Nieuwsbrief

Winterverhaal: Winterse verrassing – Martin Scherstra

Tamara’s uitgever is laaiend enthousiast over haar nieuwe roman The Gentleman Hero, maar zijzelf niet. Ze gelooft niet dat er zulke perfecte mannen bestaan als het hoofdpersonage in haar boek. Dan kun je beter iemand als Tim hebben, de stagiair. Hij is betrouwbaar, komt zijn beloftes na en is prettig in de omgang.
Door het hevige winterse weer kan Tim niet meer met de trein naar huis, en dus biedt Tamara haar logeerkamer aan. Wat Tamara echter niet weet, is dat Tim al een tijdje een oogje op haar heeft. Ze ontdekt dat er onder zijn bril een knappe en romantische man schuilgaat, en een man die wel te vertrouwen is.


‘“En daar was hij, mijn grote liefde Nick. De man op wie ik blindelings kon vertrouwen – de enige man. Mijn hart klopte in mijn keel toen ik hem zag. Ik kon bijna niet wachten om zijn sterke armen weer om me heen te voelen. Zodra zijn lippen de mijne raakten, wist ik het zeker: niets zou ons meer scheiden. We zouden bij elkaar blijven. Voor altijd… ‘O, wat prachtig!’
Liz Vermeulen slikte de brok in haar keel weg en legde het manuscript dat ze zojuist had gelezen met een diepe zucht naast zich neer. ‘Ik ben een emotioneel wrak!’ Ze trok een paar tissues uit de doos, snoot hartgrondig haar neus en depte vervolgens de tranen van haar wangen. ‘Wat een verhaal, al die pure emoties, en...’ voegde ze er met een dromerige blik aan toe, ‘wat een hunk is die Nick van jou!’ Met een hand waaierde ze zichzelf even wat koelte toe en ze opende een lade in haar bureau. Ze haalde er een kleine handventilator uit tevoorschijn en liet de propeller voor haar verhitte gezicht draaien. ‘Van zo’n man krijgt toch iedere vrouw het warm?’
Tamara Laqunes stond voor het raam en keek naar buiten, waar koning winter de stad volledig in zijn greep had. ‘Fijn dat het verhaal je bevalt,’ antwoordde ze afwezig.
Liz was een gezette, niet onknappe vrouw met een voorliefde voor pastelkleurige mantelpakjes met bijpassende pumps. Haar grijze krullen waren doorschoten met zwarte lokken. ‘Bevalt?’ riep ze uit. ‘Dit is je beste roman tot dusver! En ik zal je nog iets zeggen: deze roman verdient het om een vervolg te krijgen. Nick verdient het gewoon om meerdere avonturen te beleven! Ik zie het helemaal voor me. Nick Holland, de self-made miljonair annex spion met een licentie om te doden annex avonturier annex hartstochtelijke minnaar. De wereld ligt aan zijn voeten!’
Tamara haalde haar schouders op. ‘Ik heb alle cliché-elementen van een held in een mixer gestopt en daar is Nick uit ontstaan. Hij bestaat niet echt.’
Liz bleef enthousiast. ‘Misschien niet, maar hij is alles waar onze lezers van smullen. Zeker nu er behoefte is aan nieuwe helden.’
Tamara keek naar een sneeuwvlokje dat voor het raam in de wind op en neer danste. ‘Als jij het zegt…’
De lauwe reactie deed Liz een wenkbrauw optrekken. ‘Kun je alsjeblieft wat enthousiaster zijn, Tamara? Je hebt zojuist een nieuwe bestseller afgeleverd en je reageert alsof je net bij de bakker een witbrood hebt gehaald!’
Tamara glimlachte. O, ze was blij dat Liz De gentleman-held zo’n warm hart toedroeg, maar het schrijven ervan had haar veel tijd en energie gekost. Ze was gewoon moe, zeg maar gerust doodop, en de gedachte om meteen weer in een nieuwe roman te duiken trok haar dan ook niet zo. Maar Liz bedoelde het goed en zij zag blijkbaar meer in Nick dan een eenmalige roman.
‘Nou?’
Tamara liep van het raam weg en nam plaats in de comfortabele leunstoel voor het bureau. ‘Het is een leuke roman geworden, maar ditmaal heeft het schrijven me meer energie gekost dan anders,’ legde ze uit. ‘Ik ben moe en snak naar een paar weken rust.’
Liz bestudeerde de jonge vrouw voor haar bureau. Niet voor het eerst vroeg ze zich af waarom Tamara de laatste tijd altijd dezelfde kleren droeg en nooit eens iets anders dan die eeuwige blauwe skinny jeans, de ruimvallende muisgrijze sweater en afgetrapte witte gympen. Dat was wel anders geweest. Nog niet eens zo lang geleden had ze zich altijd naar de laatste mode gekleed. En waarom ook niet? Als bestsellerauteur kon ze zich mooie kleren veroorloven. Maar om de een of andere onduidelijke reden bleef ze nu al maanden trouw aan deze casual stijl. Ook haar prachtige kastanjerode krullen hadden eraan moeten geloven. In plaats van los droeg ze haar haar nu in een staartje.
Maar goed, zolang Tamara bestsellers bleef afleveren, wie was zij dan om daar iets van te zeggen?
‘Denk je echt dat mijn lezers op nog een roman met Nick zitten te wachten?’ vroeg Tamara, die nog steeds verrast was door het enthousiasme van haar uitgeefster. De hoofdrolspelers in haar vorige boeken waren altijd vrouwen geweest. Deze roman met een man in de hoofdrol was als een leuk uitstapje bedoeld. Maar dat pakte nu anders uit.
‘Nick Holland zal vrouwenharten sneller doen kloppen,’ beloofde Liz haar met fonkelende ogen. ‘En zeker ook een paar mannenharten.’
Toch bleef Tamara haar bedenkingen houden. Ze had voor haar verhaal een macho man genomen die in alle opzichten perfect was. En, wist ze uit eigen ervaring, perfecte mannen bestonden niet.
Tim, haar ex, had ook gedacht dat hij perfect was. Ja, perfect misschien in het bedriegen en konkelen; hun relatie was een tranendal geweest. Ze was uiteindelijk bij hem weggegaan en dat had hij haar nooit vergeven. Hij was haar lastig blijven vallen en zelfs nu wilde hij nog weleens onaangekondigd aan haar deur verschijnen.
Omdat ze het even helemaal had gehad met mannen, had ze haar uiterlijk en haar kledingstijl drastisch veranderd. Gewoon om van dat gezeur af te zijn.
‘Mannen als Nick bestaan niet, Liz.’
‘Waarschijnlijk niet, nee,’ was Liz het met haar eens. ‘Maar de lezers willen dat wel graag geloven. Jouw romans laat hen een paar uur ontsnappen aan de dagelijkse sleur. De realiteit. Een man als Nick biedt hen die uitweg. Ze willen wegdromen in zijn verhaal, en liefje, als er iemand is die haar lezers kan laten wegdromen in haar boeken, dan ben jij dat wel.’
‘Och, ik doe mijn best…’ Tamara wist dat ze goed kon schrijven, haar naam prijkte niet voor niets bovenaan de Nederlandse bestsellerlijsten. Maar complimentjes vond ze nog altijd vreemd om te krijgen. Hoe verdiend ze misschien ook waren.
Liz glimlachte. ‘Je bent veel te bescheiden, Tamara. Je laatste zes boeken zijn bestsellers geworden. Vier daarvan krijgen hun derde herdruk. Daar mag je best wel trots op zijn.’
Tamara onderdrukte een geeuw. ‘Op dit moment voel ik me veel te moe om trots te zijn.’
Er werd op de deur geklopt.
‘Ja?’
De deur zwaaide open en een jongeman verscheen in de deuropening. Hij was lang, zijn donkerblonde haren waren kortgeknipt en hij droeg een bril met een zwart montuur. Zijn kin was ongeschoren en hij droeg een grijs vest over zijn witte shirt en spijkerbroek.
Tamara kende hem goed. Gert liep sinds een halfjaar stage bij de uitgeverij en Liz had hem tot haar persoonlijk assistent gebombardeerd. Hij keek bezorgd, vond ze.
‘Wat is er, Gert?’ vroeg Liz afwezig.
‘Neem me niet kwalijk dat ik stoor, Liz,’ antwoordde Gert met zijn prettig in het gehoor liggende stem. Hij glimlachte verontschuldigend naar Tamara. ‘Maar zou ik vandaag eerder naar huis kunnen? Nu dus, eigenlijk,’ voegde hij er verlegen aan toe.
Liz keek hem vragend aan. ‘Nu?’
‘Er wordt slecht weer voorspeld. Sneeuwstormen, ijzel. Van alles. Volgens het KNMI zit het land over een paar uur helemaal vast. En ik moet met de trein terug naar Meppel, zie je…’
Liz begreep het. ‘Ja, natuurlijk, Gert. Ga je gang. Kom terug zodra het weer het toelaat, goed?’
Gerts gezicht klaarde op. ‘O, dank je wel, Liz. Dank je wel. Tot ziens.’ Hij knikte beide dames toe en verliet haastig het kantoor.
Tamara glimlachte. Gert leek in niets op haar held Nick Holland, maar betrouwbaar was hij wel. En netjes, voorkomend, charmant, een beetje een stuntel, maar verder…
‘Je bent dus moe,’ onderbrak Liz haar gedachten, het gesprek weer oppakkend waar ze waren gestopt. ‘Neem een paar dagen vrij. Zeg een maand. Ga op vakantie. Naar een warm land of zo. Even niet aan schrijven denken, ontspannen en bijtanken. En dan kom je terug en schrijf je een nieuwe bestseller voor me. Over Nick Holland.’
Liz was duidelijk niet van haar plan af te brengen, begreep Tamara. Haar volgende roman moest en zou over Nick gaan. Nick, de buitengewoon knappe en perfecte man. Een man die volgens Liz tot de verbeelding van iedere vrouw sprak.
Liz begreep dat haar favoriete auteur er even helemaal doorheen zat en tijd nodig had om haar energiegehalte weer op peil te krijgen. ‘Je hebt rust verdiend, Tamara,’ zei ze. Ze was niet langer uitgeefster van romantische romans en zakenvrouw, maar een vriendin die Tamara het beste gunde. ‘Ga er lekker een paar weken tussenuit. Laat de boel maar even de boel. Ik ga met je boek aan de slag. Als je terugkomt, uitgerust en wel, ligt de proefdruk voor je klaar.’
Het idee om een paar weken niet te hoeven schrijven stond Tamara wel aan. Gewoon het idee om even niets te hoeven doen, alleen maar ontspannen.
‘Ik hoef niet zo nodig op vakantie, Liz. Tijdens de feestdagen ben ik nog op Schiermonnikoog geweest.’
Liz keek haar aan alsof ze water zag branden. ‘Ik bedoel naar het buitenland.’
‘Ik blijf net zo lief thuis.’
‘Een huismus dus,’ lachte Liz. ‘Goed, dan blijf je thuis. Mocht je toch besluiten naar het buitenland te gaan, dan betaal ik de reis. Afgesproken?’
Tamara was aangenaam verrast. ‘Dat is lief van je.’
Liz glimlachte. ‘Dat is puur uit eigenbelang, liefje. Ik moet zuinig op je zijn wil ik nog meer van die prachtige verhalen kunnen uitgeven.’
Tamara schoot in de lach. ‘O, op die manier.’
Liz lachte met haar mee, maar werd toen weer serieus. ‘Het maakt me niet uit wat je doet of waar je naartoe gaat, als je maar weer uitgerust en vol energie terugkomt. Klaar om een nieuwe bestseller voor me te schrijven! En wie weet kom je tijdens je vakantie je eigen Nick Holland tegen.’
Haar lach werkte zo aanstekelijk dat Tamara wel mee moest lachen. ‘Een man als Nick Holland,’ hikte de schrijfster. ‘Alsjeblieft niet, zeg!’

Een man als Nick Holland. De perfecte held en een echte vrouwenmagneet. Zo had ze hem voor zich gezien toen ze aan De gentleman-held was begonnen. Een man die altijd tot het uiterste ging, een man die James Bond een grijze muis deed lijken.
Tamara verliet de etage waar Liz’ kantoor was gelegen. In tegenstelling tot Nick was zíj de grijze muis. Hoewel haar boeken anders deden vermoeden, was zij zelf niet iemand met een uitgesproken mening. Echt niet. Ze kon af en toe best onzeker zijn. Bovendien hield ze zoveel mogelijk rekening met alles en iedereen. Dat was altijd al zo geweest. Thuis bij haar ouders, en ook nu ze volwassen was bleef ze de mensen om haar heen op de eerste plaats zetten. Niet dat ze dit erg vond, maar aan de andere kant ook wel, want haar eigenwaarde had zo wel een gevoelige deuk opgelopen.
Toe zeg! vermaande ze zichzelf, terwijl ze door de gang liep waar aan het einde de lift op haar wachtte om haar naar beneden te brengen. Stel je niet aan. Dat viel best wel mee. Het waren de situaties waar ze soms moeite mee had. Hoofdzakelijk situaties met mannen.
Om haar heen klonk het geroezemoes van stemmen, het ratelen van printers; het aroma van sterke automaat-koffie hing in de lucht.
Mannen. Ja, dat was het pijnpuntje in haar leven. Op het gebied van mannen kon ze nog wel wat aanwijzingen gebruiken. Je zou verwachten dat er voor haar geen geheimen waren, ze schreef immers romantische boeken over de aantrekkelijkste mannen en haar liefdesscènes werden alom geprezen. En toch lukte het haar maar niet om zelf de juiste man te vinden met wie ze meer wilde dan alleen een onenightstand.
Ze knikte even naar een jongeman, die haar met een hautaine blik in zijn ogen voorbijliep. Hij voelde zich blijkbaar beter dan zij.
Niet echt een verrassing, vond ze, terwijl ze op de lift toeliep. De mannen die zo af en toe haar leven binnenwandelden waren stuk voor stuk knap en intimiderend. Té knap voor haar, vond ze altijd. Daarom ging ze meestal voor mannen die er gewoontjes uitzagen, mannen die haar niet een gevoel van onbehagen gaven.
In haar flat woonden genoeg knappe mannen, en ze waren allemaal nog vrijgezel ook. Goeduitziende mannen met afgetrainde lichamen en een fris uiterlijk dat het best op het bioscoopdoek tot uiting kwam. Als je hen hoorde praten zou je denken dat ze van een andere planeet afkomstig waren. Ze spraken een taal die zij niet begreep, ze waren gewoon te knap om echt te zijn. Zoals Nick Holland in haar boeken. Niet echt, een fantasie.
De lift ging open en een donkere man stapte uit. Afkeurend trok hij zijn wenkbrauw op toen hij haar zag, en hij liep verder.
Tamara stapte de lift in en drukte op knop BG, waarna de liftdeuren zich sloten. Ze wist heel goed waarom de mannen haar met de nek aankeken. Ze droeg immers geen trendy kleren meer zoals de andere dames op de re-dactie. Haar stijl was anders geworden, een samengeraapt zootje waarin ze zich lekker voelde. Haar killerbody hield ze nu liever voor zichzelf.
Tamara grijnsde. Killerbody. Zij?
De lift zoefde omlaag en enkele tellen later liet een belletje weten dat ze de begane grond had bereikt. De liftdeuren schoven open en ze stapte uit.
In de hal was het een komen en gaan van mensen. Medewerkers van de uitgeverij hingen banners van nieuw te verschijnen boeken op aan de muren.
Tamara herkende haar eigen gezicht op een ervan. Een beetje gênant, vond ze, dus trok ze de kraag van haar winterjas wat hoger op. Ze liep tussen de mensen door naar de dubbele toegangsdeuren en was blij dat ze niet werd herkend.
Eenmaal buiten besloot ze een taxi naar huis te nemen. Ze glibberde op haar snowboots over de besneeuwde stoep naar de weg om een taxi aan te houden.
Het sneeuwde nu onafgebroken. Dikke vlokken joegen in witte striemen omlaag uit het grauwe wolkendek boven de straat. Daarbij wakkerde de wind aan en blies sneeuw in haar gezicht. Ze huiverde van de kou, die toch door haar gewatteerde jas wist heen te dringen.
Au!
De sneeuw prikte in haar ogen.
‘O, neem me niet kwalijk!’ Ze voelde een duw in haar rug, gevolgd door twee handen die haar arm vastpakten en beletten dat ze zou vallen. ‘Het was niet mijn bedoeling…’
Ze knipperde de sneeuw uit haar ogen en toen zag ze hem. ‘Gert?’
De stagiair glimlachte pijnlijk achter zijn brillenglazen. ‘Eh, ja, ik dus.’ Hij liet haar los.
Tamara liet haar blik over hem heen glijden. Hij droeg een knalrood jack over zijn kleren en oorwarmers. Op de een of andere manier zag hij er bijzonder uit, vond ze. Maar waarom ze dat nu dacht… ‘Ik dacht dat je al wel in de trein zou zitten,’ zei ze, terwijl ze de sneeuw uit haar gezicht wreef.
‘Dat was ook de bedoeling,’ antwoordde hij somber. ‘Maar ik kan geen taxi krijgen. Er zal niets anders opzitten dan naar het station te lopen.’
‘Zal ik het even proberen?’ stelde Tamara voor. ‘Dan delen we de taxi.’
Zijn ogen – amberkleurig, had ze gezien – lichtten op. ‘Als dat zou kunnen, graag. Maar denk je dat het jou gaat lukken? De taxi’s rijden mij gewoon voorbij.’
‘Moet jij eens opletten!’ zei Tamara met een schalks lachje. Ze zocht de straat af. Op dat moment kwam er een taxi aan. Ze stak twee vingers in haar mond en floot zo hard ze kon naar de chauffeur.
‘Hij ziet ons!’ riep Gert.
De taxi zwaaide af naar de stoep en bleef met draaiende motor staan.
‘Wat zei ik je?’
De blik die ze hem zond benam Gert voor een ogenblik de adem. Hij voelde zijn hartslag versnellen toen hij in haar groene ogen keek. Wow, wat gebeurde er?
Tamara zag hoe zijn lichtbruine ogen haar waarderend opnamen en dat bracht haar even van haar stuk.
Verlegen sloeg Tamara haar ogen neer en ze stapte snel in de taxi. ‘Naar het treinstation graag,’ zei ze tegen de chauffeur, een oudere man met een muts van kunstbont op het hoofd.
Gert gleed naast haar op de achterbank. ‘Snel graag,’ spoorde hij de man aan. ‘Ik moet de trein halen.’
‘Daarom heet het ook een treinstation, jongeman,’ grinnikte de chauffeur schaapachtig. Enkele ogenblikken later gleed de taxi tussen het overige verkeer.
Tijdens de rit naar het station spraken Tamara en Gert nauwelijks een woord met elkaar. Beiden waren met hun gedachten ergens anders.
Tamara probeerde zijn blik te ontwijken door naast zich uit het raam te kijken. Wat was er zo-even gebeurd? Ze had zich sterk tot de stagiair aangetrokken gevoeld. Hoe was dat mogelijk? Ze kende hem nu al een paar maanden, maar op deze manier had ze nog nooit naar hem gekeken. Gert was altijd in de buurt als ze bij Liz langskwam, en Liz nam hem altijd mee naar haar appartement als er iets besproken moest worden. Waarom reageerde ze nu dan zo anders op hem?
Ook Gert was stil, maar niet omdat hij verrast was door zijn gevoelens. Nee, die had hij al veel langer voor Tamara. Hij was zeer van haar onder de indruk en zij was de reden geweest waarom hij een halfjaar geleden als stagiair bij de uitgeverij had gesolliciteerd. Op die manier kon hij dicht bij in haar buurt zijn. Tot nu toe had ze hem nooit het idee gegeven dat ze iets in hem zag. Geen wonder, want wie was hij nu? Wat stelde hij voor bij al die knappe mannen met wie Tamara uitging? Hij had het manuscript van De gentleman-held ook gelezen en als Nick Holland de personificatie van haar droomman was, wat had hij dan nog te melden?
‘Het station, mensen,’ onderbrak de chauffeur hun gedachten. ‘Nou, dat ziet er niet best uit!’
Gealarmeerd keken Tamara en Gert naar buiten. Voor het treinstation was het een complete chaos van mensen, auto’s en bussen. Reizigers en treinpersoneel liepen door elkaar, heftig discussiërend, waarbij er geen enkel lachje af kon.
‘Wat is daar aan de hand?’ vroeg Tamara. ‘Toch geen staking?’
De taxichauffeur draaide zijn raampje omlaag, gebaarde naar een medewerker van de spoorwegen en riep: ‘Wat is er aan de hand?’
‘Te veel sneeuw op de rails!’ riep de man terug. ‘De treinen rijden vandaag niet meer en ook morgen is een groot vraagteken.’
Tamara hoorde naast zich Gert kreunen. ‘Nee!’
‘En de bussen?’ vroeg de chauffeur.
De NS-medewerker schudde het hoofd. ‘Nee, die ook niet. In de binnenstad zijn de wegen nog redelijk begaanbaar, maar buiten de stad is het drama. Het KNMI heeft code rood afgegeven. Het advies is om thuis te blijven.’ Hij liep weer weg.
De taxichauffeur draaide zich om naar zijn klanten. ‘Zeg het maar, dame, heer. Wat willen jullie? Uitstappen of kan ik jullie ergens anders afzetten?’
‘Nee, niet echt,’ verzuchtte Gert. Met een vermoeid gebaar streek hij door zijn donkerblonde haar. ‘Wat een sof!’
‘Dan logeer je vannacht toch bij mij,’ hoorde Tamara zichzelf zeggen.
Gert keek haar met verwonderde ogen aan. ‘Logeren?’ vroeg hij. ‘Bij jou?’
Tamara schrok van zichzelf. Ja, dat had ze gezegd. Maar waarom? Was het wel verstandig om Gert mee naar haar huis te nemen? Aan de andere kant, waarom niet? Hij kon nergens anders naartoe. ‘Ik heb een logeerkamer voor noodgevallen,’ zei ze. ‘Als dit geen noodgeval is, weet ik het niet meer.’
Gerts hart maakte een sprongetje. ‘Echt? Maar zo goed kennen we elkaar niet eens. Nou ja, niet echt.’
Tot haar eigen verrassing hoorde ze zichzelf antwoorden: ‘Dan lijkt me dit een goede gelegenheid om daar verandering in te brengen, vind je ook niet?’ In haar hoofd gingen alle alarmbellen af. Wat doe je nou?! Maar ze voelde ook hoe het ritme van haar hartslag versnelde.
Verlegen zette Gert zijn bril af. Toen hij haar aankeek, lag er een diepe glans over zijn lichtbruine ogen. ‘Eh…zou je dat willen? Mij beter leren kennen?’
Tamara slikte. O jee, die ogen! Door zijn bril had ze daar nooit echt op gelet. Als ze niet uitkeek zou ze zich daaraan kunnen branden. Hoe kwam het toch dat hij zo’n verwarrende uitwerking op haar had? Waarom was hij haar nooit eerder opgevallen?
‘Dat is dan geregeld,’ besloot de taxichauffeur. ‘Wat is je adres, dame?’
Tamara schudde haar hoofd om haar gedachten te ordenen. ‘Mijn adres?’ stamelde ze.
‘Ik zal jullie toch naar je huis moeten brengen, niet?’
‘O ja, natuurlijk.’ Ze gaf haar adres op, maar toen de taxi zich opnieuw tussen het verkeer voegde, vroeg ze zich huiverend af wat ze zich in hemelsnaam nu weer op de hals had gehaald.

‘Wow!’ riep Gert enthousiast uit, toen Tamara hem niet lang daarna haar appartement liet zien. ‘Wat een fantastische woning, zeg. Modern met vintage accenten. Prachtig!’
Zijn jongensachtige enthousiasme werkte aanstekelijk. ‘Ik ben blij dat je het mooi vindt, Gert,’ zei ze, terugkomend uit de keuken waar ze voor hem een kopje espresso had klaargemaakt.
Hij liep naar het raam en keek naar buiten, waar het steeds harder begon te sneeuwen. Door het grauwe gordijn van dikke vlokken was de overkant van de straat bijna niet meer te zien. ‘Je hebt een Frans balkon,’ zag hij. ‘En…’ Hij draaide zich om, juist op het moment waarop Tamara hem de espresso wilde overhandigen. Het volgende moment raakte haar hand zijn borst en klotste er een golf koffie over zijn shirt. ‘Ah!’ kermde hij.
Geschrokken liet Tamara het kopje uit haar handen vallen. ‘O, het spijt me!’
Met een van pijn vertrokken gezicht trok Gert het shirt in een beweging over zijn hoofd uit, waarbij zijn bril op de grond viel. ‘Nee, het spijt mij,’ zei hij, terwijl hij met zijn shirt over de pijnlijke plek op zijn buik wreef. ‘Ik had beter moeten uitkijken…’
Tamara wilde iets zeggen, maar ze kon alleen maar naar hem kijken. Wat beslist geen onprettige ervaring was.
Hij was lang, dat wist ze al, maar dat hij gespierd was en licht behaard wist ze niet. En nu hij zijn bril niet droeg zag ze dat hij een knap gezicht had met regelmatige trekken. Het enige wat niet regelmatig was, was het scheve, verlegen lachje dat op zijn gezicht verscheen.
De manier waarop zij naar hem keek deed zijn hartslag nog meer versnellen. Van een afstand had hij haar bewonderd, was hij zelfs verliefd op haar geworden, en nu stond hij met ontbloot bovenlijf in haar woonkamer!
Tamara haalde diep adem om haar hoofd helder te kunnen houden. Wat was er toch met haar aan de hand? Gert was geen vreemde voor haar, ze kende hem, en toch…
Was ze bezig verliefd te worden?
Ach nee, natuurlijk niet. Wat een onzin! Gert was gewoon Gert, de stagiair. Dat hij er onder zijn kleren als een adonis uitzag was…
Ineens zag ze de rode vlek op zijn buik, naast zijn navel. ‘Je hebt je gebrand!’ riep ze geschokt uit. Voor ze erop bedacht was legde ze haar hand op de plek en voelde ze de kleine haren onder haar palm kriebelen.
Hij hield zijn adem in, waarop zij snel haar hand terugtrok.
‘O, neem me niet kwalijk!’ verontschuldigde ze zich, terwijl de kleuren haar op en af gingen. ‘Het was niet mijn bedoeling om…’
‘Nee, het geeft niet,’ zei hij schor. Hij schraapte zijn keel. ‘Zoveel zeer doet het niet meer.’
Hun blikken kruisten elkaar en een moment lang bestond hun wereld alleen uit hen tweeën.
Tamara zag het gestadig kloppen van een ader in zijn hals. En plotseling wilde ze die plek kussen, hem liefkozen, zijn donkerblonde haar aanraken om te zien of het echt zo zacht was als het eruitzag.
Gert deed een stapje naar voren. Ook hij had de drang om haar te kussen. Om haar te zeggen dat hij verliefd op haar was, dat hij…
De deurbel ging en maakte de twee weer bewust van hun omgeving.
‘De badkamer is daar,’ wees Tamara, terwijl ze naar de voordeur liep. ‘Misschien kun je de pijn wat verzachten met koud water.’ In haar hoofd dook de ene gedachte na de andere op, en ze hadden allemaal te maken met Gert. De man die ze altijd voor lief had genomen, maar die nu haar hart sneller deed kloppen. Het had haar verrast, echt waar. Op een aangename manier. En te oordelen naar de manier waarop hij op haar reageerde dacht hij daar ook zo over.
Gert pakte zijn bril van de grond en verdween naar de badkamer.
Opnieuw ging de deurbel.
‘Jaja, rustig maar!’ Tamara deed de deur open, zonder eerst door het kijkgat te kijken wie er voor de deur stond. Had ze dat wel gedaan, dan had ze waarschijnlijk de deur niet geopend.
Voor de deur stond een man. Hij was lang, knap en het driedelig maatkostuum dat hij droeg zat hem als gegoten. Het spottende lachje om zijn lippen paste bij de autoritaire blik in zijn ogen.
Tamara schrok. ‘Tim!’
Tim Wiersma glimlachte vreugdeloos. ‘Dag, Tamara.’
Koortsachtig dacht ze na. Wat deed Tim hier? Hij wist dat ze hem niet meer wilde zien. Dat had ze hem de vorige keer duidelijk aan het verstand gebracht. ‘Wat wil je?’ vroeg ze, en ze probeerde niet te laten merken dat ze ondanks haar voornemen zich door geen enkele man meer te laten intimideren, toch schrok van zijn aanwezigheid.
‘Zou je me niet eens binnenvragen, liefje?’
Hij deed een stap naar voren, maar Tamara hield hem tegen door de deur op een kier te zetten. ‘Wat wil je, Tim?’ vroeg ze nogmaals.
Hij trok een wenkbrauw op. ‘Ik wil met je praten, Tamara. Over ons.’
‘Er is geen ons, Tim!’ antwoordde ze scherp. ‘Niet meer!’
Hij keek haar met een hautaine blik aan. ‘Ik houd nog steeds van jou, Tamara. Dat weet je toch?’
‘Jij houdt alleen van jezelf, Tim. Dat weet je toch ook?’ kaatste ze terug.
Hij begon zich op te winden. De aders in zijn nek zwollen op. ‘Nu moet je eens goed luisteren, jij…’
‘Gaat het goed?’ klonk plotseling een stem vanuit de woonkamer.
Gealarmeerd keek Tim op.
Tamara keek om en snakte naar adem toen ze Gert achter zich zag staan. Hij was helemaal naakt, op een van haar bruine badhanddoeken na die hij om zijn slanke heupen had geslagen.
Tim duwde de deur verder open. Zijn mond viel open van ontzetting toen hij de naakte man achter zijn ex zag staan.
‘O, je bent bezig, schat?’ vroeg Gert opgewekt. ‘Hallo,’ begroette hij Tim. ‘Ik ben Gert.’
Tamara wist even niet hoe ze het had. Wat was Gert van plan? Ze voelde Tims ogen in haar rug branden en draaide zich naar hem om. Zijn gezicht stond op zeven dagen onweer en even dacht ze dat er stoom uit zijn oren zou komen.
‘Wie is hij?’ snauwde Tim haar toe.
‘Hij is…’ Ze voelde Gerts arm om haar schouder. Hij trok haar zachtjes tegen zijn warme lichaam. ‘Hij is mijn vriend, Tim,’ antwoordde ze toen. En daar was geen woord van gelogen.
Gert glimlachte. ‘We zijn verliefd op elkaar,’ deed hij een duit in het zakje. ‘En wie ben jij?’
Tim keek van Tamara naar Gert en weer terug. De verwilderde blik in zijn ogen sprak boekdelen.
‘O, dit is Tim,’ stelde Tamara haar ex voor, het spelletje meespelend. Al voelden Gerts arm en zijn aanwezigheid heerlijk vertrouwd. ‘Een oude kennis, die even afscheid komt nemen. Nietwaar, Tim?’
Tim beet op zijn lippen om het niet uit te schreeuwen van pure frustratie. Uiteindelijk lukte het hem om tussen zijn tanden door te knarsen. ‘Ja, dat is zo.’
‘Wel, bedankt dat je langskwam,’ zei Gert. ‘Maar Tamara en ik hebben plannen, dus…’ Hij stak zijn hand uit en met een veelzeggende knipoog duwde hij de deur dicht.
Tamara keek hem met grote ogen en open mond aan. ‘Weet je wel wie dat was?’ vroeg ze Gert.
Hij hield nog steeds een arm om haar heen. En die kreeg nu gezelschap van zijn andere arm. ‘Ik vermoed dat het Tim was,’ zei hij, haar diep in haar ogen kijkend. ‘Je ex.’
‘Hoe weet jij dat?’
Hij schoot in de lach. ‘Je hebt me vaak genoeg over hem verteld, schat.’
Ze keek naar hem op. Schat. Dat was de tweede keer dat hij haar zo noemde. Het klonk niet slecht. Nee, helemaal niet slecht.
Maar ondanks het heerlijke gevoel dat hij bij haar veroorzaakte, was daar toch nog steeds een spoortje van twijfel. Stel dat Gert niet de man was die ze dacht dat hij was? Stel dat straks bleek dat hij net zo’n eikel was als Tim en…
Hij zag de twijfel in haar ogen. ‘Ik ben niet zoals Tim, Tamara,’ zei hij serieus. ‘Ik ben dol op je zoals je bent. Al voordat ik je in het echt ontmoette was ik verliefd op je.’ Hij glimlachte verlegen. ‘Maar ik dacht nooit een kans bij je te kunnen maken. Ik bedoel, je ging altijd uit met knappe mannen zoals Tim…’
Ze legde een vinger op zijn mond. Deze man was zo anders dan de mannen met wie ze uit was geweest en toch had ze het gevoel alsof hij de man was op wie ze al die tijd had gewacht.
‘Je was de stagiair,’ zei ze, naar hem opkijkend. ‘Je bent de stagiair. Op een andere manier heb ik nooit naar je gekeken…’ Ze voelde hoe hij verstarde en zijn armen wilde weghalen. ‘Maar,’ voegde ze er snel aan toe, waarbij ze haar armen om zijn hals legde, ‘dat was tot vandaag. Nu denk ik alleen maar: waarom heb ik niet eerder ingezien wat voor een fantastische man jij bent?’
Zijn hart maakte een sprongetje in zijn borstkas. ‘Een fantastische man, he?’
Ze lachte geheimzinnig. ‘Daar hoop ik de komende tijd achter te komen, ja. Je zei tegen Tim dat we verliefd waren en plannen hadden. Wat voor plannen had jij in gedachten?’ Haar stem klonk een beetje uitdagend.
Zijn honingkleurige ogen fonkelden fel en aangemoedigd door haar reactie antwoordde hij: ‘Moet je dat nog vragen, liefje?’
Toen boog hij zijn hoofd en kuste haar lippen.


>