Nieuwsbrief

Preview: Een nieuwe naam

Een nieuwe naam

In de meeslepende roman ‘Een nieuwe naam’ van Greetje van den Berg, probeert Célina, na de geboorte van haar zoontje Kaj, als alleenstaande moeder de draad weer op te pakken. Net als ze haar draai begint te vinden, duikt Kajs vader op, zeer tegen de zin van Célina’s ouders. Daarnaast heeft Ruud zijn droom van een eigen bakkerij moeten opgeven en herstelt Gemma langzaam van de ziekte van Lyme. Nu de oude linde waarnaar hun huis is genoemd is gestorven, lijkt alles te zijn veranderd. Samen zullen ze de schoonheid moeten ontdekken in nieuwe dingen.

‘Een nieuwe naam’ van Greetje van den Berg is het vervolg op haar eerder verschenen familieroman ‘Onder de linde’. In ‘Een nieuwe naam’ keert Van den Berg terug naar het gezin van Ruud en Gemma en laat ze zien dat liefde alles overwint.


Hoofdstuk 1

In de laatste week van augustus hing de herfst al duidelijk merkbaar in de lucht. Schaduwen werden langer, het groen kreeg iets donkers en vermoeids, de ochtenden voelden frisser. Voor Gemma zorgde deze tijd van het jaar altijd voor iets van melancholie, omdat de zomer waar ze in de winter en het vroege voorjaar naar uitkeek, alweer in een zucht voorbij was gegaan. Dit jaar leek het nog erger dan anders.
Ze plukte een dode bloem uit de rode zonnehoed, zag dat de guldenroede bijna was uitgebloeid en het gras te lang was. Ze zou vanmiddag een van de kinderen vragen om het te maaien. Zelf zou ze er niet meer aan toekomen. Automatisch dwaalde haar blik naar de lege plek waar ooit hun linde had gestaan, die zo lang gezichtsbepalend voor hun tuin was geweest. Ze vroeg zich af of die leegte ooit zou wennen. Afgelopen juni had ze de zoete, bedwelmend zwoele geur van de bloemen gemist, die zich elk jaar als een sluier over hun tuin legde. Op warme dagen hadden ze niet langer met z’n allen aan de lange tafel onder de linde gegeten. De kleurige parasols, die vorig jaar nog beschutting tegen de zon hadden geboden bij de bakkerij en lunchroom van haar man Ruud, waren nauwelijks vervanging te noemen. Het bord Onder de linde op de voorgevel van hun woning leek er nog eens extra mee te spotten.
Het had er voor het eerst gehangen toen Ruuds grootouders er woonden, daarna waren haar schoonouders de trotse
eigenaar van deze woning geweest en nu woonden Ruud en zij er alweer jarenlang met hun tien kinderen. Hun gezin was sinds kort uitgebreid met kleine Kaj, het zoontje van hun oudste dochter Célina.
De houtskoolzwam had een einde gemaakt aan de idylle van hun linde. Nog levendig kon ze zich voor de geest halen hoe de hele familie op veilige afstand stond te kijken toen het middelpunt van hun tuin het veld moest ruimen. Ondanks het razen van de zaag, voelde de lucht zwaar van een stilte vol ontzetting. Iedereen zweeg.
Zelfs Morris, haar jongste met een mond die nooit leek stil te staan, keek zwijgend en met grote ogen toe.
Ruud had later gezegd dat het voelde alsof ze een familielid moesten missen.
Afgelopen voorjaar was er een jonge Hollandse linde geplant, op een andere plek in de tuin, maar die kon nog niet tippen aan hun oude, vertrouwde boom.
Het verlies van de linde leek symbool te staan voor alle veranderingen van dit laatste jaar. De linde was niet meer, de bakkerij van Ruud was verleden tijd en gezondheid was voor haar niet langer vanzelfsprekend. Daar kwam nog bij dat hun kinderen groter werden, de oudste twee waren officieel al volwassen. Meer en meer gingen ze op eigen benen staan en als ze eerlijk was, moest ze toegeven dat ze daar moeite mee had.
Van kleinzoon Kaj genoot ze. Het was heerlijk om weer een baby in huis te hebben, al deed Célina een groot deel van de verzorging zelf. Deze week was ze voor het eerst weer naar het hbo gegaan. Overdag rustte de verantwoordelijkheid voor Kaj daarom op haar. Alleen hij en Morris waren nu bij haar thuis.
Een korte blik op de klok vertelde haar dat ze nu snel naar binnen moest, waar nog een berg werk lag te wachten. Zonder nadenken wreef ze haar bovenarmen. Vanmorgen had ze nog heel optimistisch een shirt met korte mouwen aangetrokken, maar buiten waren de temperaturen nu meer geschikt voor een vest of trui.
Ineens kreeg ze iets gejaagds. Morris was alleen in de kamer en haar jongste kind was een ondernemend mannetje waar ze haar handen vol aan had. Via de tuindeuren liep ze naar binnen. Gelukkig zat hij nog voorbeeldig aan zijn tafeltje te tekenen. Ze zag hoe hij met een ongeduldig gebaar een lok op zijn voorhoofd aan de kant streek. Straks moest ze even een stukje van zijn haar knippen.
Eerst maar even koffiezetten. Zonder koffie kwam ze niet op gang. Onderweg naar de keuken pakte ze nog snel wat speelgoed dat her en der over de vloer lag verspreid en gooide dat in de speciaal daarvoor bestemde felgekleurde ton. Ze probeerde er niet bij na te denken dat ze nu al doodop was.
Naweeën van de ziekte van Lyme, wist ze. Het had lang geduurd voordat die diagnose afgelopen winter was gesteld, maar gelukkig nog niet té lang. Ze had er veel ergere dingen aan over kunnen houden. Op internet had ze verhalen gelezen over mensen die met verlammingsverschijnselen kampten of geen licht konden verdragen. Sommigen lagen hele dagen op bed.
Ze was nog niet de oude, maar ze mocht niet mopperen. Het ging een stuk beter dan een jaar geleden. Wat was dat een vreselijke tijd geweest. Steeds liep ze op tegen de onwil van hun huisarts, die meende dat ze kampte met de gevolgen van een griep die ze niet genoeg had uitgeziekt. Het had lang geduurd voordat ze een verwijzing naar een specialist kreeg en nog langer voordat eindelijk de diagnose lyme was gesteld. Wanneer ze terugdacht aan die tijd, kon ze nog emotioneel worden. Snel schepte ze koffie in het filter, goot water in het apparaat en drukte op de knop. Zachtjes liep ze de trap op, keek even om het hoekje van Célina’s kamer waar in de familiewieg nu kleine Kaj lag te slapen. Vertederd keek ze naar zijn kleine gezichtje. Zijn wimpers lagen als een waaier over zijn ronde wangen. Hij was een aandoenlijk en makkelijk baby’tje. Zachtjes sloot ze de deur en ze haalde op haar eigen slaapkamer een vestje uit de kast. Ze keek op haar horloge. Een halfuurtje koffiepauze, zei ze tegen zichzelf. Even toegeven aan haar vermoeidheid, daarna ging ze echt aan de slag.

Zuchtend schoven de deuren van de trein open. Mensen dromden het perron op en liepen haastig in de richting van de trappen. Célina Linde liep met de stroom mee, liet de roltrappen voor wat ze waren, maar nam met snelle stappen de trap ernaast. Op haar horloge zag ze dat ze het nog rustig aan kon doen, maar de gebruikelijke jachtigheid die hier heerste, had direct weer invloed op haar.
In de hal checkte ze uit. Ze borg haar ov-kaart zorgvuldig op en begon aan de weg naar de hogeschool, die ze een tijdlang
niet had gelopen en die toch direct vertrouwd aanvoelde. Een halfjaar geleden was ze tijdelijk met haar studie communicatie gestopt omdat ze zwanger was van haar zoontje Kaj. Dat had haar leven ingrijpend veranderd, en toch leek het op dit moment alsof alles bij het oude was gebleven. In de verte doemde het gebouw al op. Haar ouders hadden na het bekend worden van haar zwangerschap aangedrongen om gewoon door te gaan met haar lessen, maar daar voelde ze zich niet tegen opgewassen. Er was zoveel om te verwerken: haar zwangerschap, de breuk
met de vader van Kaj. Wonderlijk genoeg voelde ze zich wel veilig in de supermarkt waar ze al jaren als weekendkracht werkte, en waar ze tijdelijk uitbreiding van uren kon krijgen.
Haar collega’s waren al snel van haar zwangerschap op de hoogte en iedereen leefde mee, ook klanten informeerden regelmatig hoelang ze nog moest. Na de geboorte van Kaj had zijn geboortekaartje op het prikbord voor in de winkel gehangen, en ze was overstelpt met kaarten en kleine cadeautjes.
In die tijd was ze een echte huilzuil. Alles wat er gebeurde had haar tot tranen toe geroerd.
Nu was Kaj al bijna twee maanden oud en ze was verliefd op haar kleine zoon. Als het aan haar had gelegen, was ze niet verdergegaan met haar studie, maar haar vader en moeder hadden flink aangedrongen. Vanmorgen had ze het zo
moeilijk gevonden om weg te gaan.
Nu ze eenmaal onderweg was, ging het beter.
Ze beseft e dat ze geluk had dat ze haar studie kon doorzetten omdat haar moeder tijdens de uren dat ze op school zat voor Kaj wilde zorgen. Op haar advies was ze Kaj borstvoeding gaan geven. ‘Dat zijn zulke intieme momenten tussen een moeder en een kind,’ had haar moeder gezegd. ‘Kaj heeft in dit huis heel veel vaders en moeders en juist daardoor zullen die momenten voor jou van onschatbare waarde kunnen zijn.’
Ze kon niet anders dan haar moeder gelijk geven, want haar broertjes en zusjes verdrongen zich allemaal om Kaj heen. Als het aan haar tweelingzusjes Loïs en Felice lag, hingen ze de hele dag boven de wieg. Wanneer hij ook maar een kik gaf, stonden zij al boven. Daar had haar moeder ook al snel korte metten mee gemaakt. ‘Célina is de moeder van Kaj. Alleen zij beslist of hij uit de wieg mag of niet. Jullie wachten rustig af.’
Vertederd zag Célina hoe Loïs en Felice echt probeerden om zich er niet mee te bemoeien als Kaj huilde. Vaak liet ze hen gewoon wachten tot ze Kaj uit de wieg had gehaald, maar soms gaf ze aan dat ze mee naar boven mochten. Dan waren ze de koning te rijk.
Het schoolgebouw, waar ze een deel van deze dag zou moeten doorbrengen, lag inmiddels voor haar. Ineens zag ze als een berg tegen deze dag op. Alles zou anders zijn dan vorig jaar en ze verlangde nu al naar Kaj.
Speurend keek ze om zich heen of ze bekenden zag, maar ze zag alleen onbekende gezichten.
Het zou vast snel wennen, probeerde ze zichzelf te troosten.
‘Célina!’
Ze schrok op toen ze haar naam hoorde, en nog voordat ze hem zag, wist ze al dat het Leander was.
Leander, de vader van Kaj, die niet had gewild dat zijn
zoon werd geboren.
Waarom stond hij hier?
Ze meende dat hij het eindelijk had opgegeven. Met bonzend hart en een kleur als vuur liep ze verder, zorgvuldig vermijdend zijn kant uit te kijken. Hij was de laatste die ze nu wilde zien. Gelukkig dat ze zich kon aansluiten bij een groep studenten totdat ze bij het gebouw was. Binnen haalde
ze opgelucht adem, maar haar opluchting was van korte duur. Dit keer had ze hem kunnen negeren, maar Leander kennende zou hij het er niet bij laten.
Wat wilde hij nu nog van haar?

De koffie was op. Gemma bracht haar kopje naar de keuken en zette het op het aanrecht. Na de afgelopen weken, waarin alle kinderen in verband met de schoolvakantie thuis waren, was het prettig om nu alleen met de twee kleintjes te zijn. Morris zat nog steeds druk te tekenen. Af en toe bracht hij haar een van zijn kunststukken om tentoon te stellen op het enorme prikbord in de keuken.
De koffie had haar goedgedaan, en langzaam durfde ze erop te vertrouwen dat ze op een dag weer de oude zou worden.
De ziekte van Lyme had een flinke aanslag op haar gezondheid gepleegd, en ze merkte dat ze er ook geestelijk een flinke knauw van had gekregen. Het had lang geduurd voordat de diagnose werd gesteld. Haar huisarts had haar steeds met een kluitje in het riet gestuurd. Het was aan Célina te danken dat ze uiteindelijk de moed had gevonden om weer een nieuwe afspraak te maken om nog eens aan te dringen op onderzoek naar deze ziekte, die langzaam maar zeker haar lichaam sloopte. Op de dag dat ze belde was dokter De Greef, haar eigen huisarts, ziek. Er was een vervangster die haar ogenblikkelijk serieus nam en naar een speciale lymekliniek doorstuurde. Daarna was het niet direct rozengeur en maneschijn geworden. De eerste antibioticakuur sloeg niet aan. Van de tweede knapte ze langzaam maar zeker op, en nog steeds was ze herstellende. Voor haar zou gezondheid nooit meer vanzelfsprekend zijn. Erger was dat ze haar vertrouwen in verschillende mensen was kwijtgeraakt. Allereerst in dokter De Greef. Dat hadden Ruud en zij opgelost door zich naar een andere praktijk over te laten schrijven. Lastiger was het dat ze moeite met haar schoonouders had. Ze hadden altijd voor hen klaargestaan. Wanneer Gemma in Ruuds bakkerij werkte, pasten zij op. Ze was op Dick en Erna gesteld. Misschien kwam de opmerking van haar schoonmoeder tegen Ruud dat ze maar eens naar een psycholoog moest daardoor extra hard aan.
Ruud was erin meegegaan, al had hij zich daar later van gedistantieerd.
Ze begreep nu dat hij net zo wanhopig moest zijn geweest als zij. Daarbij hadden zijn eigen problemen ook meegespeeld, waarover hij eerst met geen woord had gerept.
Zijn droom van een eigen bakkerij had hij moeten op geven, nadat hij daar jaren naartoe had gewerkt. De kleine
bakkerij annex lunchroom, die hij runde in een dorp in de buurt, had doorlopend met tegenwind te kampen, en uiteindelijk moest Ruud toegeven dat hij het niet kon bolwerken.
Het had geen breuk in hun huwelijk veroorzaakt, maar wel een barst die ze tot op heden nog steeds niet helemaal hadden kunnen wegwerken.
Ruud was stiller geworden.
Ze merkte dat hij het dorp meed waar de bakkerij nu een klein restaurantje was geworden. De gerechten op het menu werden met streekproducten vervaardigd. Een concept dat wel aansloeg.
Ruud en zij hadden veel gepraat en dat had over en weer tot meer begrip geleid. Ze had gedacht dat een goed gesprek met haar schoonouders ook veel zou oplossen, maar Erna vond het logisch dat ze aan een psychische oorzaak had gedacht. Dick had vooral gezwegen. Voor hen allebei was het iets wat voorbij was en waarover ze nu niet langer moest zeuren.
Bij Gemma bleef het wringen.
Ruud vond dat ze het moest laten rusten. Het was duidelijk dat zijn ouders er anders in stonden en dat moest ze
accepteren.
Gemma probeerde het echt, maar haar schoonouders lieten zich veel minder zien en als ze er waren, verliep hun contact moeizaam. Het was maar goed dat de kinderen er waren, die in al hun onbevangenheid nergens last van hadden.
Nu stond ze waarachtig alweer voor het raam te dromen.
Als ze niet snel aan de slag ging, hoefde ze niet eens meer te beginnen. Morris had inmiddels zijn interesse in tekenen verloren en zeurde dat hij zich verveelde. Over een uurtje was het tijd voor Kajs fles en voor ze het wist zou de morgen weer voorbij zijn en moest ze Aiden uit school halen.
Het was prachtig om kinderen in zulke verschillende leeftijden te hebben, al had ze er moeite mee om haar oudsten los te laten. Thomas, die na Célina kwam, woonde sinds kort in New York. Daar was ook zijn vriendin Lotte met haar ouders en zus Tess naartoe verhuisd in verband met het werk van haar vader. Bernhard, zoals de vader van Lotte heette, had er alles aan gedaan om voor elkaar te krijgen dat Thomas mee kon om er te werken en te studeren. Ze vond het bijzonder dat hij voor Human Resources had gekozen. Vroeger heette dat gewoon personeelszaken. Zij had voor en tijdens de eerste jaren van haar huwelijk als personeelsconsulent in een ziekenhuis gewerkt. Dat waren heel andere tijden geweest.
Thomas had een kamer gekregen in het appartement van de familie Dijkman. Het had haar gerustgesteld dat hij niet ergens alleen op een kamer zou zitten. In stilte was ze trots op haar zoon in New York, maar tegelijk miste ze hem vreselijk. Hij was gezellig, pakte gauw aan en zeurde veel minder over zijn taken dan zijn jongere broers.
Morris liep achter haar aan toen ze naar de wasmachine ging die inmiddels zijn tweede lading schoon had. ‘Ga maar buiten in de zandbak spelen,’ moedigde ze hem aan. ‘Dat vind je toch leuk?’
Hij had geen zin.
‘Even lekker schommelen of op de glijbaan?’
Hij schudde zijn hoofd.
‘Met je autootjes spelen?’ probeerde ze nog zonder veel hoop.
Ook dat kon zijn goedkeuring niet wegdragen.
‘Dan ga je maar lekker in een hoekje zitten mokken,’ maakte ze zich ervan af. ‘Als je maar geen lawaai maakt, want dan wordt Kaj wakker en die moet nog even slapen. Weet je wat? Als je nu lekker gaat spelen, mag je Kaj straks ook even vasthouden.’
Dat werkte. De tegenzin spatte ervan af, maar hij liep toch naar de schommel aan het einde van de tuin. Zij besloot van het mooie weer gebruik te maken en deze tweede lading aan de waslijn te drogen. Niets kon de geur evenaren van wasgoed dat in de buitenlucht was gedroogd.
Ze keek nog even naar Morris, die zich handig op de schommel wurmde en zijn best deed om de vaart erin te krijgen. Het zou niet lang duren voordat hij zou vragen of ze wilde duwen. Aangezien haar de tijd daarvoor ontbrak, moest hij zichzelf even redden, en dat betekende dat hij de
schommel al snel de schommel zou laten. Gemma nam de wasmand en de bak met knijpers mee naar buiten. De zon stond nog laag en scheen in haar ogen. Koele nachtlucht was blijven hangen. Binnenkort zou ’s morgens de verwarming in huis weer moeten worden aangezet. Ruud en zij zouden nu echt eens over isolatie moeten nadenken. Het werd tijd om de oude ramen te vervangen door nieuwe met op z’n minst dubbelglas. Hun laatste stroom- en gasrekening was gigantisch geweest. Daar waren hun tien kinderen mede debet aan, maar ze zouden zeker flink kunnen besparen als ze meer aan isolatie gingen doen.
Ruud was vaak zo druk dat hij niet aan het klussen in hun heerlijke, maar oude woning vol achterstallig onderhoud toekwam. Nu hij de bakkerij niet meer had, was hij twee extra dagen gaan werken op het mediabureau dat hij destijds naast de bakkerij had aangehouden. Tegenwoordig had hij elke vrijdag en zaterdag vrij. Ruud zou meteen tegenwerpen dat ze zuinig aan moesten doen. Zijn werk leverde voor tweeëndertig uur geen kapitalen op en hun ter ziele gegane bakkerij had meer gekost dan die had opgeleverd.
Samen moesten ze maar eens aan voordelige aanpassingen denken die toch invloed op hun energiekosten zouden kunnen hebben.
Haar voorspelling kwam uit. Morris jammerde dat ze hem moest duwen. Toen ze niet thuis gaf, liet hij de schommel voor wat die was en klom hij de kleine glijbaan op. Snel en handig hing ze eerst de overhemden van Ruud op. Ze bukte zich net om een shirt van Célina op te hangen toen haar telefoon in haar broekzak trilde. Met een frons bekeek ze het schermpje. Ze herkende het nummer, omdat ze er voor de vakantie meer dan eens door was gebeld. Haar frons werd nog dieper. Als er gebeld werd vanuit de school waar Sem op zat, betekende dat niet veel goeds. Met tegenzin nam ze op.


>