. Ik was aan het afstuderen en Hester moest heel hard werken voor een uitgeverij, dacht ik.’
Christy knikte. Daarna verhelderde haar gezicht. ‘Daarna is alles goed gekomen. Ze ontmoette Sven… Sven Hagoort, een scheepsmakelaar. Het was liefde op het eerste gezicht tussen hen.’
‘Ik hoorde later inderdaad dat ze getrouwd was en…’ begon Karlijn.
‘Karlijn,’ onderbrak Christy haar snel. ‘Bijna niemand wist dat Hester en Sven gingen trouwen. Ze hebben zelfs geen kaarten verstuurd omdat Astrid, de moeder van Sven, kort daarvoor gevonden
was. Jaren geleden was zij van de ene dag op de andere verdwenen. Niemand wist waar ze naartoe was gegaan. Het praatje ging dat Astrid er met een minnaar vandoor was gegaan, maar niets was minder waar. Ze bleek te zijn vermoord, heel waarschijnlijk door Svens vader. Je kunt nu dus wel nagaan dat de bruiloft alleen in familiekring plaatsvond. Er is weinig bekendheid aan gegeven.’
Toch wel opgelucht hoorde Karlijn het verhaal van Christy aan. Ze had zich inderdaad afgevraagd waarom Hester haar geen trouwkaart had gestuurd.
‘Om terug te komen op dat bezoek van vanmiddag,’ vervolgde Christy nieuwsgierig. ‘’Had ze nog meer te melden?’
‘Ja. Rudie en die vriend van Agnes willen in vastgoed gaan opereren, omdat daarin zoveel geld rondgaat dat je dan bijna slapend rijk kunt worden. Mijn vader is hun grote voorbeeld, vertelde Agnes. Ze hadden al vergaande plannen gemaakt inclusief verbouwtekeningen door een architect.’
‘Verbouwtekeningen? Waarvan?’ vroeg Christy verbaasd.
‘Van mijn huis. De parterre zou verbouwd worden tot een chique bureauruimte waar de rijke klanten ontvangen konden worden en de dure projecten gerealiseerd konden worden.’
‘En jij wist van niks?’ Christy was verbijsterd over zoveel domme brutaliteit.
Karlijn schudde haar hoofd. ‘Het geld moest ook van mij komen, want Rudie en zijn vriend bezitten geen cent. Ik denk dat ze ervan uitgingen dat ik mijn vader wel zou vragen om een grote lening.’
‘Wat ongelooflijk stom om aan te nemen dat jij in gemeenschap van goederen met jouw vriend zou trouwen.’
‘Agnes vertelde ook dat Rudie had gezegd dat hij niet voor niets zo hard had gewerkt om zijn goudduifje verliefd op hem te laten worden.’
‘Wat vernederend,’ reageerde Christy geschokt. Zo zag je maar dat het bezit van rijkdom ook niet alles was. ‘En wat ga je nu doen?’
‘Ik weet het niet. Zou Agnes dit verhaal gelogen kunnen hebben? Zij en Rudie hebben in het verre verleden iets met elkaar gehad. Misschien wil ze op deze manier de relatie tussen mij en Rudie kapotmaken,’ veronderstelde Karlijn aarzelend.
‘Geloof je het zelf?’ vroeg Christy sceptisch. ‘Maar daar kom je snel genoeg achter. Je kunt je vriend met dit verhaal confronteren en vragen of het waar is. Nog beter: je kunt natuurlijk ook afwachten tot hij er zelf over begint en dan is het aan jou om de relatie te verbreken of niet. Houd je nog steeds zoveel van hem?’
Karlijn schudde langzaam haar hoofd. ‘Als hij heel lief is, komt dat oude gevoel van verliefdheid weer terug. Dan ben ik zelfs bang om hem kwijt te raken. Maar de laatste tijd…’ Ze maakte de zin niet af.
‘Wantrouwen is een heel slechte basis voor een huwelijk,’ waarschuwde Christy. ‘En zoals je zegt: dan komt dat oude gevoel van verliefdheid weer terug… Maar verliefdheid is niet genoeg. Daar vul je je leven niet mee. Als je trouwt, gaat verliefdheid over in liefde. Nou ja, niet helemaal,’ verbeterde ze zichzelf snel. ‘Als Pieter Jan in chic ornaat ergens naartoe gaat, word ik weer halsoverkop verliefd op hem. Hij ziet er dan zo geweldig uit. Kleren maken de man, zeg ik maar.’
‘Ik denk dat ik wacht tot Rudie zelf over dat plan begint,’ besloot Karlijn.
‘Bel je me even om te vertellen hoe het gegaan is?’ vroeg Christy.
Ze kon zich zo voorstellen hoe Karlijn zich moest voelen: heen en weer geslingerd tussen wantrouwen en verliefdheid.

De volgende dag belde Rudie op. ‘Lieverd, ik neem je mee uit voor een heel chic diner, want ik heb je iets geweldigs te vertellen,’ zei hij enthousiast. ‘Kunnen we wel met jouw auto gaan, want die van mij is bij de garage. Een sterretje in het glas. Voordat dat groter wordt… Liefje, tot vanavond.’
Karlijns hart maakte een overslag. Ging Agnes Boersma dus toch gelijk krijgen?
Met langzame bewegingen kleedde ze zich die avond aan. Ze zag tegen het diner op, want ze hield niet van confrontaties en ruzies. Even later liep Karlijn naar de parkeergarage waar haar auto op
een speciaal gereserveerde plaats stond. Haar vader had voor die plek gezorgd tegelijk met de aankoop van het grachtenpand. Elk jaar werd het contract verlengd.
Zenuwachtig reed ze even later naar het huis van haar vriend, die op kamers woonde in Amsterdam-Zuid.
‘Zal ik rijden?’ vroeg Rudie toen ze uitgestapt was om hem te begroeten.
Karlijn gaf hem de sleutels. Rudie reed altijd liever zelf.
‘Ik heb een tafel gereserveerd in het Amstel,’ zei Rudie.
Dat zou dus een hoge rekening voor haar worden, dacht Karlijn. Of was ze nu te wantrouwend? Maar deze keer zou de vlieger niet opgaan, nam ze zich voor. Ze was niet meer van plan om voor de kosten van het diner op te draaien. Rudie had haar uitgenodigd en niet omgekeerd.
Bij het Amstelhotel gaf Rudie de autosleutels aan de portier en samen liepen ze de trap op naar de ingang van het hotel.
In deze geweldige ambiance zou hij in de toekomst vaak dineren met zijn klanten, dacht Rudie, terwijl hij voldaan om zich heen keek. In deze leefomgeving hoorde hij thuis. Wat een geluk dat hij tegen dit lieve, naïeve goudduifje was aangelopen.
In een opwelling greep hij Karlijns hand. ‘Ik houd van jou,’ zei hij innig.
Karlijn kleurde. Dit had hij nog nooit gedaan. Zou haar wantrouwen toch misplaatst zijn?
Ze bekeken de menukaart en bestelden.
‘Lieve Karlijn, ik moet je iets vragen,’ begon Rudie opeens. ‘Helaas heb ik nog niet de ring bij me, die heb ik laten liggen op mijn nachtkastje, maar die krijg je later. Eigenlijk zou ik nu op één knie moeten gaan, maar dat past niet in deze omgeving.’ De man haalde even heel diep adem. ‘Liefje, wil je met me trouwen?’
Karlijn werd overvallen door zijn vraag. Ze had verwacht dat hij zou wachten tot na het eten.
‘Ik vind het natuurlijk geweldig, maar waarom wil je trouwen?’ vroeg ze aarzelend. ‘Het gaat toch prima op deze manier? Ik dacht dat jij niet zo van trouwen hield,’ ontweek ze een antwoord.
Rudie glimlachte. ‘Daar heb je gelijk in, maar het is… ja, hoe zal ik het zeggen… het is eigenlijk een noodzaak. Wij, Berry en ik, hebben besloten om in het vastgoed te gaan. Dat wist ik al veel langer, maar ik wilde jou niets vertellen voordat onze plannen meer vaste vorm hadden aangenomen.’
De ober kwam met de bestelling, waardoor er een kleine stilte viel.
‘En die plannen hebben nu dus vaste vorm gekregen,’ reageerde Karlijn, toen de ober weer was verdwenen. Haar aanvankelijke zenuwen waren helemaal verdwenen. Als je met je rug tegen de muur staat, scherp je de wapens en ga je voor de winst, hoorde ze in gedachten de stem van haar vader. Zij stond hier met haar rug tegen de muur en ze was niet voor niets de dochter van haar vader.
‘Ja, liefje, we hebben de plannen helemaal rond. Het leek ons een geweldig idee om vanuit het centrum van Amsterdam te gaan werken.’ Hij wachtte even om de spanning op te voeren. ‘Wat vind je ervan als wij jouw prachtige huis als uitvalsbasis gebruiken? We verbouwen de parterre tot een bureaulocatie waar we de projecten kunnen ontwikkelen en de klanten kunnen ontvangen. Als wij getrouwd zijn, gaan wij samen boven de zaak wonen. De eerste twee etages zijn dan intussen wel eerst verbouwd tot woonruimte.’
‘Dat wordt een dure aangelegenheid,’ merkte Karlijn op. ‘Beschikken jullie dan over zoveel geld?’
‘Nou, nee,’ lachte Rudie onschuldig. ‘Wij dachten aan een lening bij jouw vader. Als jij dat nu eens aan hem vraagt… Je werkt dan ook meteen mee aan onze gezamenlijke toekomst. Jouw vader zal jou, als dochter, het geld zeker niet weigeren, vooral als hij van onze plannen hoort. Iedereen weet dat je tegenwoordig bijna slapend rijk kunt worden in het vastgoed. Vanzelfsprekend trouwen we in gemeenschap van goederen, want ik moet over jouw geld kunnen beschikken en natuurlijk omgekeerd. We houden zo ontzettend veel van elkaar, dat dit geen bezwaren hoeft op te leveren.’
Een ijskoud gevoel kwam over Karlijn heen. Agnes had dus gelijk: alles was doorgestoken kaart geweest vanaf de eerste keer dat hij haar op het gala uitgenodigd had om met hem te dansen. Deze man hield niet van haar. Uit pure berekening had hij haar uitgekozen als zijn zogenaamde geliefde.
Ze keek de man tegenover haar aan. Hij dacht dus werkelijk dat zij zo dom was. En dan haar vader van wie hij verwachtte dat deze hem zonder meer een lening zou verschaffen… Met moeite onderdrukte ze opeens een grinnik. Pap, die zo vreselijk gehaaid was in geldzaken.
‘Weet je wie er gisteren plotseling bij mij op bezoek kwam?’ veranderde ze ineens van onderwerp.
Rudie Reesink keek zijn vriendin verrast aan. Waar wilde ze naartoe? Hij had haar toch ten huwelijk gevraagd en net zijn plannen uitgelegd? Had ze hem soms niet goed begrepen?
‘Agnes, de vriendin van Berry, jouw toekomstige zakenpartner,’ vervolgde Karlijn kalm. ‘Ik liet haar binnen. Ze vertelde me in alle vertrouwelijkheid dat jij mij een huwelijksaanzoek zou doen met een bepaalde reden. Jij wilde geld zien voor jullie plannen. Volgens haar had jij zoiets gezegd als dat je niet voor niets zo hard had gewerkt om je goudduifje verliefd op je te laten worden.’
‘Hè? Wat? Ik… Ze liegt. Dat heb ik niet gezegd. Vanaf het eerste moment dat ik je zag werd ik stapelverliefd op jou. Vraag maar aan Berry. “Die wil en moet ik hebben,” zei ik,’ zei Rudie razend.
‘Omdat je wist dat ik heel rijke ouders had. Een andere reden was er niet. En ik, dombo, trapte erin. Ik begreep eerst niet wat jij in mij zag, want je kon iedereen krijgen. En er waren wat meiden jaloers op mij, bijvoorbeeld Agnes. Ik begreep uit sommige verhalen van haar vriendinnen dat jullie een korte verhouding hadden gehad.’
‘Ik werd echt verliefd op jou,’ merkte de man met een strak gezicht op. Hij moest moeite doen om zijn drift te beheersen. Die ellendige stomme koe van een Agnes. Al zijn plannen in duigen gevallen doordat die jaloerse meid zo nodig uit de school moest klappen. Dit was gewoon haar wraak omdat hij zijn relatie met haar had verbroken.
‘Nee, jij werd verliefd op mijn geld,’ onderbrak Karlijn zijn gedachten.
‘Jij nam af en toe alvast een voorproefje. Hoe vaak heb ik niet moeten betalen voor de etentjes en het parkeergeld? En steeds kwam jij met die afgezaagde smoes: nu heb ik weer mijn pinpas tijdens het omkleden in de zak van mijn andere jasje laten zitten. Iedereen weet dat dat onzin is. Als mannen een ander jasje aantrekken, halen ze hun sleutels, pinpas en rijbewijs uit de zakken en stoppen die meteen in de zakken van het andere jasje. Je had gewoon geen zin om te betalen en dacht: die vrouw heeft geld genoeg.’
‘Je moet me geloven, Karlijn,’ zei Rudie dringend. ‘Echt, ik vergeet heel vaak dingen bij me te steken.’
‘Als je zo’n slecht geheugen hebt voor deze belangrijke zaken, moet je vooral niet in het vastgoed gaan,’ merkte Karlijn op. Ze stond op. ‘Wat die trouwring betreft … Je kunt hem gewoon weer terugbrengen naar de juwelier, al denk ik eerder dat je dat ding nog niet eens gekocht hebt. Je moet dus nu maar op zoek gaan naar een volgend slachtoffer. O, en dit’ – ze wees op de volle borden – ‘mag jij deze keer betalen. En mocht je je pinpas zijn vergeten… Hier in de keuken kunnen ze altijd wel iemand gebruiken om de smerige borden en het bestek in de vaatwassers te stoppen. Je komt zelf wel thuis. Ik hoef je nooit meer te zien.’
Ze draaide zich om en liep naar de garderobe voor haar jas. Vervolgens liep ze de trap af, gaf een portier de opdracht om haar auto op te halen en reed even later weg, naar huis, een illusie armer.